2386 Moabieten
 Kanaän (1300 - 1200 v. Chr.)
In de tweede helft van de 13e eeuw vestigden zich een aantal Semitsche volkeren  (w.o. de Edomieten, Arameeërs, Moabieten, en Ammonieten in het toenmalige Kanaän. Uit deze volkeren heeft zich vermoedelijk een los stammenverband losgemaakt: de Israëlieten.

De naam Moabieten is afgeleid van de naam Moab, de zoon van Lot en zijn oudste dochter. Maar de naam Moab (Egyptisch: Mu'ab) is ook de historische naam van een bergketen in het huidige land Jordanië langs de oostkust van de Dode Zee.

De Moabieten bewoonden historisch gezien het gebied ten oosten van de Jordaan. Opgravingen sinds ca. 1965 in het gebied ten oosten van de Jordaan hebben aangetoond dat daar in de Late Bronstijd (ca. 1470-1200 v. C.) tal van steden bestonden. De vele vondsten van Myceens en Cypriotisch aardewerk die kenmerkend zijn voor de Late Bronstijd leverden het bewijs dat er toen ten oosten van de Jordaan een stedelijke beschaving bestond. Het koninkrijk Moab was in de tijd van de Intocht (ca. 1360 v. Chr.) beperkt tot het gebied ten zuiden van de Arnon. 

Ten noorden van het huidige dorp Yarut is enig Laat Brons aardewerk gevonden. Daar lag waarschijnlijk in die tijd een nederzetting. Ook in Gebel Dafyas zijn Laat Brons bewoningsresten aangetroffen. Een cyclopische muur in Khirbat al-Balu dateert waarschijnlijk uit het Laat Brons. Archeologisch onderzoek heeft nog te weinig resultaten opgeleverd om de conclusie te kunnen trekken dat er in het Laat Brons al een koninkrijk Moab bestond 

Moab wordt wel genoemd in een aantal Egyptische inscripties uit die tijd. Op een standbeeld van Ramses II (1279-1213 v. C.), aan de westkant van de ingang in het poortgebouw van de tempel van Amon in Luxor, bevindt zich een lijst met geografische namen waarin Moab als nummer 14 wordt vermeld. De naam Moab wordt gevolgd door het teken voor een land. Als nummer 10 wordt het Hittietenrijk en als nummer 13 Assyrië genoemd. Het noemen van Moab betekent dat de Egyptenaren in de tijd van Ramses II het land de moeite van het vermelden waard vonden. Op de oostelijke muur van de grote hof van de genoemde tempel is een strijdtoneel uit de tijd van Ramses II afgebeeld. De tekst daarbij luidt: "stad, die de sterke arm - leven, heil, gezondheid - veroverd heeft in het land Moab: Btrt". De naam Moab is in deze inscriptie op dezelfde wijze gespeld als in de lijst op het standbeeld van Ramses II. Volgens de egyptoloog Kitchen is Btrt (Butarta). Over de ligging van Butarta bestaat geen eenstemmigheid. Zowel er-Rabba als de Jabal Batra worden als mogelijke locaties genoemd. Op geen van beide plaatsen is echter Laat Brons aardewerk gevonden. Op de Jabal Batra liggen de ruïnes van de plaats Khirbat Batra, 17 km ten zuidoosten van Kerak. Over de inscriptie waarin de verovering van Butarta genoemd wordt, is later een andere tekst aangebracht. Daarin wordt de verovering van Sabduna, 7 km ten zuidwesten van de Kades, aan de Orontes, vermeld. Ramses II leverde in zijn vijfde regeringsjaar (1275 v. C.) bij Kades strijd met de Hittieten. Daaruit is af te leiden dat Butarta al voor het vijfde regeringsjaar van Ramses II veroverd werd. In zijn vierde regeringsjaar maakte Ramses II een veldtocht naar Palestina. Tijdens deze veldtocht zal zijn leger door Moab getrokken zijn. Moab was dus al in 1275 v. C. bekend bij de Egyptenaren en zeer waarschijnlijk zelfs was Moab al in het begin van de 14e eeuw v. C. in Egypte bekend tijdens het bewind van Amenhotep III.

Aanvankelijk strekte Moab zich uit tot aan de noordkant van de Dode Zee. Hesbon en Dibon (nabij de huidige Jordaanse plaats Dhiban) waren Moabitische steden.

Laatst bijgewerkt: 27-08-08

colofon