5198 | Luxemburg (998 - 1197) |
![]() |
![]() |
Hendrik (Henri) I van Luxemburg (998 – 1026)
Hendrik l was de tweede graaf van Luxemburg. Over hem is weinig anders bekend dan dat hij de oudste zoon was van graaf Siegfried (Sigefroid) van Luxemburg en Hedwig van Nordgau. Zijn zuster Kunegonde was getrouwd met keizer Hendrik ll van Luxemburg (1026 – 1047) Hendrik II, de zoon van Frederik van Luxemburg (een jongere broer van Hendrik l van Luxemburg) en Irmtrud van Gleiberg van Wetterau, was de derde graaf van Luxemburg. In 1025 werd hij graaf in de Moezelgouw en in 1035 voogd van de Rijksabdij St.-Maximin in Trier. In februari 1042 droeg Giselbert van Luxemburg (1047 - 1059) Giselbert, de broer van Hendrik ll, was de vierde graaf van Luxemburg. Na zijn dood werd hij opgevolgd door zijn zoon Koenraad I. Een andere zoon van hem, Herman van Salm, werd Duits tegenkoning. Koenraad l van Luxemburg (1059 – 1086) Koenraad I volgde zijn vader Giselbert op als graaf van. Opmerkelijk om over hem te vermelden is dat hij de eerste was van wie men met zekerheid weet dat hij de titel van graaf van Luxemburg droeg. Dat feit wordt vermeld op een document dat dateert van 6 juli 1083. Vanwege dit gegeven wordt hij door sommigen ook wel als eerste graaf van Luxemburg gezien. Hij was gehuwd met Clementia van Poitiers, dochter van Willem VII van Aquitanië Na zijn dood werd hij opgevolgd door zijn zoon Hendrik III. Hendrik lll van Luxemburg (1086 – 1096) Hendrik lll was de zoon van Koenraad l van Luxemburg. Hij volgde zijn vader in 1086 op als graaf van Luxemburg. Na zijn dood in 1096 werd hij opgevolgd door zijn broer Willem. Willem van Luxemburg (1069 – 1129)Willem was de zoon van Koenraad l van Luxemburg. Hij trouwde met Mathildis van Northeim, dochter van graaf Kuno van Beichlingen. Na zijn dood werd hij opgevolgd door zijn zoon Koenraad. Koenraad ll van Luxemburg (1129 – 1136)Koenraad II, was de zoon van Willem van Luxemburg. Doordat hij al in 1136 op dertigjarige leeftijd kinderloos stierf ging het graafschap over op zijn tante Ermesinde, die getrouwd was met Godfried, de graaf van Namen. Daardoor kwam het graafschap dus in het bezit van de Namense dynastie en was het eerste Luxemburgse huis uitgestorven. Koenraad was gehuwd geweest met Ermgard van Zutphen, dochter van graaf Otto II van Zutphen. Ermesinde l van Namen (1136)Ermesinde I van Namen was de dochter van Koenraad I van Luxemburg. Zij was achtereenvolgens gehuwd met Albert van Moha-Dasburg en sinds 1109 met Godfried van Namen. Toen zij na het overlijden van haar neef Koenraad II het graafschap Luxemburg erfde schonk zij dit vrijwel meteen aan haar zoon Hendrik. Ermesinde I heeft dus ook nooit daadwerkelijk geregeerd. Na het overlijden van haar tweede man op 19 augustus 1139 trok zij zich in een klooster terug. Hendrik l van Namen (1136 – 1196)Hendrik I van Namen, bijgenaamd "de Blinde", was de zoon van Ermesinde I van Namen en graaf Godfried van Namen. Van zijn vader erfde hij de titel graaf van Namen en van zijn moeder de titel graaf van Luxemburg. Ook was Hendrik heer van Longwy, Laroche en Durbuy. Hij was achtereenvolgens gehuwd met Laureta, de dochter van graaf Diederik van de Elzas van Vlaanderen die was gescheiden van Hendrik II van Limburg, welk huwelijk werd ontbonden in 1162, en met Agnes van Gelre, dochter van graaf Hendrik I van Gelre. Hendrik voerde veel oorlog met zijn buurlanden Loon, Luik en Vlaanderen. Daardoor werd hij een machtig vorst, maar toch raakte aan het eind van zijn regering Namen kwijt aan Henegouwen. De blinde en kinderloze graaf Hendrik had tot zijn erfgenaam de zoon van de graaf van Henegouwen gekozen. Nadat hij echter hertrouwde met Agnes van Gelre, kreeg hij op 72-jarige leeftijd toch nog een kind, namelijk Ermesinde, die hij verloofde met de graaf van Champagne. De geboorte van Ermesinde zorgde voor een conflict tussen Namen en Henegouwen. Keizer Frederik van het Heilige Roomse Rijk kwam tussenbeid en zegde Namen toe aan Boudewijn. Hendrik begon daarop een oorlog met Henegouwen, maar deze strijd werd door Boudewijn gewonnen. Daardoor werd Boudewijn in 1190 door de keizer tot markgraaf en rijksvorst verheven. Hendrik werd gedwongen zich te verzoenen met Boudewijn. Samen begonnen ze een nieuwe oorlog. Tijdens de slag van Noville kwam Boudewijn om het leven. Hendrik stierf op 14 augustus 1196. Hij werd opgevolgd door zijn dochter Ermesinde, maar keizer Hendrik VI wees zijn broer Otto aan als graaf van Luxemburg.Otto l van Luxemburg (1196 – 1197) Otto I, ook wel Otto van Hohenstaufen, was sinds 1190 paltsgraaf van Bourgondië. Hij was de vierde zoon van keizer Frederik I van het Heilige Roomse Rijk en diens tweede echtgenote Beatrix I van Bourgondië. Otto huwde in 1190 met Margaretha van Blois, dochter van graaf Theobald V van Blois . Op voordracht van zijn broer Hendrik VI, werd hij in 1196 werd ook graaf van Luxemburg na het overlijden van Hendrik VI van Luxemburg zonder erfgenaam, Otto werd het jaar nadien vermoord in Besançon. |
|