5183 West-Francië (843 - 870)
Frankische Rijk (830 - 843)

Karel ll de Kale (843 - 877 koning van West-Francië, 875 - 877 keizer van het Frankische rijk)

Karel ll de Kale, regeerde als koning van West-Francië over de landen ten westen van de Rhône, de Saône, de Maas en de Schelde. Hij moest in zijn rijk strijden tegen de onafhankelijkheidspartij in Aquitanië, tegen de hoofden van de Bretoenen, tegen de Vikingen in het noorden, tegen de Saracenen in het zuiden en tegen bepaalde aristocratische geslachten.

Karel de Kale werd geboren in Frankfurt am Main als jongste zoon van keizer Lodewijk de Vrome, de enige uit diens tweede huwelijk, met Judith van Beieren. Karels erfenis had hij niet zonder slag of stoot gekregen. Zijn halfbroers Lodewijk de Duitser en Lothar I dienden na de dood van Lodewijk de Vrome in 840 te worden bestreden. In 842 sloot hij met Lodewijk de Duitser de Eed van Straatsburg tegen Lothar.

Karel de Kale was eerst gehuwd met Ermentrudis van Orléans en later met Richildis, dochter van Bivinus van Metz, beiden uit Frankische huizen. Twee van zijn kinderen uit het eerste huwelijk overleefden hem: Lodewijk de Stamelaar, die hem opvolgde en Judith van West-Francië. Judith werd rond Kerstmis 861 te Senlis geschaakt door de eerste graaf van Vlaanderen, Boudewijn I met de IJzeren Arm. Vermoedelijk vluchtten ze naar het Kasteel van Rumbeke, later via Lotharingen zelfs naar Rome. Hij huwde haar een jaar later te Auxerre, na tussenkomst van de toenmalige paus, en legde daarmee de grondslag van het Graafschap Vlaanderen.

In 860 probeerde Karel tevergeefs de bezittingen van Lothar' zoon Karel van Provence te veroveren, maar werd verslagen. Karel de Kale had ook het oog gevestigd op het gebied van zijn neef Lothar II van Lotharingen (die geen mannelijke opvolger had). Gesteund door Hincmar, spande hij al zijn krachten in om een echtscheiding van deze koning en zijn kinderloze echtgenote Theutberga te beletten. Na het overlijden van Lothar ll in 869 was het koninkrijk Lotharingen bij gebrek aan een wettige opvolger, aan verwarring ten prooi, waarna Karel ll de Kale Lotharingen binnenviel om zijn erfdeel op te eisen. 

 

In 870 dwong Lodewijk ll de Duitser Karel de Kale het verdrag van Meersen te tekenen, waarbij de erfenis van Lothar ll tussen hen beiden werd verdeeld. 

Lodewijk ll kreeg het oostelijke deel van Lotharingen (met de Lage Landen boven de rivieren). Italië en Bourgondië kwamen bij het Duitse Rijk.

Karel ll kreeg het westelijke deel (met het zuidelijke deel van de Lage Landen (waaronder Brabant en Zeeland). De grens van het rijk kwam hierbij ongeveer samen te vallen met de loop van de Saône en de Maas.

Op 25 december 875 werd Karel ll de Kale door paus Johannes VIII tot Rooms keizer gekroond en zou dat tot zijn dood in 877 blijven.

Nominoë van Bretagne (846 - 851)

Nominoë was door Lodewijk de Vrome voorgedragen om Bretagne te regeren als zijn vazal. Nominoë was een trouw dienaar van Lodewijk de Vrome tot diens dood in 841. De relatie tussen Nominoë en Lodewijks opvolger, Karel de Kale, was veel minder goed. Nominoë weigerde hem trouw te zweren en verklaarde de onafhankelijkheid van Bretagne. Na enkele kleine schermutselingen vond in 846 de slag bij Ballon plaats, waar de Bretoenen de Fransen versloeg. Karel ll de Kale  werd gedwongen de onafhankelijkheid van Bretagne te erkennen (voor een tijd althans). In de jaren daarop volgend, veroverde Nominoë nog de graafschappen Maine en Anjou. Nominoë overleed in 851 zonder een enkele militaire nederlaag te hebben geleden. Bij het verdrag van Angers moest Karel de Kale Rennes en Nantes aan het koninkrijk afstaan en Erispoë, de zoon van Nominoë, erkennen als koning van Bretagne. 

In 843 overwinterden de Vikingen op het eiland Isle Noirmountier in de Loire en hielden een rooftocht naar Nantes. In 844 verschenen de Denen in de Garonne en vestigden zij er een basis voor hun vikingschepen. Van daaruit waagden zij zich tot aan de streken van Toulouse (845). Ook Bordeaux was enige tijd in handen van de Vikingen. Na de inname van de stad Sevilla (844) ontdekten de Vikingen ook de doorvaart naar de Middellandse Zee, en plunderden daarna ook de kustgebieden van Noord-Afrika, het Iberisch schiereiland en voeren de Rhône op.
De Vikingen stichtten vaste nederzettingen aan de mondingen van de Seine en de Loire en van daaruit ondernamen zij regelmatig plundertochten, diep het land in. ± 857 werd Parijs opnieuw door de Vikingen veroverd. Bij voorkeur plunderden zij kerken en kloosters, waar ze altaren, reliekschrijnen en andere kostbaarheden roofden. Ook op wijn waren ze verzot. Grote afstanden legden ze af alleen met het doel wijn te bemachtigen. En zelden ontmoetten zij tegenstand.

Groepen uit de Westfrankische aristocratie zetten Lodewijk ll van Oost-Francië in 858 er toe aan West-Francië binnen te vallen. Het is de eerste van de Duits-Franse oorlogen die in bijna iedere eeuw zullen opduiken. Dankzij de standvastige houding van de aartsbisschop van Reims, Hincmar, moest Lodewijk zijn plan in 859 opgeven.

± 861 werd Parijs door de Vikingen aangevallen. In 865 vestigde een vloot van 50 vikingschepen een basis nabij Parijs. In 868 wist Orléans een aanval van de Vikingen af te slaan. 

West-Francië (870 - 900)

colofon