572 |
West- en Midden-Europa (7000 - 5300 v. Chr.) |
-17.000 | -16.000 | -15.000 | -14.000 | -13.000 | -12.000 | -11.000 | -10.000 | -9000 | -8000 | -7000 | -6000 | -5000 | -4000 | -3000 | -2000 | -1000 | 1 | 1000 | 2000 |
Door het warmere klimaat smelt de dikke ijskap in het noorden af. Door de stijgende zeespiegel overstroomt het Noord-zee-bekken en worden Engeland en Europa van elkaar gescheiden door de Noordzee. West- en Midden-Europa raken bedekt met uitgestrekte bossen van naald- en berkenbomen. Sommige rendierjagers trekken weg, andere passen hun leven aan aan het warmere klimaat en veranderde omgeving en worden bosjagers. Tot de oudste vondst van deze bosjagers hoort de kano van Pesse en een eikenhouten beeldje van een oude man of vrouw. De gevonden werktuigen voor het bewerken van been, huiden en hout, komen veel overeen met de werktuigen die de rendierjagers gebruikten, zoals de steker, boortjes en krabbers.
Door het stijgende zeewater werden grote gebieden in het Noordzeebekken door de zee overspoeld. Engeland en Europa werden van elkaar gescheiden door de Noordzee. |
|
Tot ± 4500 v. Chr. was deze stijging het snelst. Ongeveer 6000 jaar geleden stond het zeewater nog ongeveer acht meter onder het huidige landpeil. In de eeuwen daarna verliep de zeespiegelstijging wat geleidelijker en pas omstreeks het begin van onze jaartelling zou zij vrijwel tot stilstand komen. De nog steeds stijgende zeespiegel - ca. 14 centimeter per eeuw - is overigens voor slechts een deel toe te schrijven aan het smelten van de ijskappen: "De zeespiegelrijzing van de laatste 5000 jaar wordt voornamelijk veroorzaakt door bewegingen in de aardkorst., die hun oorzaak vinden in de verplaatsing van enorme massa's water over de aardbol. Tijdens het smelten van de de ijskappen werd de onderliggende aardkorst bevrijd van het gewicht van duizenden meters dik ijs, terwijl de bodem van de oceanen en zeeën belast werd met het gewicht van honderd meter smeltwater (het verschil in zeewaterstand tussen een interglaciaal en een ijstijd kan oplopen tot 90 - 140 meter, rekening houdend met ook optredende bodemdaling en stijging). Het gevolg is dat op de plaats waar de ijskappen verdwijnen, de aardkorst omhoog komt, terwijl aan de randen daarvan de bodem daalt. En dat gebeurt met de Nederlandse ondergrond, wat een relatieve stijging van het zeewaterniveau voor de kust tot gevolg heeft." Door het warmere klimaat keerden ook de bossen terug; eerst de berk en vervolgens de den. Daarna ook de hazelaar en andere loofbomen: de iep, de eik, de els, de es en de linde. Ook de dierenwereld veranderde: de rendieren trokken weer naar het koudere noorden om in het noorden een nieuwe woonplaats te zoeken, o.a. in het noordelijke gedeelte van wat nu de Noordzee is. West- en Midden-Europa (evenals het deltagebied van de Rijn en de Maas) werd nu bedekt met uitgestrekte bossen. Hierin leefden elanden, wisenten (oerrunderen), wilde paarden, everzwijnen, reeën, edelherten, bruine beren en andere pelsdieren. In de moerassige gebieden leven otters, bevers en heel veel watervogels. |
|
![]() |
Van broedgebied voor vogels uit de poolstreken werden de lage landen een overwinteringplaats voor deze soorten, terwijl hier 's zomers tal van eenden en reigerachtigen in de moerassen nestelden. Met de rendieren trok ook een deel van de rendierjagers naar het noorden. Maar sommige rendierjagers bleven en pasten hun leven aan aan het warmere klimaat en veranderde omgeving en werden bosjagers.Tegelijkertijd trokken nieuwe bewoners naar het noorden. Zij bouwden er dorpen als basiskamp en elders hutten voor tijdelijk gebruik bij jachtpartijen, verzamelen van bessen, kruiden, groenten en wortelsoorten. Zij vestigden zich ook langs de steeds veranderende rivierlopen, moerassen, kreken en stranden. Zij bouwden vlotten en kano's, waarmee zij over grote afstanden contacten met elkaar onderhielden. De tijd van de "bosjagers"wordt ook wel aangeduid met Mesolithicum en duurde in Midden- en West-Europa van ca. 8000 tot 5300 v. Chr. |
![]() |
In de jaren dertig werd bij Bad Dürenberg (D) de resten ontdekt van een graf van een vrouw en haar kind. De vele grafgiften doen vermoeden dat het hier om een belangrijk persoon ging. De vrouw was gestorven aan een tandvergiftiging. Bijzonder was ook dat de vrouw een halswervel mistte. Door deze afwijking zou zij gemakkelijk in een trance kunnen raken. Was het een vrouwelijk sjamaan, dan zou zij er mogelijk aldus kunnen hebben uitgezien. Rechts: Frau von Dürenberg (Afbeelding: Landesamt für Vorgeschichte Halle)
|
![]() |
Kort na 7000 v. Chr. bereikten de eerste boeren, waarschijnlijk vanuit Anatolië en Griekenland de zuidelijke Balkan. Omstreeks dezelfde tijd kwamen de eerste boeren aan op Kreta. Vermoedelijk kwamen zij eveneens uit Anatolië. |
laatst gewijzigd 23-01-07 |