2334

Brittannia (300 - 400 n. Chr.)

Brittannia (200 - 300 n. Chr.); z. ook: Westelijke Provincies (305 -313)

Brittannia maakte met Gallië en Spanje deel uit van het Westelijke deel van het Romeinse rijk dat door verschillende keizers (caesaren of augusti) werd geregeerd.

In 293 stelde Diocletianus (285 - 305) Constantius l Chlorus aan als caesar (onderkeizer) van Gallië en Brittannië, met Trier als residentie. Rond het jaar 303 stuurde keizer Diocletianus zijn medekeizer Maximianus naar Brittannia om alle kerken en Bijbels te vernietigen en alle priesters te doden. In antwoord op Asclepiodotus steun aan deze wreedheden, kwam Cole in opstand tegen de Romeinse machthebbers. Asclepiodotus sneuvelde in de slag die volgde, en Cole (Coel) volgde hem op als koning van Brittannia. Rome was klaarblijkelijk verheugd met de nieuwe Britse koning, en stuurde senator Constantius Chlorus als diplomaat naar Cole. Uit angst voor de Romeinen ontving Cole Constantius, en beloofde belastingen en onderwerping aan de Romeinse wet, zolang hij koning van Brittannië mocht blijven. Constantius ging akkoord met deze voorwaarden, maar een maand later overleed Cole. Constantius huwde Cole's dochter Helena, en kroonde zichzelf als Cole's opvolger. Helena werd later moeder van Constantijn de Grote.

Volgens de legende was Cole (ook wel: Coel) koning van Keltisch Brittannië. Hij zou de stichter en naamgever zijn van de stad Colchester in Essex. Colchester betekent Cole's castle (Cole's kasteel). Deze op legendes gebaseerde vertellingen worden soms gecombineerd met de meer bekende verhalen over Koning Arthur en zijn ridders. Cole was de opvolger van koning Asclepiodotus. Volgens Monmouth was Coel hertog van Kaelcolim (Colchester). 

Ten noorden van de Muur van Hadrianus woonden de Picten, een strijdbaar en barbars volk, welks taal wij niet kennen, maar van welks cultuur wij nog merkwaardige stenen overblijfselen in Schotland en op de Schotse eilanden vinden. Ierland was bevolkt door Keltische stammen van hetzelfde bloed als van de Britten maar zij waren nog niet met het Christendom en de Romeinse beschaving in aanraking gekomen. Het bekendst zijn de Scoten, die later naar Schotland overstaken en dit land zijn naam hebben gegeven. De Saksen vormde de derde en ernstigste bedreiging. Zij bewoonden in die tijd een groot gedeelte van het Noord-westduitse laagland en hun rooftochten naar Brittannië ondernamen zij meestal samen met de naburige Angelen. Ook de bewoners van Jutland deden aan die tochten mee.

Valerius Severus ll (305-306), Constantinus l, (306-335) ; Constantinus ll (337-340), Constantius ll (340-355) Julianus (355-363) Jovianus (363-364)

In de tijd van Valentianus (364-375), augustus van het westen, werden de Britten van alle kanten door vijanden overvallen. In 367 overspoelden barbaarse horden Brittannië. De Spaanse veldheer en latere keizer Theodosius stak met een haastig bijeengeraapt leger het Kanaal over, sloeg de aanvallers terug en strafte de Schotse Picten en de Ierse Scoten grondig af (369). Zijn overwinning gaf de Britten een korte adempauze.

Tijdens het bewind van Flavius Gratianus (375-384) verhief het leger in Brittannia de Spanjaard Magnus Maximus tot keizer. In 383 werd Gratianus door hem onttroond en vermoord. Onder dwang erkende Gratianus' opvolger, Valentianus ll, hem als augustus van Brittannië, Gallië en Spanje. In 388 werd hij verslagen door Theodosius waarna Valentianus ll in zijn macht werd hersteld.

In 392 werd Valentianus ll door de Frankische generaal   Arbogastes vermoord. Na acht jaar bestuursonzekerheid in het westen stierf in 395 Theodosius l (388-395), die het Rijk bijeen had gehouden. Hij werd in het westen opgevolgd door zijn zoon Honorius (394-410).

Brittannië (400 - 577)

laatst bijgewerkt: 07-09-02

colofon