|
 |
Tussen 1165 en 1185 ontstonden zijn epen Lancelot, Yvain en Perceval, die later door onder andere Wolfram von Eschenbach bewerkt werden. Chrétien de Troyes stierf omstreeks 1190. Over zijn leven is weinig bekend. Tussen 1160 en 1181 woonde hij in Troyes, waar hij als hofdichter in dienst was van Maria, de hertogin van Champagne, een dochter van Eleonora van Aquitanië. Later was hij aan het hof van Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen, die hem stof leverde voor zijn graalroman.
Hij schreef vijf ridderromans rond het Arthur-thema: Érec et Énide, Cligès, Lancelot (opgedragen aan de hertogin), Yvain en Perceval (onvoltooid). Zijn romans zijn vanaf het begin van de 13e eeuw veel vertaald en nagevolgd. Onbekend zijn de bronnen waaruit hij zelf inspiratie heeft geput. Wel is duidelijk dat hij veel belangstelling toonde voor het leven en de liefde aan het hof. Ook heeft hij werk van Ovidius vertaald of bewerkt. Chretien de Troyes was een van de eerste schrijvers die schreef over de Heilige Graal. Hij beschreef het in de ridderroman Perceval.
colofon
Gemaakt: 14-12-05
|