1026 |
Noord-Mesopotamië (7000 - 6000 v. Chr.) |
![]() |
Tot de vondsten uit die periode behoren: werktuigen van been, zoals harpoenen en vishaken. Steen en been werden bewerkt tot hangers en andere sieraden. Verder aardewerk, figuren gemaakt van kalksteen of klei (waaronder vrouwenbeeldjes), gepolijste stenen bijlen, schalen van gepolijst marmer, weefgetouwen, sieraden van steen, been of klei en sikkelmesjes van vuursteen en obsidiaan. Leem wordt gebruikt als bouwmateriaal, riet als ondergrond voor kleivloeren, manden en matten. Vindplaatsen: o.a. Qualat Jarmo |
![]() |
In het gebied dat zich uitstrekte van Oost-Irak tot aan de Middellandse Zee, waar de eerste boeren zich hadden gevestigd, nam de bevolking sterk in omvang toe. Zo sterk, dat de akkers en de weidegronden niet meer genoeg opleverden om alle mensen te kunnen voeden. Een deel van de gezinnen werd daardoor gedwongen hun geboortestreek te verlaten en naar een ander gebied trekken om daar een nieuwe nederzetting te stichten en een nieuwe bestaan op te bouwen. Zo verspreidden vanaf ± 7000 v. Chr. de kolonisten zich over de hooglanden van Irak, Anatolië en Perzië. De winters waren koud, maar er viel genoeg regen om het graan te laten rijpen en twee keer per jaar te oogsten. Maar dat moest wel gebeuren voor de snikhete zomer begon. Links: Haft Tepe in Elam |
Door graanveredeling ontstonden er nieuwe en betere graansoorten en nam de graanproductie toe. Daardoor verdween de noodzaak om steeds verder te trekken. Overal ontstonden vaste nederzettingen, die soms werden ommuurd. Sommige stammen gingen zich helemaal toeleggen op het de geiten- of schapenteelt. 's Zomers dreven zij de geiten naar de hoger gelegen weiden en 's winters keerden ze terug naar hun nederzettingen. Na het schaap en de geit werden ook de wilde ezel, het varken en het rund (waterbuffel) getemd en werd de hond tot huisdier gemaakt.
Eeuwenlang vormden de kleine boerennederzettingen die soms niet groter waren dan vijf woonhuizen, de centra van beschaving. De culturele en economische ontwikkelingen waren lokaal beperkt en de handelscontacten strekten zich slechts over kleine afstanden uit. Het hele economische systeem was gebaseerd op zelfvoorziening. Daarin kwam pas verandering omstreeks het midden van het derde millennium v. Chr. In het Iraakse deel van Koerdistan, in de buurt van het huidige Sjemsjamal, lag één van de eerste permanente dorpsgemeenschappen, Qualat Jarmo. De bewoners verbouwden gerst, tarwe en peulvruchten en hielden ook geiten en varkens. |
![]() |
Onder de voorwerpen die werden gevonden, waren dezelfde dikbillige vrouwenbeeldjes van klei, als die in Çatal Hüyük.
Men heeft ook kleifiguren gevonden die vee voorstellen. Zeer fraai zijn de door de dorpsbewoners vervaardigde stenen schalen van sterk gepolijst marmer. Deze moeten erg kostbaar geweest zijn, want men vond heel wat exemplaren die gerepareerd waren, nadat ze waren gebroken. Bij de werktuigen trof men obsidiaan aan, dat verkregen moet zijn door ruilhandel. Obsidiaan kwam in deze streken niet voor. Riet werd in een aantal hutten gebruikt als ondergrond voor de kleivloeren en ook voor manden en matten. Er zijn nog meer dorpen uit dezelfde tijd opgegraven, zoals Tepe Guran, Tepe Asiab en Ganj Dareh Tepe. Uit het 7e millennium v. Chr. dateren ook de eerste sporen van bewoning in Ugarit aan de Middellandse Zee bij Latakia. In deze periode verscheen het eerste van klei gebakken aardewerk: potten, schalen en bekers van gebakken klei, die dienden om voedsel in te bereiden en op te dienen, te vervoeren en te bewaren. Het werd met de hand gemaakt: gekneed uit een brok klei of gebouwd van een aantal op elkaar gedrukte kleirolletjes. Het eerste aardewerk werd aangetroffen in Mureybet. |
|
|
Ook werden er ovens gebouwd om brood in te bakken. Langzaam nam de bevolking toe. Van steen waren ook de schoffels en de stampvaten en stampers om het graan mee fijn te malen. Sikkelmesjes om de graanstengels mee af te snijden werden gemaakt van vuursteen. De eerste boeren leren ook de kunst van het weven van stoffen met behulp van een weefgetouw. In Jarmo (Irak) zijn afdrukken gevonden van weefsels in klei. Sieraden, zoals halskettingen, oorhangers en armbanden, werden gemaakt van steen, been of klei. |
![]() |
Laatst gewijzigd 12-12-02 |