De belangrijkste groepen reizigers in de oudheid waren handelaren, diplomaten en geestelijken.
Van al die reizigers is in de westerse wereld Marco Polo verreweg de bekendste. Er waren er echter veel meer die hun belevenissen op papier hebben gezet. Jammer genoeg zijn vele van die verslagen in de loop der eeuwen verdwenen. Enkele reizigers waarvan wel reisverslagen bewaard gebleven zijn:
Olopun, een nestoriaans christelijk priester uit Syrië, was voor zover bekend de eerste westerling die verder naar het oosten reisde dan Kashgar, een oasestad ten westen van de Taklamakanwoestijn, in het verre westen van China. In 635 n.Chr. arriveerde hij in Chang'an (nu: Xi'an) waar hij werd ontvangen door Fan Hiuen-ling de eerste minister van keizer Tang Taitzhong (626 - 649) van de toen heersende Tang-dynastie.
Olopun vertaalde de Bijbel in het Chinees. In 638 vaardigde de keizer een proclamatie uit waarmee hij opdracht gaf om deze Chinese Bijbel te publiceren en te verspreiden, omdat hij van mening was dat daar veel goede zaken in stonden, waar de mensheid baat bij zou kunnen hebben.
In diezelfde periode (629 - 643) reisde de Chinese boeddhistische monnik Hsuan-tsang door Centraal-Azië en India.
Sulaiman al Tajar (reis ca. 850)
De eerste Arabier waarvan bekend is dat hij China bezocht was de handelaar Sulaiman al Tajar.
In zijn reisverslag (Nieuws over China en India) dat hij in 851 schreef vermeldde hij o.a.:
De Chinezen drinken rijstwijn. Ze kennen geen wijn van druiven, zelfs als je hen die cadeau doet, weigeren zij ervan te drinken. Van alle landbouwproducten zijn er twee waarop de Chinese keizer een monopolie uitoefent, namelijk zout en blaadjes die ze 'tsjai' (thee) noemen. Over deze blaadjes gieten ze heet water en daarna drinken ze dit water dat bitter smaakt. In alle steden worden massa's van die blaadjes verkocht.
Iedereen die in China van de ene provincie naar een andere provincie wil reizen moet twee documenten hebben. Het ene dat de gouverneur verstrekt is een soort paspoort. Het bevat de naam van de reiziger en zijn gezellen en de naam van het volk of de stam waar hij bij behoort. Het andere document wordt afgegeven door de eunuch en vermeldt hoeveel geld en welke goederen de reiziger bij zich heeft. Bewakers langs de routes controleren deze documenten.
Buzurg ibn Shahriyar (reis 10de eeuw)
(Ook Buzurg al Ram-hormuzi genoemd)
Buzurg was een Perzisch scheepskapitein die vele reizen heeft gemaakt over de Indische Oceaan. Eigen belevenissen en verhalen die hij van andere zeelui en handelaren hoorde heeft hij neergelegd in zijn boek 'De wonderen van India'. In één van die verhalen schreef hij dat de Chinezen papier gebruikten i.p.v. water om zich te reinigen nadat ze hun behoefte hadden gedaan.
Abu Abdullah Mohammed Ibn Battuta (reizen 1325 - 1350 en 1351 - 1355)
Ibn Battuta is ontegenzeggelijk de grootste reiziger van de Middeleeuwen geweest. Hij heeft in 30 jaar de onvoorstelbare afstand van ca. 120.000 km afgelegd, waarbij hij op West-Europa na de gehele toen bekende wereld heeft bezocht.
Hij werd in 1304 in Tanger (Marokko) geboren en studeerde rechten. Als goed Moslim vertrok hij in 1325 op bedevaart naar Mekka. Daarna bezocht hij Arabië, Mesopotamië, Perzië en Klein-Azië. Via Samarkand reisde hij vervolgens naar India waar hij bijna acht jaar verbleef aan het hof van de Sultan van Delhi die hem als één van zijn ambassadeurs naar China zond. Vervolgens bezocht hij de Malediven, de oostkust van India, Ceylon (Sri Lanka) en Sumatra. In 1350 keerde hij terug naar Tanger. Een jaar later ging hij opnieuw op reis en bezocht Spanje en Marokko en trok door de Sahara naar Timboektoe en de Niger. Hij liet een prachtig en zeer nauwkeurig verslag achter van al zijn reizen. In tegenstelling tot de verhalen van veel van zijn voorgangers en tijdgenoten, bevatten zijn beschrijvingen weinig fouten, overdrijvingen of fantasieën.
Over China schrijft hij o.a.: Het land is zeer groot en heel erg rijk. Zijde is de meest voorkomende stof die zelfs door arme monniken en bedelaars voor kleding wordt gebruikt.
Bij hun handelstransacties gebruiken de Chinezen geen goud- of zilverstukken maar zij betalen met bladen papier ter grootte van een handpalm. Het zegel van de sultan (keizer) staat erop gedrukt.
Na terugkeer van zijn laatste reis in 1355 leefde hij in Tanger waar hij in 1368 overleed.
colofon
|