4049

Frankrijk - Spanje (1808)

Frankrijk (1807); Napoleon

Problemen in Spanje & Portugal

In mei 1808 vielen Franse troepen Spanje binnen en deden de Spaanse koning  Karel lV en zijn zoon Ferdinand onder druk van Napoleon afstand van de troon. Het Spaanse volk was na de machtsovername door Joseph Bonaparte en de afzetting van hun koning  niet zinnens om lijdzaam toe te zien op deze gebeurtenissen. Op 2 mei 1808 braken er in Madrid rellen uit. De volksopstand in Madrid werd door Murat bloedig onderdrukt en Napoleons broer Jozef Bonaparte werd tot koning van Spanje benoemd. Als reactie hierop volgde van 1808 tot 1813 een bloedige landelijke opstand tegen de Franse bezetters. Plaatselijke junta's gaven leiding aan de guerrillastrijders, die verder werden opgezeept door Spaanse geestelijken die in de Fransen de duivelse vijanden van hun paus zagen. 

De opstand werd een immense ontgoocheling voor Napoleon, die uiteindelijk een leger van 300.000 man naar het gebied stuurde en er nog niet in slaagde om het Iberische schiereiland onder controle te krijgen. De Spaanse guerrillastrijders kregen overigens Britse versterking: midden 1809 landde een strijdmacht onder Arthur Wellesly, hertog van Wellingon, in Portugal. Vier jaar duurde de oorlog en de 300.000 soldaten die daar vochten had hij eigenlijk elders broodnodig.

Rechts: Arthus Wellesley, hertog van Wellington

Links: Het schilderij "De Derde Mei" van Goya, dat de panische doodsangst van de ter dood veroordeelde opstandelingen na de opstand van 2-3 mei 1808 uitschreeuwt.

Het Franse leger hield het Spaanse volk jarenlang in zijn greep. Een wrede guerrillaoorlog teisterde het land.
De Spaanse schilder Francisco Goya (1746-1828) zag de Fransen eerst als bevrijders van de monarchie, maar hij werd ten zeerste teleurgesteld door het wrede gedrag van de bezetter. Hij zag hoe de mensen alle menselijkheid verloren. Tijdens deze oorlog verbeeldde hij op indringende wijze de gruwelen van de oorlog. Zijn schilderijen uit deze tijd vormen onthutsende tijdsdocumenten.

In zijn wereldberoemde cyclus Los Desastres de la Guerra (De Rampen van de Oorlog), waaraan hij in 1810 begon,  laat Goya in 83 etsen de verschrikkingen van de oorlog zien die zijn geboorteland Spanje in 1808 tijdens de opstand tegen Bonaparte onderging en ook zelf onder ogen heeft gezien. Wat onderwerp betreft kan de reeks verdeeld worden in drie groepen: de oorlogsscènes zelf, waarin we o.a. zien hoe de Franse troepen meedogenloos de volksopstand proberen te bedwingen. 

Hierop volgen de hongersnoodscènes (er was in Madrid van september 1811 tot augustus 1812 een hongersnood die het leven kostte aan meer dan 20.000 burgers) en de Caprichos enfâticos (nadrukkelijke Caprichos). Op de etsen met oorlogsscènes en de hongersnoodscènes zijn realistische afbeeldingen te zien. In de Caprichos enfâticos wordt daarentegen een surrealistische wereld getoond. waarschijnlijk bedoeld als versluierde aanvallen op personen, kerk en staat. De gehele serie werd pas gepubliceerd in1863, 35 jaar na de dood van Goya.

Maarschalk Andoche Junot kreeg 27.000 man mee om de regering in Lissabon aan te pakken. Junot miste echter elke vorm van militaire bekwaamheid en was in allerlei schandalen verwikkeld. Het leger dat hij meekreeg bestond uit onervaren soldaten, die nog nooit een slag hadden uitgevochten. 

Links: Junot; rechts koning Joseph Bonaparte

De problemen lieten dan ook niet lang op zich wachten. Toen het leger uiteindelijk Lissabon introk, was het niet meer dan en troep uitgeteerde stumpers, ondermijnd door koorts, onder de modder in lompen gekleed en met verroeste wapens, zonder enige vorm van orde of discipline. Terwijl Junot in Lissabon deed, wat van hem verwacht werd, concentreerde Napoleon zich op de oorlog in Spanje, die in 1808 was begonnen. Op 1 juni 1808 had Napoleon 100.000 man in Spanje gelegerd. De regering van Spanje viel uiteindelijk en alles leek weer voorspoedig te gaan.

Rechts: Overgave van Madrid (4 december 1808)

Maar het noodlot sloeg toch toe. De nieuwe koning van Spanje, hij was net acht dagen in functie, beval een deel van Spanje te ontruimen, waardoor Napoleon zeventienduizend man verloor. Een paar weken later vielen de Engelsen Portugal binnen en versloegen zij het leger van Junot.  De Fransen verlieten Portugal zo snel mogelijk en lieten het land aan de Engelsen over. 

Ook in Spanje ging het daarna van kwaad tot erger. Na de slag bij Bailén (19-07-1808) moesten de Fransen capituleren.

In 1809 bracht Wellington de Fransen bij Talavera de la Reina een zware nederlaag toe.. 

In 1812 werd er in Cadiz door de "Cortes" een grondwet uitgevaardigd naar Frans model.

Links: Napoleon in Astorga met Engelse krijgsgevangen (januari 1809)

Toen Napoleon weg moest uit Spanje, voor een overleg met Alexander (1801-1825) van Rusland in Erfurt, keerde hij niet weer terug naar Spanje, maar liet Joseph Bonaparte, zijn broer, daar de bevelen uitdelen, waar niemand naar luisterde. Napoleon concentreerde zich nu op de opkomende dreiging van Russische zijde, terwijl de Spanjaarden tegen Frankrijk in opstand kwamen, geholpen door de Engelse generaal Wellesly.

In mei 1813 verliet Josef Bonaparte Madrid en op 21 juni volgde de beslissende overwinning bij Wellington op de Fransen. De "Cortes" trok in januari 1814 Madrid binnen en de nieuwe Spaanse koning Ferdinand Vll werd in triomf in Madrid binnengehaald en op de troon gezet nadat hij de nieuwe grondwet had erkend. Ferdinand trok zich echter niet veel aan van de grondwet en regeerde al snel als een absoluut heerser. In die tijd ontstonden er ook veel onafhankelijkheidsbewegingen in Spaans-Amerika en veel landen maakten zich zonder veel problemen los van Spanje. Uiteindelijk bleven alleen Puerto Rico en Cuba in Spaans-Amerika en de Filippijnen in Azië over als koloniën. De troepen van Napoleon hadden zich intussen zich definitief teruggetrokken uit het Iberisch schiereiland. 

Rechts: Ferdinand Vll van Spanje (schilderij van Goya)


Frankrijk (1809-1812)

Gemaakt: 04-03-04