2772

Tartessiërs (ca. 2000 - ca. 60 v. Chr.)

Hispania (219 v. Chr. - 409 n. Chr.)Iberiërs (600 - ca. 60 v. Chr.)

Het dal van de Guadalquivir in Zuid-Spanje (Andalusië) was het gebied van de Tartessiërs of Turdetaniërs. Hun koninkrijk was al in de Bronstijd (2e millennium v. Chr.) ontstaan. Hun hoofdstad was  Tartessus (Tartessos)

De Duitse archeoloog Adolph Schulten dacht dat Tartessus het historische Atlantis was en ging op zoek naar de ruïnes. Helaas heeft de oude stad nooit gevonden. Het blijft tot op de dag van vandaag verborgen. Waarschijn is deze stad onder water en honderden tonnen modder verdwenen. 

Links: Torso met borstplaat (La Alcudia), 4e eeuw v. Chr.

In inscriptie in een ring, gevonden door Schulten in een Spaans vissersdorp schijnt een voorbeeld te zijn van het Tartessische schrift.
De Tartessiërs hadden een hoge beschaving. Ze kenden een eigen schrift en schreven gedichten in proza en tekenden hun wetten op in verzen. Zij dreven handel met vele landen rond de Middellandse Zee. Zij waren wel bedreven in het metaalbewerken. Hun land was rijk aan goud, zilver en vooral koper. In 1923 werd een grote voorrad voorwerpen uit de Bronstijd ontdekt in het gebied van Guadalquivir waar Tharsis waarschijnlijk gelegen heeft. Onder de vele voorwerpen bevond zich o.a. een sikkelvormige speerpunt uit Ierland en enige Cypriotische voorwerpen.

Hun gebied strekte zich uit over geheel Andalusië en Murcia. De Tartessiërs waren de enige grote politieke eenheid van alle Iberische stammen. heersten over andere volkeren, waaronder de Bastetaniërs, de Oretaniërs en de Bastuliërs. 

In het Oude Testament vinden we vele verwijzingen naar dit rijk, daar Tharsis (Tharsish) genoemd. Het land wordt vooral genoemd om haar rijkdom, en vooral om haar zilvermijnen. Uit onderzoekingen  naar Tharsis is gebleken dat de stad lag in de nabijheid van het huidige Cadiz, dat in die dagen Gades heette. De schepen van Tharsis lagen aan de Atlantische zijde van de Pilaren van Hercules, de huidige Straat van Gibraltar. Gades werd later de belangrijkste Fenicische stad aan de Atlantische Oceaan.

Kronieken (vs. 21: "Want des konings schepen voeren naar Tharsis, met de knechten van Huram; eens in de drie jaren kwamen de schepen van Tharsis in, brengende goud en zilver, elpenbeen (ivoor) en apen en pauwen.
Huram was vanzelfsprekend de wereldberoemde koning Hiram van Tyrus, een stad in Phoenicië. Hiram staat bekend als een groot Fenisisch koning, hoewel wetenschappers denken dat de naam als titel voor alle Tyreense koningen, net zoals de naam Inka de naam van alle Quechuan of Inka leiders in Amerika was. Bovenstaand fragment vond plaats in de tijd van koning Salomo (Salomon) (961-922 v. Chr.) van Israël. Er wordt hier geen andere Fenicische stad genoemd, alleen Tyrus en de naam Hiram. Deze handel werd al een lange tijd gedreven. Om het "elpenbeen, de apen en Pauwen" te halen, moesten de schepen van Tharsis een reis maken langs de Noord-West-kust van Afrika, voorbij de Sahara naar Centraal-Afrika, om de producten te verkrijgen. Maar misschien ook toch ook weer niet. In de tijd van de Romeinen, die veel later leefden, was Noord-Afrika, het gebied ten noorden van de Sahara, het territorium van leeuwen, olifanten, giraffen en andere exotische, nu beneden de Sahara levende soorten. De apen zijn of echte apen, of het is een niet zo plezierige verwijzing naar de donkere Afrikaanse mensen, want zelfs de Portugezen uit de 15e eeuw verwijzen naar de Afrikaanse mens als "apen". 

Atlantis. De oude Griekse filosoof Plato, vertelt ons over de zee van modder en puin waar eens het welvarende eiland Atlantis lag. Tharsis lag op de ideale geografische positie om goud te verkrijgen uit het nabij gelegen Sierra Morena gebergte in zuidelijk Spanje. Elpenbeen, apen en pauwen zouden afkomstig geweest kunnen zijn van de nabij gelegen noord- en westkust van Afrika.

Koningen 1, vs. 22: Want de koning [= Salomo] had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.

Psalm 72, vs. 10: De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen;...

Jeremiah 10, vs. 9: Uitgerekt zilver wordt van Tarsis gebracht,...

De goden van de Tartessiërs waren de sterren; zij hadden respect voor ouderen en waren zeer gastvrij en vrijzinnig. Hun laatste koning was Arganthonios, die meer dan 80 jaar over Tartessië zou hebben geheerst. 

Volgens Poseidonius hadden de Tartessiërs een bloeiende landbouw, dankzij de aanleg van irrigatiekanalen: olijfbomen, wijngaarden leverden rijke oogsten. Ook hielden de Tartessieërs vee: runderen, geiten, schapen en varkens. De zoutwinning was een belangrijk onderdeel van de economie. Zout werd geëxporteerd naar Athene in de 5e eeuw v. Chr. Vis, vooral mosselen behoorden  eveneens tot de exportgoederen. 

Waarschijnlijk arriveerden aan het eind van de 9e eeuw v. Chr. de Phoeniciërs in Zuid-Spanje en kwamen zij met de Tartessiërs in contact. Het schijnt dat de twee volkeren in dit gebied geleidelijk met elkaar zijn samengesmolten. 

Links: reconstructie van een heiligdom van de Carthagers/Tartessiërs bij Cancho Roano in centraal Spanje. Het was een enorm groot complex. In dit heiligdom zijn Phoenische invloeden duidelijk herkenbaar.

Gemaakt: 16-06-04

colofon