1070

Soemerië (2800 - 2400 v. Cr.) 2

Soemerië (2800 - 2400 v. Chr.) 1

± 2750 - ± 2650 v. Chr.  Begin Vroeg-dynastisch 2 of Mesilim periode 

Na de periode Vroeg-dynastisch1 (± 2900 - ± 2750 v. Chr.) volgde de periode Vroeg-dynastisch 2 (± 2750 - ± 2650 v. Chr.) ook wel  Mesilim periode genoemd, naar 
Mesilim, de koning van Sumer (2542-2508) (Kish-dynastie)

De Mesilim-periode [Indeling van Duitse onderzoekers als Moortgat en Strommenger], komt ongeveer overeen met het eerste deel van het Vroegdynastisch 2. Zij wordt gekenmerkt door een abstracte stijl in de kunst. Moortgat noemde deze periode naar Mesilim, omdat een bewerkte scepter waarin de naam van deze heerser was gegraveerd, deze stijl naar zijn mening typeert. Het is echter helemaal niet zeker dat Mesilim al zo vroeg leefde - hij hoort waarschijnlijk tot het Vroegdynastisch 3a (± 2650 - ± 2550). 

Kish

Over de stadsstaat Kish (of Kisj) regeerde van ± 2630 - ± 2601 v. Chr. Enmebaragesi, de 22e vorst van de eerste dynastie van Kisj. Hij was de eerste koning die op de koningslijst staat vermeld. Namen van eerdere koning zijn bekend, maar zijn legendarisch, hoewel Wikipedia bij een groot aantal namen de jaartallen van hun regering vermeldt. Zijn bestaan wordt historisch gestaald door een inscriptie op een albasten vaas. Er is ook een gedicht bekend uit de veel latere tijd van Ishbi-Erra van Isin dat de geschiedenis van de aan de godin Ninlil gewijde Tummal-wijk van Nippur beschrijft. Het gedicht verhaalt hoe de wijk vijf keer tot een puinhoop verviel en weer opgebouwd werd. De eerste strofe is lange tijd onbekend gebleven maar is later uit verschillende fragmenten weer bijeengebracht en luidt:

Enmebaraggesi, de koning
bouwde in deze stad (dwz Nippur) zelf het huis van Enlil
Agga, de zoon van Enmebarragesi
maakte de Tummal voornaam

Daarmee zijn de laatste twee vorsten van de dynastie duidelijk historisch en moet de hele dynastie gezien worden als een periode waarin Kish de rol vervulde van de belangrijkste stad van Soemer. Kish was de stad waarvan de koning, de lugal (heerser over een stadsstaat) door de priesterkoningen (ensi's) van de andere steden althans in naam als koning van het hele land erkend werd. In de verdere geschiedenis van Soemer is de eenheid van het land vaak ver te zoeken, maar de titel koning van Kish zou lang zijn faam als koning van heel Soemer behouden, ook al werd volgens de koningslijsten Kish geslagen en het koningschap afgevoerd.

Agga (2601 - 2581 v. Chr.), de zoon en opvolger van Enmebaragesi, was waarschijnlijk een tijdgenoot van zowel Gilgamesh koning van Uruk en Mesannepadda (Meshanepadda) (2670 v.C.), de koning van Ur. De laatste beroofde Gilgamesh van het koningschap en eiste ook het koningschap op over de stadsstaat Kish op om daarmee zijn aanspraken op de opperheerschappij over heel Soemer kracht bij te zetten. Agga werd overwonnen door Mesanepadda van Ur.

Daarna is er sprake van een Tweede Dynastie van Kish (25xx - 2411 v. Chr.) maar daar zijn tot dusver geen bewijzen van gevonden. Alleen enkele namen van koningen zijn bekend. Ook van latere dynastieën van Kish, zoals de derde dynastie van Kish (2411 - 2381 v. Chr.) van koningin Kubaba, een vrouw van erg eenvoudige komaf, die het klaarspeelde Soemer te herenigen na een tamelijk warrige tijd. Later zouden er veel verhalen over haar geschreven worden. Na haar  was er nog een vierde dynastie van Kish, waarin o.a. haar zoon Puzur-Sin (2381 - 2356) regeerde. Wel is duidelijk dat Kish zeker niet de enige pretendent voor de opperheerschappij was en lang niet altijd de daadwerkelijke hoofdstad was.

