133 Goudwieren (Chrysophyta)

Eukaryoten Wieren (Alen)

Goudwieren zijn eencellige wieren met een korte en een lange zweephaar (undulipodium). Ze zijn herkenbaar aan het goudgele pigment. Sommige soorten vormen draadvormige of vertakte kolonies; andere leven per cel in een soort 'huisje'. De meeste goudwieren leven in zee. Ze planten zich voort door middel van ongeslachtelijke sporen.

Goudwieren (hoofdafdeling Chrysophyta (v. Gr. chrusos = goud, phuton = plant), zijn eencellige Protisten ( een van de vijf rijken waarin Whittaker de organismen indeelt). Tezamen met de Pyrrophyta, Groenwieren en Euglenophyta worden de Goudwieren gerekend tot de Protista (voorheen rekende men deze als Protophyta of als Thallophyta tot het Plantenrijk).

Goudwieren zijn gekenmerkt door het bezit van een bepaalde combinatie van kleurstoffen, te weten chlorofyla, soms ook c of e, en veel carotenoïden. Van de laatste overheersen meestal de xanthofylsoorten zodat vele Goudwieren een goudbruine kleur bezitten. Het reservevoedsel is chrysose (ook wel chrysolaminarine genaamd), een zetmeelachtige stof, en soms olie. Vele vormen zijn eencellig; draadvormige soorten komen eveneens voor.

Van de ca. 6000 soorten, verdeeld over 300 geslachten, leeft 25% in zee, de rest in zoet water. Naar de aanwezige combinatie van kleurstoffen wordt de groep in een drietal klassen verdeeld, nl. Xanthophyceae (zie Vaucheria), Chrysophyceae (zie Kalkflagellaten; Dinobryon; en Bacillariophyceae (zie Diatomeeën).

Gemaakt: 01-12-04

colofon