8821 | Brazilië (1600 - 1800) |
![]() |
![]() |
![]() |
Gedurende de 18e en 19e eeuw trokken vele Bandeirantes het binnenland in, op zoek naar goud en indianen die ze tot hun slaven maakten. Bandeirantes, meestal geboren uit een indiaanse moeder en een Portugese vader, waren krijgers die overlevingstechnieken van de indianen en wapens van de Europeanen bezaten. De stroom met kolonisten kwam daarna goed op gang: Jezuïeten en kooplieden kwamen naar Brazilië om zich te vestigen. Dat had grote gevolgen voor de oorspronkelijke bewoners, de Indianen, die slavenarbeid moesten verrichtten op de suikerplantages. Tienduizenden Indianen stierven halverwege de zestiende eeuw aan ziekten, die de kolonisten hadden meegebracht, aan hongersnood en aan de zware, lichamelijke arbeid. De Jezuïeten probeerden de leefomstandigheden van de Indianen wat te verzachten, bouwden onderdak en scholen, maar slaagden daar slechts ten dele in. De suikerplantages waren een groot succes, de kooplieden en de Portugese overheid verdienden er een fortuin aan. Er werden zelfs Afrikaanse slaven, die sterker waren en langer meegingen, naar Zuid-Amerika getransporteerd. |
De succesvolle suikerplantages was de andere mogendheden niet ontgaan, en in de zeventiende eeuw werden de kusten van Brazilië regelmatig aangevallen door andere Europese landen. In 1624 vielen de Hollanders de hoofdstad Salvador aan, onder leiding van Piet Heyn. Deze Nederlandse zeevlootvaarder wist de stad een jaar lang in bezit te houden, maar werden daarna verdreven door de Portugezen. In 1629 veroverden de Hollanders een gebied in het noorden van Brazilië op de Portugezen: Suriname. In 1630 probeerden de Hollanders het opnieuw bij Pernambuco, ditmaal onder bewind van Johan Maurits van Nassau, en wisten meer dan twintig jaar stand te houden, voordat zij door de Portugezen werden weggejaagd. | ![]() |
![]() |
Nederlands Brazilië |
De concurrentie van de suikerplantages werd steeds groter. Toen er op de Caribische eilanden ook suiker werd verbouwd, was de monopoliepositie van de Portugezen voorbij. | ![]() |
![]() |
![]() |
Goudkoorts De opbrengsten uit de suikerplantages werd kleiner, maar er werd een nieuwe bron van inkomsten aangeboord: goud. Avonturiers of bandeirantes trokken het binnenland in en vonden grote hoeveelheden goud in de rivierbeddingen. Brazilië groeide uit tot de belangrijkste goudproducent van de wereld, vooral in het gebied rond Minas Gerais werden grote voorraden goud gevonden. Ook bij de stad Ouro Preto werd veel goud gevonden, en dat trok veel goudzoekers aan. Er woonden in 1750 rond de 80.000 inwoners. Honderdduizenden kolonisten kwamen in de achttiende eeuw in Brazilië, meer dan een miljoen negerslaven uit Afrika werkten op de plantages of in de mijnen. Rio de Janeiro groeide tot een grote stad uit, omdat het goud vooral via deze havenstad naar Portugal werd vervoerd. In 1763 werd Rio de Janeiro dan ook uitgeroepen tot hoofdstad van het land |
![]() |
![]() |
|