215 |
Spinnen (Araneae) |
|
In de orde Araneae (Spinnen) zijn drie subordes te onderscheiden.
Elke spin behoort tot een familie, in de familie worden geslacht (genus) en soort (species) onderscheiden. Een kruisspin behoort tot de familie Araneidae, het geslacht Araneus en de soort diadematus. Het oudste fossiele draadje van een spinnenweb is 190 miljoen jaar oud, maar daarvan weet niemand of de spin Areneoidea lijmdruppeltjes aan zijn webdraden bevestigde. Het draadje zit nog steeds in het barnsteen en er is nog niet chemisch aangetoond dat het om spinrag gaat. Maar de draaddikte (0,003 mm) en de vorm, grootte en rangschikking van de eveneens gefossiliseerde lijmdruppeltjes heeft iedere twijfel weggenomen. Vermoed wordt dat de draad afkomstig is uit een web dat bestond uit een paar kleverige draden die op hun plaats werden gehouden door niet-kleverige zijde. De kleefdraden zaten vaak aan boomschors vast en hadden dus een zekere kans om in een harsdruppel te worden opgenomen. Barnsteen is gedossiliseerd hars. Voor de bekende wagenwielwebben is de kans dat kleverige draden in hars terechtkomen veel kleiner. Rechts: De meest bekende Europese spin is wel de kruisspin (Araneus diadematus) |
![]() |
Spinnen kunnen al zeker 410 miljoen jaar zijde spinnen. Dat is duidelijk uit bestudering van fossiele spinnen. Het is echter onduidelijk wanneer spinnen webben gingen maken om er prooi mee te vangen. De zijden draden zijn ook te gebruiken als "klimtouw" en om er zwevend op de wind mee naar verre oorden te migreren. De Areneoidea's hebben ooit de kleverige webdraad geïntroduceerd. De prooi blijft dan in het web kleven, wat de vangsten enorm doet toenemen, Wanneer dat kleverige web ooit voor het eerst is gesponnen was onduidelijk.
De oudste spinnenwebdraad ooit gevonden zit in een 130 miljoen jaar oud stuk barnsteen, dat al in 1969 in Libanon is opgegraven. Het stuk barnsteen ligt in het Staatliches Museum für Naturkunde in Stuttgart. Het 4 gaat om een mm. lang stukje zijdedraad is, voorzien van lijmdruppeltjes, dat kenmerkend is voor webdraden van de spinnen uit de Araneoidea-familie. |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Regelmatig worden spinnen wel eens verward met insecten. Een paar opvallende verschillen toont aan dat het hier om een andere klasse gaat. Een zeer opvallend kenmerk is dat een spin acht poten heeft terwijl een insect er maar zes bezit. | ![]() |
Sesia apiformis, wespvlinder, een insect | Dolomieten fimbriatus, een spin |
De ogen zijn ook verschillend. Insecten hebben samengestelde (facet) ogen terwijl spinnen vaak meerdere op zich zelf staande enkelvoudige ogen met lenzen hebben. Spinnen hebben geen antennen. Nadere bestudering laten nog meer verschillen zien. Er zijn ook veel overeenkomsten. Een belangrijke overeenkomst is dat beiden een extern skelet (exoskelet) hebben. De harde delen zitten aan de buitenkant terwijl die bij zoogdieren inwendig zijn (de botten). Het hart bevindt zich op de rug. Ademen vindt plaats met behulp van tracheeën en of boeklongen. Het zuurstoftransporteiwit is geen hemoglobine maar hemocyanine.
Spinnen komen in veel grotere hoeveelheden voor dan je zou verwachten. Een studie in Engeland telde gemiddeld 130.8 spinnen per vierkante meter in een weiland. Dat zijn er 130 miljoen per vierkante kilometer. Een gemiddelde spin eet ongeveer 0.089 g insect per dag. Als we even gaan rekenen dan zou Nederland met 15 miljoen inwoners en een oppervlakte van 36150 vierkante kilometer ongeveer 5000 miljard spinnen tellen. Zij zouden in drie dagen alle Nederlanders kunnen opeten. Maar gelukkig eten spinnen geen mensen. Ze zijn wel goed voor 116 kg insect per dag per hectare. De meeste spinnen zijn niet gespecialiseerd in de keuze van hun prooi maar het zijn wel bijna altijd insecten. Insecten zijn in het algemeen nuttig, hoewel ze wel lastig kunnen zijn. Of de spin nuttig is of niet is niet te beantwoorden. We hebben ze nodig voor het juiste evenwicht. |
![]() |
Het lichaam van de spin bestaat uit twee duidelijk van elkaar te onderscheiden delen. Het stevige met chitine beklede kopborststuk (prosoma of cephalothorax) en het zachte achterlijf (abdomen of opisthosoma) worden door een (pedicel) met elkaar verbonden. De bovenkant (rug) van de spin wordt de dorsale kant genoemd en de onderkant de ventrale zijde. De acht poten zijn aan het kopborststuk bevestigd. Verder zijn er nog twee kaken (cheliceren) en twee tasters (palpen) met, bij de mannetjes, aan het eind hiervan een bulbus wat gevuld kan worden met zaad die mannetjes gebruiken om het sperma bij de vrouw in te brengen. Op de prosoma bevinden zich meestal acht ogen. In Europa komen er ook nog zes-ogige spinnen voor. Buiten Europa kan je spinnen aantreffen met nul tot wel twaalf ogen. |
![]() |
In het lichaam bevindt zich een uitgebreid zenuwstelsel (blauw). De hersenen zitten in het kopborststuk en het hart aan de voorkant van het abdomen op de rug (rood). Het hart klopt met een frequentie van 30 tot 70 slagen per minuut maar kan oplopen bij inspanning of opwinding tot wel 200 slagen per minuut. Aan de achterkant van het abdomen bevinden zich de spintepels (wit), deze zijn verbonden met klieren die eiwitten produceren. Door deze eiwitten te mengen ontstaat er een polymeer dat de spindraad vormt. De geslachtorganen en de eierstokken (wit) bevinden zich tussen de boeklongen (oranje) en de spinklieren. Het spijsverteringskanaal (geel) loopt door het hele lichaam. Aan het eind hiervan (groen) bevindt zich het ontlastingssysteem. |
Gemaakt: 03-01-07 |