575 |
De Lage Landen in de Midden Steentijd |
-17.000 | -16.000 | -15.000 | -14.000 | -13.000 | -12.000 | -11.000 | -10.000 | -9000 | -8000 | -7000 | -6000 | -5000 | -4000 | -3000 | -2000 | -1000 | 1 | 1000 | 2000 |
± 8.500 v. Chr. kwam er een eind aan de koude periode en ook aan het Wurm-Weichsel-Glaciaal. Geleidelijk werd het klimaat warmer. Opnieuw groeiden overal weer berken en dennen. Dit was het begin van de Holoceen warmtetijd.
Het deltagebied van de Rijn en de Maas raakte bedekt met uitgestrekte bossen van naald- en berkenbomen. Hierin leefden nu elanden, wisenten (oerrunderen), wilde paarden, everzwijnen, reeën, edelherten, bruine beren en andere pelsdieren. In de moerassige gebieden leven otters, bevers en heel veel watervogels. Van broedgebied voor vogels uit de poolstreken werden de lage landen een overwinteringplaats voor deze soorten, terwijl hier 's zomers tal van eenden en reigerachtigen in de moerassen nestelden. Met de rendieren trok ook een deel van de rendierjagers naar het noorden. Maar sommige rendierjagers bleven en pasten hun leven aan aan het warmere klimaat en veranderde omgeving en werden bosjagers. Een kampplaats van de bosjagers is teruggevonden in 1937 in het Usselerveen bij Usselo in Twenthe. Alle andere kampplaatsen zijn later overstroomd. Langs de kust moeten verschillende zomerkampen hebben gelegen, van waaruit door de bosjagers jacht werd gemaakt op zeehonden en zeevogels en schelpdieren werden verzameld. |
In 1955 werd bij Pesse (Drenthe) tijdens het aanleggen van de weg van Pesse naar Hoogeveen een dennenhouten boomstamkano gevonden. In deze periode bestonden de bossen in dit gebied inderdaad grotendeels uit dennen. De kano van Pesse bestaat uit een uitgeholde stam van een grove den van bijna drie meter lang en ± 44 cm. breed. De makers gebruikten een vuurstenen of hertshoornen bijl. De uitgeholde boomstam dateert volgens de laatste gegevens uit ± 8500 v. Chr. en geldt als het oudste vaartuig van Nederland. Door sommige archeologen wordt de authenticiteit van de uitgeholde boomstam in twijfel getrokken. De Deense archeoloog S. Andersen meent dat het ding te primitief is om als kano te dienen.
|
![]() |
Ook het deltagebied van de Rijn en de Maas wordt bedekt met uitgestrekte bossen van naald- en berkenbomen. ± 7950 zorgde een tijdelijke temperatuurdaling voor een kouder klimaat. De bosjagers trokken weg of pasten zich weer aan aan het koudere klimaat en werden weer rendierjagers. Aan deze koudeperiode kwam ± 7000 v. Chr. een eind.
± 6000 v. Chr. bereikt het zeewater onze huidige kustlijn, breekt via het zeegat van Bergen door naar het achterland en zet daar grote hoeveelheden zand en klei af. |
laatst gewijzigd: 23-10-02 |