 |
In de tweede helft van de 13e eeuw vestigden zich een aantal Semitsche volkeren (w.o. de Edomieten, Moabieten, en Ammonieten in het toenmalige Kanaän. Uit deze volkeren heeft zich vermoedelijk een los stammenverband losgemaakt: de Israëlieten.
De naam Ammonieten is afgeleid van de naam Ben-Ammi, de zoon van Lot en zijn jongste dochter. Lot was zijn woonplaats Sodom in Kanaän met zijn twee dochters ontvlucht, omdat dit op het punt stond verwoest te worden vanwege de morele verdorvenheid van haar inwoners. (Genesis 19)
De Ammonieten waren historisch gezien een Semitisch volk dat leefde tussen de Syrische woestijn en de Jordaan. De Ammonitische beschaving duurde ongeveer zeven eeuwen, van de 13e eeuw tot de 6e eeuw voor onze jaartelling. Rabbah Ammon, het huidige Jordaanse Amman, was de hoofdstad van het rijk Ammon. Volgens Genesis waren de Ammonieten nauw verwant met de Moabieten. De Ammonieten voerden veel oorlogen met de Israëlieten en in de 10e eeuw leden ze een grote nederlaag tegen koning David (ca. 1000 - 961 v. Chr.), die hen in werkkampen stopte. Na de val van het koninkrijk Israël in 721 v.Chr. vestigden de Ammonieten zich langs de oostkant van de Jordaan. Hun autonomie waren ze echter kwijt en in de eerste eeuw voor onze jaartelling ging hun gebied volledig op in het Romeinse Rijk. Twee eeuwen later ging het Ammonitische volk op in de Arabische stammen die er zich vestigden. De taal van de Ammonieten was nauw verwant met die van de Hebreeërs (Israëlieten).
|