Ur

Meskalamdug (26xx)

Akalamdug (ca. 2600 v. Chr.)

Puabi (25xx)

Mesannepadda (Meshanepadda) (2570 - 2530 v.C.)

Volgens geschriften de zoon van Meskalamdug. Deze werd daarna op hoge leeftijd koning van Kish en Nippur en stichtte de 1ste dynastie van Ur

Uruk

Kort na diens dood groeide Erech uit tot politiek centrum. In de 25ste eeuw v. Chr. breidde Lugalanemundu het rijk uit van de Zagros tot het Taurus-gebergte en van de Perzische Golf tot de Middellandse Zee. Deze koning werd opgevolgd door Mesilim.

Het belangrijkste bouwwerk uit die tijd was de stadsmuur van Uruk, 9½ km lang met 900 torens, die de stad tegen vijandige buren moest beschermen. Maar misschien was deze muur wel een paar eeuwen eerder gebouwd. Volgens het Gilgamesj-epos zou deze muur namelijk het werk zijn geweest van de legendarische vijfde koning van Uruk: 

Onder de dynastie van Mesilim kreeg het door verovering de hegemonie over vele kleinere steden in het gebied tussen de midden-Eufraat en de Perzische Golf. Mesilim liet in Kisj naast een tempelcomplex ook een paleis bouwen. 

Mesilim is bekend om een geschrift waarin verteld wordt van een stèle die door hem was neergezet om de grens af te bakenen, waarna een langdurige strijd ontstond die uiteindelijke resulteerde in de verovering van Lagash door Mesilim. Onder Mesilims bewind boerde het rijk achteruit.

Zijn dynastie werd ten val gebracht door Lugalzaggisi van Uruk. Kisj werd omstreeks 2200 v.Chr. definitief veroverd door Sargon de Grote en speelde daarna nooit meer een politieke rol. De oorlogsgod Zababa werd er als voornaamste god vereerd.

De strijd om de oppermacht tussen Kish, Uruk en Ur had het land waarschijnlijk danig verzwakt maar onze kennis van het vervolg is erg gebrekkig. De koningslijsten vermelden na de Eerste dynastie van Ur dat het koningschap naar Awan werd weggevoerd en dit was een Elamitische stad. Dit duidt waarschijnlijk op een tijd van vreemde overheersing.

Tussen ± 2550 - ± 2400 v. Chr. drongen vanuit de woestijngebieden in het westen en zuiden steeds meer vreemde stammen het land van de twee rivieren binnen. Zij namen de gewoonten en godsdienst over van de Soemeriërs, maar spraken hun eigen taal. Ook het spijkerschrift namen ze over. (z. Assyrië) Enkele malen werd Soemerië binnengevallen door legers van oorlogszuchtige buurvolkeren. Pas na vele jaren strijd slaagden de Soemeriërs er in zich van deze vreemde overheersers te bevrijden. Maar toen laaide de strijd tussen de stadsstaten weer op, waarbij soms hele steden in de as werden gelegd en tempels werden leeggeroofd.

Lagash

  Ur-Nanshe (ca. 2494 - 2465)

Boven: Reliëf van Ur-Nanshe (dit reliëf bevindt zich nu in het Louvre)

Rond 2520 v.Chr. stichtte de priester-koning (ensi) Ur-Nanshe (Ur-Nina of Ur-Nause) een nieuwe dynastie in Lagash, die vijf generaties stand zou houden. Het is onder zijn regering en die van zijn opvolgers dat men voor de eerst keer goed is ingelicht over de geschiedenis van het land van Sumer, dankzij de talrijke archieven die zijn teruggevonden in Girsu voor deze periode. Sumer was in zijn dagen een land waarin de stadstaten onophoudelijk om overwicht streden en het noordelijker gelegen Kish had geruime tijd de rol van hoofdstad opgeëist. Lagash was in een geschil verwikkeld met de buursteden Ur en Umma. Een zeeslag tegen Ur bezorgde Ur-Nanshe de overwinning en overmacht op deze stad, toen nog dichter bij de zee, (thans de Perzische Golf), gelegen. 

