96

Vroeg-Weichsel glaciaal (117.000 - 45.000 jaar geleden)

1 mjg 950 900 850 800 750 700 650 600 550 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50
  Eemien (150.000 - 110.000 jaar geleden)

± 117.000 geleden begon het in Europa opnieuw kouder te worden. De open plekken en weiden in de loofbossen werden onmerkbaar groter. De dichtbegroeide regenwouden rond de Middellandse Zee verdorden en de uitgestrekte wouden van sparren en dennen in het noorden werden langzaam overmeesterd door steppen. 
1 Eemien
2 Weichsel Glaciaal
3 Holoceen
  Er was een nieuwe ijstijd op komst: de Weichsel Glaciaal. Het Weischselien dankt zijn naam aan de Poolse rivier de Wisła, die in het Duits Weichsel werd genoemd. Net als veel andere onderverdelingen van het Pleistoceen, wordt voor het Weichselien in verschillende gebieden een andere naam gebruikt. In Centraal Europa wordt de naam Würm-glaciaal gebruikt, naar de rivier de Würm in Beieren. Op de Britse Eilanden wordt het Weichselien de Devensian glaciation genoemd. In Noord-Amerika wordt de naam Wisconsin glaciation gebruikt, terwijl in de Rocky Mountains het Laat Weichselien de Pinedale glaciation wordt genoemd. Weichselien - Wikipedia

Het Weichsel Glaciaal duurde van ca. 117.000 jaar geleden tot ca. 11.500 jaar geleden, omvat 105.500 jaar (sector 2). In de noordelijke berggebieden viel 's winters meer sneeuw dan in de zomer kan smelten. Jaar na jaar hoopte die sneeuw zich op, vulde de dalen en werd samengeperst tot ijs. Door het enorme gewicht schoof het ijs door de dalen. 's Zomers spoelden stortvloeden van smeltwater het door het schuivende ijs losgeschuurde puin en zand met zich mee. Door de aanhoudende sneeuwval ontstond er op sommige plaatsen een 1½ kilometer dikke ijslaag.

  In deze laatste ijstijd breidde het landijs zich weliswaar niet over ons land uit, maar door het koude klimaat verdwenen in het hele gebied tussen het landijs op Scandinavië tot aan de Alpen de wouden en veranderde het landschap in een onherbergzame toendravlakte bedekt met zand, waarover ijzige gure noordwesten sneeuw- en zandstormen waaiden. 

De zuidelijkste punt van het landijs lag ter hoogte van Sleeswijk-Holstein. Door de lage zeespiegel lagen de Noordzee en de Ierse Zee droog, hier heersten omstandigheden van een poolwoestijn.

Grote delen van Europa werden met stuifzand bedekt. De fijnste zanddeeltjes werden het verst afgezet. Zo ontstond in Zuid-Limburg een löss-dek. In de poolijskap werd zoveel ijs opgeslagen dat de zeespiegel met zo'n 80 meter daalde en de Noordzee vrijwel geheel droog viel.
Noord-Europa werd voor de Neanderthalers onbewoonbaar. Zij trokken naar het zuiden (o.a. de Ardennen), waar het klimaat iets beter was en zij in de holen, grotten of onder overhangende rotsen beschutting konden vinden tegen de bittere kou. 

 

  Zij jaagden op dieren die goed tegen de kou bestand waren, zoals de mammoet, de wolharige neushoorn, de Holenbeer en het edelhert. In ons land zijn van deze Neanderthalers slechts enkele werktuigen gevonden. 
Omstreeks ± 75.000 jaar geleden bereikten Neanderthalers het Midden-Oosten, waar de voorouders van de Moderne mens (Homo Sapiens Sapiens) zich al eerder (omstreeks 120.000 jaar geleden) hadden gevestigd. 

De Neanderthalers in het Midden-Oosten waren afkomstig uit gebieden waar mildere klimaatsomstandigheden heersten dan in Europa. Zij hadden een wat slanker postuur ontwikkeld dan hun westelijke verwanten. Wat uiterlijk betreft waren er niet zulke grote verschillen tussen de vroege Moderne Mensen (Proto Cro-Magnons) enerzijds en slank gebouwde Neanderthalers anderzijds. In ieder geval veel minder dan later (omstreeks 40.000 jaar geleden) tussen de volledig moderne mensen en de robuuste Neanderthalers in West-Europa. Wat betreft aanmaak, vorm en gebruik van werktuigen zijn er eveneens nauwelijks verschillen. Beiden soorten maakten gebruik van de Moustérien techniek. Afwezigheid van verschillen is voor de Levant ook geconstateerd op de andere, archeologisch waarneembare aspecten van gedrag, zoals de jacht, de soorten dieren waarop de jagers het hadden gemunt, de verwerking van de prooien, de inrichting van verblijfplaatsen enz. In West-Azië waren de Neanderthalers en de eerste golf Moderne Mensen naar capaciteiten en gedrag elkaars gelijken.

De combinatie van kouder, droger weer, de gevolgen daarvan én de nieuwe buren (Neanderthalers) was de aanwezige populatie van Moderne Mensen (in bijvoorbeeld Skhul en Qafzeh in het grottengebied oostelijk van Haifa) mogelijk teveel. Zij verdwenen.

Tussen 70 - 60.000 geleden bereikte de Homo Sapiens Zuidoost-Azië en Java en bracht een heel eigen werktuigen-inventaris met zich mee.  

Tussen naar schatting 50 - 40.000 geleden zette een Homo Sapiens groep voet aan wal in Australië. Dit mensentype had een lange en smalle schedel, een kort en smal aangezicht met kleine oogkassen en neus. 

Midden-Weichsel Gaciaal (45.000 - 16.000 jaar geleden)

laatst bijgewerkt: 24-09-02

colofon