2631 |
Cherusken |
![]() De Cherusken waren een aanvankelijk machtig Germaans volk tussen de Weser en de Elbe, in en om de Harz. In 12 en 9 v. Chr. werden zij door Drusus en in 4 n. Chr. door Tiberius min of meer gepacificeerd. Onder hun koning ![]() ![]() ![]() |
![]() |
In zijn strijd tegen de Romeinen kregen de Cherusken een bondgenoot in de Chatten. In 15 n. Chr. ondernam Door deze ontvoering kwamen niet alleen Arminius, maar alle omringende stammen in het geweer. Inguomerus, de oom van Arminius, die bij de Romeinen van oudsher aanzien geniet werd erdoor bewogen partij te kiezen. Om te voorkomen dat de Germanen het initiatief grepen, liet Germanicus Pedus door het gebied van de Friezen trekken, Caecina oprukken door het gebied van de Bructeren (tussen Ems en Lippe), en trok hij zelf 'over de meren' (d.i. over het huidige IJsselmeer en (waarschijnlijk) de Overijsselse Vecht) richting Ems. Het hele gebied tussen Ems en Lippe werd platgebrand. Lucius Stertinius vond hierbij de aquila, de legioensadelaar van het XIXe legioen terug. Daarna ging Germanicus naar de plek waar Varus zijn nederlaag had geleden. Veteranen en voormalige krijgsgevangenen wezen hem waar de commandanten waren gesneuveld, waar de aquila was geroofd en waar Varus tenslotte was gesneuveld. Germanicus liet op die plaats een grafheuvel oprichten, waarin de gevonden stoffelijke resten werden begraven en zette de achtervolging op Arminius in. Deze trok zich terug in de Venen (Grosse Moor), en lokte de troepen van Germanicus in de val. Germanicus brak de achtervolging af. Het was laat in het jaar. Varus was nog ongewroken. De terugreis bleek bijna een catastrofe. Aulus Caecina Severus slaagde er slechts met grote moeite in de ponti longi over te steken, een dijk door het veen die door Lucius Domitius was gebouwd, maar dringend aan reparatie toe was. Hij slaagde erin te ontsnappen, maar niet zonder het verlies van vele manschappen en al zijn uitrusting, behalve de wapens. De troepen die met Germanicus terugkeerden naar hun winterkwartieren, trof een even zo grote ramp. Germanicus vertrouwde de helft van zijn troepen toe aan Publius Vitellius. Deze kwam door een stormvloed in grote moeilijkheden in een laaggelegen gebied. Vele soldaten verdronken of werden door de watervloed weggespoeld (Tacitus, Ann. I 60-71.) In 16 na Christus ondernam Germanicus een derde veldtocht, die zijn grootste zou zijn. Hij bouwde duizend schepen, waarvan vele met een platte bodem om zijn troepen over de de Noordzee naar de monding van de Elbe te vervoeren. Zodoende, redeneerde hij, had hij geen last van de wouden en venen. Het Eiland der Bataven (de Betuwe) diende als verzamelpunt. Terwijl de schepen nog gebouwd werden, gaf Germanicus Gaius Silius Aulus Caecina Largus bevel om met een eenheid licht bewapende soldaten tegen de Chatten op te rukken. Silius haalde slechts weinig buit, maar wist de vrouw en de dochter van de leider van de Chatten, Arpus, te ontvoeren. Zelf trok hij met zes legioenen op naar de Lippe, waar een fort werd belegerd. De belegering wordt opgegeven. Toen de schepen gereed waren, de voorraden waren verzameld en de troepen waren ingescheept, voer Germanicus over de Gracht van Drusus (Het Pannerdens Kanaal) en vandaar voorspoedig over de meren (d.w.z. het huidige IJsselmeer) en de Oceaan (d.w.z. de Noordzee) naar de Ems. Kort nadat hij was geland, kreeg hij bericht dat de Angrivariers zich tegen hem hadden gekeerd. Germanicus nam wraak door alles in brand te steken en iedereen af te slachten. De Chauken, die onder de indruk waren van de slachting, boden de Romeinen hulptroepen aan. Het eerste contact met Arminius, wiens dood tenslotte een hoofddoel van de Romeinse campagnes was, vond echter pas plaats bij de Weser. De Bataven openden de aanval, maar werden door Arminius in een val gelokt. Chariovalda, de aanvoerder van de Bataven sneuvelde, met veel van zijn edelen De rest werd ontzet door Stertinius en Aemilianus, die met hun ruiterij een minder diepe plek hadden opgezocht. De volgende dag vond er een veldslag plaats op een vlakte genaamd Idavisto, tussen de Weser en de omringende heuvels. Arminius werd verslagen en Inguiomerus raakte zwaargewond. De Germanen sloegen op de vlucht, maar velen werden alsnog gedood, De slachting duurde van het vijfde uur tot in de nacht. Germanicus richtte een groot gedenkteken op van de wapens van zijn verslagen vijanden. Arminius leefde echter nog steeds. Op de terugweg werd de vloot door een storm overvallen en sommige schepen zonken. Enkele schepen standden op verafgelegen eilanden, waar de soldaten omkwamen van de honger of wisten te overleven met het vlees van verdronken paarden. Germanicus zelf landde op de kust van de Chauken. Pas na vele dagen keerden de schepen, sommigen zwaar gehavend en met slagzij, terug. Ze werden ijlings opgekalefaterd en eropuit gestuurd om de eilanden te onderzoeken. Hierdoor kon een groot aantal gestrande soldaten worden gered. Het nieuws van deze ramp gaf de Germanen nieuwe moed, wat voor Germanicus de aanleiding was voor nieuwe maatregelen. Hij liet Gaius Silius met 30.000 man oprukken tegen de Chatten en wierp zich zelf op de Marsen. Hun leider, Mallovendus, had zich namelijk overgegeven en verteld dat er in een naburig woud de adelaar van een van de legioenen van Varus lag begraven en dat die plek niet zwaar werd bewaakt. De aquila werd gevonden, wat Germanicus nieuwe moed gaf de binnenlanden in te trekken en daar dood en verderf te zaaien. Datzelfde jaar mocht Germanicus zich van Tiberius nog een tweede keer laten uitroepen als imperator. In de winter van 16 en 17 keerde hij terug naar Rome en hield er op 26 mei 17 een triomftocht om zijn overwinningen te vieren op alle Germaanse volkeren aan de andere kant van de Rijn, hoewel Arminius, noch de Germaanse stammen werkelijk waren verslagen, en de Romeinen zich alleen gewapend in dat gebied konden begeven. Voor de Romeinen was de ondergang van Varus echter gewroken. In 16 werd er ter ere van hem en Tiberius een ereboog naast de Saturnustempel op het Forum Romanum gebouwd voor het terugwinnen van de aquilae die tijdens de slag bij het Teutoburgerwoud was verloren. De Cherusken kregen daarna nog te maken met een inval van koning In de eerste eeuw na Chr. werden zij door de Chatti onderworpen en gingen zij weldra in andere Germaanse stammen op. In de 5e eeuw maakten zij deel uit van het stammenverband van de Ripuarische Franken. Laatst bijgewerkt: 16-06-02 |