Lagash was op dat moment ook in een langdurige strijd verwikkeld met haar noordelijke buur, Umma, over het bezit van een grensgebied. Een veldtocht tegen Umma eindigde in de gevangenneming en waarschijnlijk de dood van Pabilgaltuk, de vorst van Umma.

Ur-Nanshe was vooral een bouwer en maakte van Lagash een zelfstandige welvaartstaat. In een aantal van zijn geschriften pocht hij er over dat het overzeese Dilmun (Bahrein) hem bij wijze van schatting hout leverde. Wat ongetwijfeld mogelijk was als hij enige macht op de havenstad Ur kon uitoefenen. Zelfs als hier slechts handelscontacten achter schuilgaan zullen deze ongetwijfeld de positie van Lagash versterkt hebben. Er zijn van hem een drietal bas-reliëfs bewaard waarop hij en zijn familie geportretteerd zijn.

Akurgal ca. 2464-2455 v.Chr. 

De opvolger van Ur-Nanshe was Akurgal. Zijn vrij korte regering werd gekenmerkt door de heropleving van het langdurige geschil met Umma om de vruchtbare streek, Guedina. Akurgal schijnt die strijd tegen Ush, de vorst van Umma, verloren te hebben. Umma nam bezit van de vruchtbare streek. Nochtans had Mesilim van Kish een regeling van de onderlinge grens opgelegd, maar deze was niet van blijvende aard. Ush had de Guedina bezet en de stele van Mesilim waarop verkondigd werd dat het gebied tot Lagash hoorde werd omvergehaald. Lagash was voorlopig niet in staat om zich te weren. Daar zou Ur-Nanshe's kleinzoon, Eannatum van Lagash wel in slagen.

  Eannatum l (2454-2425)

De grootste vorst uit deze periode is Eannatum l, de derde vorst van het huis van Ur-Nanshe en de zoon en opvolger van Akurgal., die in 2425 v. Chr. het leger van Umma verpletterde en zelf een coalitie die uit het merendeel van vorsten van Mesopotamië bestond versloeg. Lagash bereikte op dat moment zijn hoogtepunt. Zijn opvolger Enannatum werd echter op zijn beurt verslagen door de koning van Umma.

Entemena (2432-2387)

Enannatum werd opgevolgd door zijn zoon Entemena (2432-2387). Hij wreekte zijn vader en nam de vijandelijke stad Umma in. Deze triomf duurde echter niet lang. Lagash kende daarop een periode van verval. De laatste vorst uit het huis van Ur-Nanash Enannatum II werd na enige jaren op de troon verdrongen door een van de priesters van Ninhursag en een tijdlang voerden de priesters een corrupt beleid. Rond 2350 v.Chr., besteeg Urukagina (Uruinimgina de troon. Hij wilde de sociale rust in het land te herstellen, maar leed een nederlaag tegen koning Lugalzagezi (2370 -2347) van Umma, die de volgende twintig jaar de belangrijkste heerser van het Midden-Oosten zou worden. Vervolgens verloor Lagash definitief haar onafhankelijkheid toen ze werd ingelijfd bij het Akkadische rijk van Sargon rond 2340 v.Chr.

Een van de rijkste sleutels van de archeologie tot het leven in het oude Soemerië is de fraai vervaardigde houten "Mozaïekstandaard van Ur" (boven enkele details hiervan), gevonden in een 4500 jaar oud graf in Ur.  Deze mozaïektafel, met zijn 46 centimeter brede panelen van ingelegd schelp en lapislazuli biedt een panorama van figuren uit alle lagen van de bevolking. de ene kant laat soldaten zien in gevecht en het voorleiden van de krijgsgevangenen bij de koning (afb. rechtsboven); op de andere zijde treft men ene vredestafereel aan. De koning geeft een banket terwijl zijn onderdanen geschenken aandragen, bestaande uit vee, veldgewassen en andere producten die de basis vormden voor de Soemerische rijkdom en cultuur.

Soemerië (2400 - 2200); Assyrië (2376 - 1380)

laatst bijgewerkt: 04-08-08

colofon