2628

Lambertus van Maastricht (ca. 400 - 1500)

 De Lage Landen in de Vroege Middeleeuwen; Maastricht (ca. 400 - 1500 n. Chr.)

In de 7e en 8e eeuw was Maastricht het middelpunt van de kerstening in Vlaanderen (Amandus), het gebied tussen de Maas en de Schelde (Lambertus) en in de Ardennen (Hubertus). 

Eind zevende eeuw, begin achtste eeuw verplaatste bisschop Lambertus tussen 670 (672) en 706 de zetel van het bisdom naar Luik, waarmee de Onze-Lieve-Vrouwe en de voormalige Romeinse gedeelten onder gezag kwamen van de bisschop van Luik, die jurisdictie en belastingrecht over dit gedeelte van de stad kreeg.

De naam Lambertus is een samenstelling van de Germaanse woorden "land" = 'land' en "berht" = 'schitterend'. De betekenis is dus: 'Schitterend in het land' of 'Schitterende Landbezitter'. Waarschijnlijk was hij van Merovingische adellijke afkomst.

Lambertus werd waarschijnlijk rond het jaar 638 in Maastricht geboren. Volgens de legende was een vriendelijke knappe knul die daardoor zeer geliefd was in zijn omgeving. Zijn vader gaf hem een godsdienstige opvoeding. Volgens een legende legde hij tijdens een misviering brandende wierrookkooltjes met zijn blote handen in de schoot van zijn koorhemd. Vervolgens bracht hij de kooltjes naar de priester die stom verbaasd zag dat de kooltjes het koorhemd niet hadden verbrand. Later werd Lambertus toevertrouwd aan zijn neef Theodardus, bisschop van Maastricht/Tongeren, die zijn opleiding voltooide. Deze bisschop ging in 669 naar koning Childeric II (662-673), destijds koning van het gehele Merovingische rijk. Enkele zeer machtige personen hadden zich kerkelijke bezittingen toegeëigend en Theodardus wilde met hulp van de Merovingische koning die eigendommen terug zien te krijgen. Onderweg werd de bisschop echter door de machtige personen vermoord en Lambertus werd, met toestemming Childeric II, tot zijn opvolger gekozen.

In 673 werd hij Childeric ll samen met zijn vrouw door een samenzwering van de Neustriërs vermoord (673). Omdat Lambertus in zijn gunst had gestaan, viel ook hij bij de opstandelingen in ongenade. Hij werd verjaagd en vertoefde 7 jaar in de abdij van Stavelot.
Daar gehoorzaamde hij de strenge kloosterregels zeer nauwgezet. Zo wordt verteld dat hij eens midden in de nacht lawaai maakte omdat zijn sandaal op de houten vloer viel. De abt had het gehoord en niet wetend wie het lawaai veroorzaakte beval hij degene die het lawaai gemaakt had buiten bij het kruis te gaan staan.
Lambertus deed dat gehoorzaam en bleef de hele nacht dun gekleed in de nachtkou staan. De volgende morgen ontdekte de abt dat hij bisschop Lambertus buiten had laten staan. De abt vroeg Lambertus om vergiffenis, maar Lambertus vond dat helemaal niet nodig.

Toen Lambertus door Pippijn (Pepijn) ll van Herstal, de machtigste man in Austrasië, weer op de bisschopszetel van Maastricht/Tongeren werd teruggezet ging hij met verdubbelde ijver weer aan het werk. Met hem was ook Willibrord in deze zuidelijke streken werkzaam, die door Pippijn was benoemd tot hoofd van de Christelijke zending in de noordelijke gewesten van het Frankische Rijk. De burcht te Antwerpen werd hem daarbij als verblijfplaats aangewezen. 

In de Brabantse provincie Taxandrië en in de Kempen waren nog steeds velen die zich nog niet hadden bekeerd tot het Christendom en Lambertus zag het als zijn taak hen te bekeren tot het christelijke geloof. Door zijn bekeringsijver werd hij de "Apostel van de Kempen en Taxandrie" (Noord Brabant en de huidige provincie Antwerpen) genoemd. Door zijn geduldig optreden was zijn missiewerk een succes en wist hij velen te bekeren zich te laten dopen. Hij trad echter vaak niet al te tactisch op door de heiligdommen en afgodsbeelden van de plaatselijke bevolking kort en klein te laten slaan. Door zijn bekeringsactiviteiten zijn er aan hem verschillende kerken gewijd. Ook de Moederkerk van Roermond, die later naar St.Christoffel genoemd werd, had oorspronkelijk St.Lambertus als kerkpatroon. 

Pepijn van Herstal leefde al enkele jaren in overspel samen met een concubine, Alpaïs, die ook betrekkingen onderhield met Karel Martel. Lambertus stak zijn kritiek hierover niet onder stoelen en banken. Ook was Lambertus vaak verwikkeld in politieke vraagstukken waarvoor hij meer dan eens voor zijn leven moest vrezen. 

Daarom zwoeren enkele vrienden van Karel en Pepijn, waaronder een zekere Dodo, samen met de dame om de bisschop te vermoorden. Toen zijn dienaren een grote groep gewapende mannen zag aankomen wilde Lambertus zich met het zwaard verdedigen. Maar hij bedacht zich en sprak de gedenkwaardige woorden: "Als ik vlucht, kan ik aan het zwaard ontkomen; als ik stand houd moet ik ofwel vallen ofwel overwinnen, doch nooit zal mij de eindoverwinning ontgaan."
Toen hij op 17 september 706 in Luik bij het graf van zijn voorganger Theodardus aan het bidden was, werd hij op brute wijze met een lans om het leven gebracht. Niet lang daarna werd hij als martelaar vereerd in de gehele streek en genoot hij buiten de landsgrenzen grote bekendheid. 

Hij werd eerst begraven op de begraafplaats te Sint Pieter bij Maastricht, waar in een stenen sarcofaag ook het lichaam van zijn vader, Aper, rustte. Volgens Chapeaville (1612) lag de grafkapel eenzaam aan de oever van de Maas, tegen de oostelijke helling van de heuvel die door de bewoners 'fort' werd genoemd. Deze locatie werd door de Jeker, 'als door een grensrivier', van Maastricht gescheiden. Zijn opvolger Hubertus liet zijn overblijfselen naar Luik brengen, toen die daarheen zelf ook zijn bisschopszetel verplaatste.

Graf van Lambertus in de kathedraal St. Paul in Luik

Gemaakt: 10-10-07; laatst bijgewerkt: 12-07-08

colofon