4523

Het tweede rijk van de Gökturken (716 - 745)

 Het tweede rijk van de Gökturken (681 - 716)

Kutluq Bilge-Kül <=> Bilge Khan) (716 - 734)

Na de dood van Kapagan dreigde een nieuw gevaar. Itiris' tweede zoon riep zich uit tot de nieuwe keizer van de Gökturken onder de naam Fugiuy-bogiu Kuchuk-Khan , maar tijdens de vredeskultirai niet Kül-Tegin, maar Kutluq Bilge-Kül (een andere zoon van Ilteris) tot khagan uitgeroepen. Deze hield echter Tonyukuk Apartar-Khan en Kül-Tegin als adviseurs aan zijn zijde, waarmee de vrede in het rijk formeel vast hersteld. Met deze heersers begon ook de eigenlijke opkomst van de Oejgoeren.

Kutluq Bilge-Kül wijzigde met succes zijn krijgstactiek: de succesvolste strijders waren de bereden boogschutters. De beste schutters mochten witte valkenveren aan hun helm dragen. In pijlvormige formatie en streng gedisciplineerd vielen zij hun tegenstander aan. Darbij droegen een wapenrusting van hard leer of hard metaal. Kutluq Bilge-Kül wierf ook huursoldaten uit andere volkeren als Mongolen, Tangoeten en Chinezen.

Heersers van het tweede Göktürkse rijk

Kutluk Ilteris Khan <=> Karakhan  Türgesh Khan <=> Idat Shad 680 - 691
Kapagan Khan 691 - 716
Fugiuy-bogiu Kuchuk-Khan 716
Kutluq Bilge-Kül Khan   716 - 734
Yollyg-Tegin Izhan-Khan 734 - 739
Bilge Kutluk Tengri-Khan 739 - 741
Siuan Khan 741
Il-Itmysh Bilge-Khan 741 - 742
Ozmysh Khan 742 - 743
Bomei-Tegin Khan 743 - 745

Kutluq Bilge-Kül breidde vanaf 717 het machtsgebied van de Gökturken steeds verder uit: hij onderwierp alle gebieden van de Zwarte Zee in het westen tot aan Chinan in het oosten en van de Altai tot aan de Hindokush, een gebied dat niet alleen bestond uit steppen, maar ook uit woestijn. Ook de stammen van het Tula-gebied wist hij tenslotte aan zich te onderwerpen, wat zijn voorgangers Idat en Kapagan niet was gelukt. Het rijk van Kutluq Bilge-Küls besloeg nu ca. 18 miljoen km² en omvatte feitelijk het gebied dat de Xiongnu was aangewezen (of door de Xiongnu was opgeëist). Hij voerde de banier (vaandel) in die nu nog wordt gebruikt als teken van de heerschappij der Gökturken: een blauw doek met daarin een wolvenkop. Bij de Gökturken in het Oostrijk was de wolfskop goudgeel gekleurd en bij de Gökturken in het Westrijk groen. 's Zomers trok Kutluq Bilge-Kül met zijn hovelingen door de noordelijke steppen en 's winters trok hij naar het zuiden.

Kül-Tegin overleed in 731 en was Tonyukuk nog de enige raadgever van Kutluq Bilge-Kül, maar deze zou niet lang meer regeren. In 734 werd hij vergiftigd, maar kon op zijn sterfbed nog wel de executie van zijn moordenaars en hun aanstichters meemaken. Het waren leden van de Basmil-stam, die door deze aanslag in ongenade viel. 

Na de dood van Kül Tegin in 731 na Chr. en de moord op Bilge Khan in 734 ging het snel bergafwaarts met het imperium. De belangrijkste reden het terugtrekken van de hoofdstam, de stam Oguz, uit het bondgenootschap.

Yiran (734) - Yollyg-Tegin Izhan-Khan (734 - 739) -  Bilge Kutluq-Tengri (739 - 741) - Siuan Khan (741)

Op de kultirai werd zijn zoon Yiran aangewezen als zijn opvolger, doch deze overleed nog datzelfde jaar. 

In 739 werd diens nog minderjarige zoon Bilge Kutluq-Tengri tot nieuwe heerser werd gekozen. Twee van zijn ooms stonden hem als curatoren ter zijde. In hun handen berustte de feitelijke macht. Il-Itmysh Bilge-Khan (741 - 742) heerste over het westen, Ozmysh Khan, over de gebieden in het oosten. Opnieuw dreigde het Gökturkenrijk in twee rijken uiteen te vallen. 

Toen in 740 de Tang-keizer Tengri als heerser over de Oostturken erkende, nodigde diens moeder Pofu Il-Itmysh Bilge-Khan uit voor een kultirai. Daar nauwelijks aangekomen, werd hij door de lijfwacht van de moeder gegrepen en onthoofd. De Westturken schaarden zich nu onder Bilge Kutluq-Tengri, die zich voortaan „Oghus Khan“ noemde. Ozmysh Khan zag hierin voor hem een bedreiging en viel Tengri aan, waarna hij hem vermoordde (741).

Ozmysh Khagan (Wusumishi) (741 - 744)

Ozmysh Khan dacht nu de macht naar zich toe te kunnen trekken. Onder de naam „Wusumishi“ nam hij de titel van khagan aan, doch als heerser had hij zich niet erg populair gemaakt, vooral niet bij de stammen van het westen verafschuwden hem en de Basmil golden als zijn grootste vijanden. In 744 verenigden de Karluken de stammen van de Basmil en Oghuzen en vielen Ozmysh aan. Bij de gevechten vond hij de dood, waarmee er een eind kwam aan het tweede Gökturkenrijk. 

Bomei-Tegin Khan (744 - 745)

Bomei-Tegin de broer van de in 744 vermoordde Ozmysh Khagan, probeerde nog als „Bomei Khagan“ de macht in het Oostrijk naar zich toe te trekken, maar hij werd al in 745 door samenzweerders van  de Oeigoeren vermoord. De Karluken. Oghuzen en Basmil stichtten nu in het gebied van het Oostrijk het rijk van de Oeigoeren

Oejgoeren; Het rijk van de Seldjoeken (1000 - 1100)

colofon

laatst bijgewerkt: 22-02-08