11.301 | Brazilië (1800 - heden) |
![]() |
Op 29 november 1807 trok Napoleon’s leger Lissabon binnen. Twee dagen voor deze invasie waren 40 schepen, met de Portugese prins Dom Joao VI, en zijn totale huishouding bestaande uit 15.000 mensen aan boord, al vertrokken richting Brazilië. Toen de prins aankwam in Rio de Janeiro (1808) nam hij direct de macht over in Brazilië.
João VI begon direct aan de opbouw van een nieuwe stad, met paleizen, tuinen en nieuwe gebouwen, de stad groeide tot meer dan honderdduizend inwoners. Inmiddels was de onafhankelijkheidsbeweging op gang gekomen, maar tot nu toe hardhandig de kop ingedrukt. Toen koning João VI terugging naar Portugal, nam zijn zoon Pedro de macht over en onder zijn leiding moest de onafhankelijkheid verder gestalte krijgen. |
![]() |
![]() |
Op 7 september 1822 riep Pedro aan de oever van de rivier de Ipiranga de onafhankelijkheid uit en liet zichzelf tot keizer uitroepen. Pedro was een autoritair keizer, onderdrukte zijn bevolkingen voerde oorlog met buurland Argentinië om de zuidelijke provincie Cisplatina. Maar de oorlog werd verloren en de zuidelijke provincie van Brazilië, Cisplatina werd gevormd tot een nieuwe staat: Uruguay. |
Dom Pedro ll (1831 - 1889) In 1831 werd Pedro opgevolgd door zijn zoon Pedro II, die nog te jong was om te regeren. In de tussentijd werd het land geregeerd door regenten, maar het leidde bijna tot instabiliteit en een burgeroorlog. Op 15-jarige leeftijd kwam keizer Pedro II aan de macht en onder zijn leiding keerde de sterke hand terug. Het nationalisme leidde tot drie oorlogen in de periode 1851-1870 tegen Uruguay, Paraguay en Argentinië. Vanaf 1880 begon de immigratie vanuit Europa. De meeste immigranten waren Italianen, maar er kwamen ook immigranten uit Portugal, Spanje, Duitsland en Japan aan in de haven van Santos. Rond deze tijd was ook de industrialisatie in Brazilië begonnen. |
![]() |
In de tweede helft van de negentiende eeuw was Brazilië uitgegroeid tot een wereldproducent in koffie en uit deze inkomsten ontwikkelde het land zich economisch gezien snel. De macht van de militairen werd steeds groter en dat leidde in 1889 tot de afzetting van de keizerlijke familie. Brazilië werd geregeerd door militairen, maarschalk Deodoro da Fonseca en maarschalk Floriano Peixota waren de eerste presidenten. Rond 1900 kwamen er veel immigranten naar de grote steden, zoals, Italianen, Japanners, Portugezen en Spanjaarden. De bevolking van Brazilië groeide snel, maar ook het verschil tussen arm en rijk werd groter. Onder de bevolking ontstond grote onrust over de gebrekkige sociale omstandigheden en dat had opstanden tot gevolg dat hardhandig door het leger de kop werd ingedrukt. Gemaakt: 19-12-05; laatst bijgewerkt: 24-04-06 |