92 |
Riss-Saale (Saalien) (ca. 238.000 - ca. 128.000 jaar geleden) |
![]() Omstreeks 238.000 jaar geleden verslechterde het klimaat. Dit was het begin van een nieuwe koude periode, die meer dan 200.000 jaar zou duren. |
I | ![]() |
De hemel licht op. Opnieuw begint een dag, een week, een jaar, een eeuw. Alle dagen zijn aan elkaar gelijk. Bomen en planten komen en gaan. Maar langzaam, onmerkbaar langzaam, verandert er iets. Het wordt kouder. Niet veel, over een paar honderd jaar maar een enkele graad. Maar dat is voldoende om geleidelijk aan de loofbomen het leven onmogelijk te maken. De olifant en het nijlpaard trekken van lieverlee naar zuidelijker streken. Daar kunnen zij de winter beter doorstaan. Langzaam maar zeker wint de kou het van de warmte. Nog altijd wisselen de jaargetijden elkaar geleidelijk af. Op de herfst en winter volgen altijd weer de lente en de zomer. De bloemen gaan als de sneeuw komt; als het ijs verdwijnt komen de bladeren aan de bomen. Nu eens is de zomer warm, dan weer kil, de winters zijn soms streng, soms zacht. |
I | Maar geleidelijk aan werd de gemiddelde temperatuur lager. De bossen stierven af en het land veranderde in een toendra: een vlakte begroeid met mos en lage struiken en hier en daar een berken- of dennenbos. Kudden rendieren, mammoeten, neushoorns en reuzenherten moesten er lange tochten maken om aan voedsel te komen. IJzige stormen gierden over het land. Het sneeuwde steeds vaker. Soms was er een warme dag. Dan smolt de sneeuw. Maar langzaam won de kou het van de warmte. Er kwam meer sneeuw bij dan er af ging. Groter en groter werd het gebied van de "eeuwige sneeuw". Dikker en dikker werd de sneeuwlaag. Door haar eigen gewicht werd de sneeuw steeds meer samengedrukt. De sneeuw onderin werd een zware ijsmassa, het landijs. Heel langzaam kwam het landijs vanuit het noorden dichterbij, meter voor meter. Als voor een bulldozer werd de grond voor de ijsmassa vooruit geduwd. Meren werden opgevuld, heuvels weggeschoven. Bossen werden weggevaagd. |
![]() |
![]() |
Het klimaat in het noordelijke deel van Europa werd ijzig koud De gemiddelde temperatuur lag 18° lager dan daarvoor. De zeespiegel daalde tot meer dan 100 meter beneden het huidige niveau en de Noordzee kwam geheel droog te liggen. Het landijs bereikte zelfs Nederland tot de lijn Haarlem - Nijmegen. Het voortdurende ijsfront schoof de hardbevroren grond, bestaande uit de eerder door de rivieren afgezette grind, zand en leem, in enorme schubben voor zich uit. Toen het ijs daarna weer smolt, zouden deze heuvels als stuwwallen achterblijven als stille getuigen van de enorme krachten die toen op het landschap werden uitgeoefend. |
Tegen deze ijsmassa liep de Rijn vast en zocht een nieuwe uitweg naar het westen, langs de rand van de ijskap. Ook de Maas zocht een nieuwe bedding en boog af naar het westen. Daarna stroomden beide rivieren naar het noordwesten. Daar ontstond aan de zuidelijke rand van het landijs een groot meer, het begin van de Noordzee, die via het Kanaal in verbinding stond met de Oceaan.
Gedurende deze ijstijd was ons land voor mensen onbewoonbaar. Iets beter bewoonbaar was het midden van Europa waar over het algemeen een zachter klimaat heerste. Het landschap bestond daar weliswaar voor het grootste deel uit dicht begroeid en vrijwel ondoordringbaar bos, maar op veel plaatsen werd dit onderbroken door groene open plekken met grasland, waar waterbuffels, bizons, edelherten en rendieren in grote aantallen grazen. Tijdens het Saalien was het noordelijk deel van Nederland bedekt met gletsjers die hun oorsprong hadden in Scandinavië. Ook Ierland en het noordelijke deel van Groot-Brittannië waren in deze periode door landijs bedekt, evenals het noorden van Duitsland en Polen. Ook Noord-Amerika kende een periode van gletsjervorming. Vooral in Drenthe is veel materiaal terug te vinden dat dis afgezet door deze gletsjers, met name de heuvelrug die Hondsrug wordt genoemd. De afzettingen bestaan vooral uit keimergel (meestal verweerd tot keileem), zwerfstenen en fluvioglaciale afzettingen, meestal in sandrs (een sandr is een waaiervormig afzettingsgebied van sedimenten dat door smeltwater voor een gletsjerfront gevormd is. Het smeltwater stroomt voor de gletsjer van de stuwwallen af, hierbij neemt het water materiaal van deze wal mee naar beneden, beneden aan de gletsjer neemt de bewegingskracht af en worden het materiaal afgezet. Sandr - Wikipedia) |
Resten van deze ijstijd zijn op de volgende plaatsen in Noord-Nederland terug te vinden:
Saalien - Wikipedia |
![]() |
± 128.000 jaar verbeterde het klimaat. De ijskap trok zich definitief terug uit ons land, de stuwwallen achterlatend.
laatst bijgewerkt: 07-07-08 |