2627

Hubertus van Luik (ca. 655 - 727)

 De Lage Landen in de Vroege Middeleeuwen; Maastricht (ca. 20 - 400 n. Chr.)

 

 

 

In de 7e en 8e eeuw was Maastricht het middelpunt van de kerstening in Vlaanderen (Amandus), het gebied tussen de Maas en de Schelde (Lambertus) en in de Ardennen (Hubertus).

Hubertus van Luik (655-727) was de laatste bisschop van Maastricht en de eerste van Luik. Over zijn bestaan verschillende beschrijvingen. Hieruit is de legende van Sint-Hubertus uiteindelijk ontstaan. Hubertus was een zoon van de hertog van Aquitanië mogelijk hertog Boggis, Bohgiss of Bodegisel ll, die over Aquitanië regeerde van 632 tot ca. 660 en Oda van Suevia. Boggis was mogelijk een zoon van Charibert ll van Aquitaine en zijn echtgenote Oda. Volgens een andere overlevering was Hubertus geboren rond Voeren, onder Maastricht.

Hubertus ging in de leer bij de Lambertus, de bisschop van Maastricht en Tongeren. Na diens dood rond 705 volgde hij deze op in diens functie. Vanwege de onveiligheid in het toenmalige Limburg (Toxandrië) en de steden Maastricht en Tongeren verplaatste hij in 722 zowel de bisschoppelijke zetel als het gebeente van de heilige Lambertus naar Luik. Van daaruit ondernam hij missies om het christelijke geloof in Brabant en de Ardennen, een in die tijd nog weinig intensief gekerstend gebied, verder te verkondigen, vandaar dat in het zuiden van Nederland en in heel België vele kerken naar hem zijn vernoemd. In sommige streken lijkt het soms wel alsof er maar twee heiligen zijn: Hubertus en Lambertus. Nadat Hubertus in 727 in Tervuren (nabij Brussel overleed, volgde zijn zoon Floribertus hem als bisschop op (in die tijd konden gehuwden nog geestelijke worden, al scheidden ze in dat geval wel vaak van tafel en bed: de vrouw werd meestal zuster

Niet lang na zijn dood, op 3 november 743, werd zijn lichaam overgebracht naar de bisschopsstad Luik. Een jaar later, in 744 werd hij heilig verklaard. Niet lang daarna schreef een anonieme monnik een eerste Hubertusbiografie, de Vita Hugberti. Drie generaties later, werd het stoffelijke overschot opnieuw opgegraven, vervoerd en herbegraven. In 825 kreeg de heilige een definitieve rustplaats in Saint-Hubert, midden in de grote wouden van de eenzame Ardennen.

De legende van Hubertus dateert van later tijd en speelde zich af in Hubertus'jonge jaren. Op Goede Vrijdag van het jaar 683 ging hij op jacht, hoewel dat een zeer oneerbiedige activiteit was op die dag. Hubertus bespeurde een groot wit hert, en joeg er achteraan met zijn honden. Toen hij het hert bijna te pakken had en het dier zich naar hem toekeerde en hem recht in de ogen keek, wilde hij het neerschieten. Op dat moment verscheen er een lichtend kruis tussen het gewei. Een stem zei hem naar Lambertus van Maastricht te gaan. Hubertus begreep de symboliek en de boodschap: hij keerde zich af van zijn vroegere leven van hol en armelijk vertier en reisde naar Lambertus, plaatste zich onder zijn hoede en wijdde zijn leven voortaan aan Christus, het geloof en de Kerk. Tijdens zijn leven zou hij vele wonderen hebben gedaan, zo genas hij iemand van hondsdolheid. Sint Hubertus werd heilig verklaard en staat nu bekend als patroonheilige van de jacht en wordt aangeroepen tegen hondsdolheid en waanzin. 

Hubertus (foto Bert W.)

Het wonderverhaal van Hubertus’ bekering is overigens niet origineel. Het blijkt bijna integraal overgenomen te zijn van een andere, oudere heilige, Sint Eustachius. Deze heette aanvankelijk Placidus en was bevelhebber van het Romeinse leger van keizer Trajanus. Tijdens een jacht kwam hij oog in oog te staan met een wit hert met een lichtend kruis in zijn gewei, terwijl een stem (die van Christus) hem opriep zich te bekeren. De soldaat liet zich daarop dopen, veranderde van naam en werd een gelovig christen.
Waarschijnlijk hebben geestelijken uit Luik en later Saint-Hubert-en-Ardenne het verhaal van Eustachius ingezet om “hun” heilige, Sint-Hubertus, en zijn rustplaats meer status te geven. Dat is mogelijk gebeurd in het begin van de negende eeuw.

De abdij van Saint-Hubert, dat in 687 werd gesticht door Beregius, werd het centrum van de Hubertusverering. Het klooster won nog meer aan prestige nadat de resten van Hubertus’ lichaam er werden herbegraven. De abdij werd herbouwd in 1127 na een grote brand en nog eens in 1568 vanwege een gelijkaardige catastrofe. Een laatste grote verbouwing vond plaats rond 1729. 

Gemaakt: 10-10-07

colofon