2664

Ripuarische Franken

Salische Franken (200 - 400) z. ook: Lage Landen (400 - 500)

De Ripuarische of Rheinische Franken vestigden zich in de eerste helft van de vijfde eeuw aan de andere zijde van de Rijn in Gallië. Keulen kwam in hun handen en zij bezetten de streek tussen Koblenz, Trier en Metz. Omstreeks 440 plunderden zij de stad Trier. De Romeinse veldheer Aetius trok ten strijde tegen deze invallers en sloot een verdrag, waarbij hij aan de Franken de verdediging van de middenloop van de Rijn toevertrouwde. 

De Ripuarische Franken trokken met de Salische Franken, mee naar het zuiden. De Romeinen sloten met de nieuwkomers een verdrag. In ruil voor het gebied waar de zij zich wilden vestigen moesten de zij de de verdediging van de Rijngrens op zich nemen. 

De Ripuarische Franken vormden een stamverband van verschillende West-Germaanse stammen. De Tencteren, Sugambriërs, Cherusken en Chatten worden tot dit stamverband gerekend. 

Rechts: Het gebied van de Ripuarische (Rheinische) Franken: het gehele Rijngebied, het gebied ten oosten van de Maas, het gebied langs de Moezel. In de Lage Landen heerste de Ripuarische Franken over het gebied boven de Benedenrijn (de Betuwe en Hamaland).

Ten tijde van de volksverhuizingen vestigden deze stammen zich aan de andere zijde van de Rijn in Gallië. Keulen kwam in hun handen en zij bezetten de streek tussen Koblenz, Trier en Metz. Omstreeks 440 plunderden zij de stad Trier. De Romeinse veldheer Aetius trok ten strijde tegen deze invallers en sloot een verdrag, waarbij hij aan de Franken de verdediging van de middenloop van de Rijn toevertrouwde.

De naam is afgeleid van het Romeinse woord ripa = (rivier)oever, wat  betrekking heeft op het feit dat de Ripuarische Franken zich vestigden aan de rivier de Rijn. Toen de Romeinse macht in betekenis afnam trokken de Ripuarische Franken met de Salische Franken, mee naar het zuiden. Hun gebied werd Francia Rinensis genoemd en de voornaamste residentie van hun vorsten was Keulen.

De verstandhouding tussen deze twee grote stamverbanden was over het algemeen goed, alhoewel elke stam een eigen vorst had. De verkozene door de stam, werd op een schild gehesen door zijn eigen soldaten, en riepen hem uit tot hun vorst, zoals het de gewoonte was bij de Galliërs en de Germanen. Het mooiste bewijs, van hun toen nog goede verstandhouding was, toen de Ripuarische Frankenkoning van Keulen, de Salische Frankenkoning Clovis, te hulp riep in 496, toen de Alamannen langs de Rijn naar het noorden oprukten om hem aan te vallen. De Ripuarische Franken waren minder geromaniseerd dan de Salische Franken en behield als vorstendom binnen het Frankische Rijk zijn eenheid.

Toen Clovis met medewerking van zijn bloedverwant Chloderik de Visigoten onder Theoderik bij Vouillé had verslagen (507), schreef hij Chloderik, de koning der Ripuarische Franken te Keulen (508-509) een geheime brief waarin hij deze voorstelde zijn oude vader Sigebert te vermoorden in ruil voor het koningschap en zijn vriendschap. Chloderik ging hier op in, vermoordde zijn vader, besteeg de troon en meldde dit heugelijke feit aan Clovis. Deze stuurde als antwoord een aantal van zijn mannen die Chloderik om het leven brachten. Zo werd Francia Rinensis, zoals het rijk der Ripuarische Franken genoemd werd (het gebied aan de middenloop van de Rijn met de stad Keulen) bij het rijk van de Salische Franken ingelijfd.  Clovis' heerschappij.

Aangezien de Ripuarische Franken Arianen waren, in tegenstelling tot de katholieke Salische Franken, kon Clovis deze actie met volledige steun van de bisschoppen ondernemen. Chloderik was gehuwd met een vrouwe uit het huis der Agilolfingen het huis van de hertogen van de Bajuwaren, die zich rond 500 in Beieren hadden gevestigd. De Ripuarische Franken waren minder geromaniseerd dan de Salische Franken en behield als vorstendom binnen het Frankische Rijk zijn eenheid. In de 7e eeuw werd hun gebied bekend onder de naam Austrasia en kreeg ook weer een eigen Merovingische koning.

gemaakt: 06-02-08

colofon