620 Wezels (Mustela nivalis)

Placentale zoogdiereren) Insectivoren Laurasiatheria Cimolestes Carnivoren (Roofdieren) Caniformia Miacidae Mustilidae (Marterachtigen) Wezels (Mustela)

De wezel is het kleinste Europese roofdier. De vrouwtjes zijn zelfs nog een stuk kleiner dan de mannetjes. Ze zijn zó klein, dat ze muizen tot in hun gangenstelsels kunnen achtervolgen. De wezel doet enigszins denken aan een lange, slanke, zeer snelle muis. Hij verplaatst zich dikwijls in golvende sprongen van 30 cm. De meeste kans om een wezel te zien is als hij weg oversteekt, met gestrekt lijf en snel bewegende pootjes. De lijn tussen de bruine boven- en de witte onderdelen is bij de wezel onregelmatig (in tegenstelling tot de hermelijn). Wanneer hij zich strekt om de omgeving af te speuren (het zogenaamde 'kegelen'), wordt de onregelmatige flanklijn goed zichtbaar. Hij bezit bij de mondhoeken dikwijls een bruine keelvlek. De staart is volkomen bruin en korter dan die van de hermelijn. De staart is ook nooit zwart op het einde. Bij ons krijgt de wezel geen witte wintervacht.

Wezels bewonen een groot aantal biotopen: bossen, moerassen, duinen, wei- en akkerland. De enige eisen die de wezel stelt aan zijn omgeving zijn de aanwezigheid van voedsel (voornamelijk woelmuizen, maar ook bosmuizen, vogeltjes, eieren, kikkers en insecten) en een goede schuilplaats. Waar woelmuizen ontbreken, ontbreekt de wezel ook. Ze bewonen oude muizen-, ratten- en konijnenholen en holtes onder boomwortels, houtstapels en fundamenten van schuurtjes. Wezels zijn zowel overdag als 's nachts actief. De mens is door bejaging, vergiftiging via muizen en het autoverkeer de belangrijkste vijand van de wezel. Soms wordt een wezel gevangen door een uil, een vos of een huiskat.

Gemaakt: 30-12-04

colofon