2767 |
Over de Indus (327 - 323 v. Chr.) |
![]() |
Na de beslissende overwinning in 331 v. Chr. op de Perzische strijdmacht bij de Tigris trok de Macedonische veroveraar |
![]() |
Zijn troepen vochten zich een weg naar het noordwesten, versloegen zowel de Perzische als Indiase strijdkrachten en stichtten er nederzettingen. De meeste koningen gaven zich zonder slag of stoot over, maar enkele deden dat niet, zoals koning Porus die een rijk had in de buurt van de rivier de Hydaspes (326 v. Chr.). Deze koning bleef doorvechten, zelfs toen zijn olifantenleger al gevlucht was. Alexander kreeg bewondering voor de man en vroeg hem om zich over te geven. Deze deed dat en hij werd gespaard en mocht zelfs blijven regeren over zijn rijk, al was Alexander nu wel zijn baas. De Macedonische overheersing zou echter niet lang duren. Alexander was naar India gekomen met het verkeerde denkbeeld dat het een klein schiereiland was en dat de kust voorbij de Indus niet ver meer doorliep. | ![]() |
![]() |
Toen hij de Indus eenmaal was overgestoken realiseerde hij zich dat er enorme, onbekende gebieden voor hem lagen. belangrijker was nog, dat zijn troepen zo afgemat waren in de strijd tegen de Indiase strijdmachten en zo bang waren voor de woeste volkeren en wilde dieren in de onbekende gebieden voor hen, dat ze weigerden verder te gaan. De lange terugtocht door Babylonië door de verzengende woestijnen langs de Arabische Zee verzwakte Aleanders leger en brak zijn macht. Toen Alexander krokodillen zag in deze buurt van de rivier de Akesines dacht hij dat dit de oorsprong van de Nijl was en besloot hij om via deze rivier terug te keren naar Egypte. Toen hij met de voorbereidingen voor de terugtocht bezig was, hoorde hij dat het toch niet de Nijl bleek te zijn, maar dat het een rivier was die in een grote zuidelijke zee uitmondde. Alexander besloot om naar het oosten te trekken, naar de oceaan die daar was. In het najaar van 326 bereikte het leger de Hyphasis. De mannen die er vanaf het begin bij waren geweest hadden inmiddels achttienduizend kilometer afgelegd. Op deze plek kwam hij erachter dat Azië veel groter was dan door de toenmalige geleerden beweerd werd. Hij, opperkoning van Azië, moest dit gebied er dus bij hebben. Maar nu gebeurde wat bij een andere koning of legeraanvoerder al veel eerder was gebeurd: Zijn mannen wilden niet meer verder. Alexander kon niks anders dan besluiten terug te gaan. |
Om terug te komen liet Alexander een grote vloot bouwen van bijna achttienhonderd schepen, en in het najaar van 326 voeren de schepen vol manschappen, zieken, bagage en burgers over de Hydaspes naar het zuiden. Het grootste deel van het leger liep desondanks langs de beide oevers. Er werd nog steeds veel gevochten niet alleen bij de rivier, maar ook verder het land in. Alexander vond het belangrijker om te kunnen veroveren en onderwerpen dan snel naar huis toe te trekken. Het veroveren van zo'n stad kostte hem nog bijna het leven. Alexander was in zijn enthousiasme als eerste over de stadsmuur geklommen en de rest van de soldaten moest nog volgen. De Indiërs begonnen op hem in te hakken en Alexander raakte zwaargewond. De stad werd wel overwonnen en volledig uitgemoord. Na een paar maanden was Alexander weer volledig hersteld en trok hij weer verder. In de zomer van 325 bereikte hij de Indische Oceaan. De vloot zou langs de kust varen en zo proberen in Mesopotamië te komen. Rechts: Alexander wordt ernstig verwond door zijn soldaten weggedragen (uit de film Alexander) |
![]() |
Het leger zou door de woestijn van Gedrosië trekken. De vroegere Perzische koningen hadden het van het westen uit geprobeerd, wat hun niet lukte. Nu zou Alexander laten zien dat hij de echte grote koning was en dat hij het wel kon. De zware tocht duurde twee maanden en kostte duizenden soldaten het leven. Volledig uitgeput kwamen de overlevenden aan in Pura. Hier bleven ze lange tijd rusten. Het leger trok verder en rustte weer. Zo ging het en tijdje door. Tijdens en één van deze rustpauzes kwam een groep die eerder al over land vanuit Indië was weggetrokken aan bij het legerkamp. Weer een stuk verder kwam Alexanders admiraal Nearchos aan bij het kamp. Eerst dacht Alexander dat de vloot vergaan was, omdat er zo weinig manschappen van de vloot in het kamp aangekomen waren, maar toen hij hoorde dat de vloot nog gewoon compleet in de vaart lag, geeft hij van blijdschap meteen een groot feest. Na dit feest vertrok de vloot verder en het ene deel van het leger ging onder leiding van Hephaistion naar Mesopotamië en een ander deel van ruiters en een klein beetje infanterie trok met Alexander naar Persepolis, waar hij in het begin van 324 aankwam. Daar maakte hij plannen voor een nieuwe grootscheepse onderneming: de verovering van het Arabisch schiereiland. Maar voordat hij daaraan kon beginnen overleed zijn vriend Hephaistion. Alexander was zwaar bedroefd. Waarschijnlijk was Hephaiston niet zomaar een vriend geweest, maar had Alexander het hem een homoseksuele relatie. Kort na de dood van Hephaistion zorgden de Cossaeërs voor problemen, een volk dat .woonde in de bergen in Perzië. Alexander trok onmiddellijk ten strijd en onderwierp de Cossaeërs aan zijn gezag. Hierna begon Alexander aan de voorbereidingen voor zijn komende grootscheepse onderneming: de verovering van het Arabisch schiereiland. Tijdens de voorbereidingen sloeg echter het noodlot toe. Alexander werd waarschijnlijk gestoken door een malariamug en werd ernstig ziek. Zelfs de goden konden niks meer voor 'hun' zoon doen en Alexander overleed in Babylon op dertien juli 323 v. Chr., na twaalf jaar geregeerd te hebben.
laatst bijgewerkt: 18-01-05 |