In 1807 keerde Bolívar terug naar Venezuela, nadat Napoleon zijn oudere broer Jozef Bonaparte had benoemd tot koning van Spanje en de Spaanse koloniën. Bolívar maakte in Venezuela deel uit van de verzetsbeweging tegen Spanje.
In 1812 schreef hij het Cartagena Manifesto (Cartageens Manifest), tijdens zijn verblijf in het Colombiaanse Cartagena waarheen hij was gevlucht nadat Francisco de Miranda zich in juli van dat jaar had overgegeven aan de Spanjaarden.
In 1813 leidde hij een invasie in Venezuela. Op 23 mei arriveerde hij in Mérida, waar hij zijn bijnaam El Libertador ("De Bevrijder") kreeg. Op 6 augustus 1813 veroverde hij Caracas, en werd de republiek Venezuela uitgeroepen. Vervolgens trok Bolívar naar Colombia, waar hij de nationalisten aanvoerde en waar hij in 1814 Bogotá veroverde.
In de periode daarna leed Bolívar een aantal militaire nederlagen. Dat dwong hem ertoe om in 1815 naar Jamaica te gaan, waar hij hulp vroeg aan de Haďtiaanse Alexandre Pétion. Met Haďtiaanse hulp wist Bolívar vanaf 1816 weer de nodige gebieden te veroveren.
In 1819 kon heel Colombia gevoegd worden bij het gebied dat niet meer onder Spaanse controle stond. In december van dat jaar riep Bolívar de Republiek van Groot Colombia uit: een federatie die grote delen van het huidige Venezuela, Colombia, Panama en Ecuador omvatte. Bolívar zelf werd president.
In de jaren twintig van de 19e eeuw verlegde Bolívar zijn activiteiten naar Peru en Bolivia. Hij werd in 1822 president van Peru, en leidde de strijd tegen de Spanjaarden om hen ook uit dat land te doen terugtrekken.
In augustus 1825 werd ter ere van Bolívar de Republiek Bolivia naar hem vernoemd.
Intussen was er in de Republiek van Groot Colombia veel onrust ontstaan. Slechts met moeite wist Bolívar de eenheid van de federatie te bewaren. In 1827 viel de Republiek van Groot Colombia uiteindelijk toch uit elkaar. Bolívar trad terug als president in 1828. Simon Bolívar stierf op 17 december 1830 in het Colombiaanse Santa Marta, aan tuberculose.
Laatst bijgewerkt: 13-09-10
colofon
|