213

Spin- en Schorpioenachtigen (Chelicerata)


Arthopoda (Geleedpotigen) Spin- en Schorpioenachtigen (Chelicerata)
Bij deze onderstam van de Arthopoda (Geleedpotigen) zijn kop en borststuk gefuseerd tot cephalothorax (= kopborststuk). Zij missen de kaken, die de Mandibulata wel hebben.

In deze groep hebben de voorste segmenten alleen de onderste ledematen behouden. Meestal gaat het om de voorste zes segmenten, waarvan het eerste (de chelicerae) de monddelen vormt, het tweede paar is omgevormd tot antennes en de overige vier paar zijn poten. Dieren uit deze groep hebben dus meestal acht poten. De achterste segmenten hebben alleen de bovenste ledematen behouden en hebben een functie voor de ademhaling. Bij spinnen vormen ze de boeklong.

Tot de Chelicerata behoren de

Klasse Merostomata
Klasse Arachnida (Spinachtigen)
Klasse Pycnogonida (Zeespinnen)

Zeespinnen komen wereldwijd voor in zeeën tot op een diepte van 6000 meter. Er zijn wel 1160 moderne soorten, van een paar milimeter tot 90 centimeter groot. Het oudst gevonden fossiel van een zeespin 425 miljoen jaar oud. Fossielen van zeespinnen zijn uiterst zeldzaam omdat de dunpotige diertjes zo fragiel zijn dat ze niet bewaard blijven. Daardoor hebben wetenschappers moeilijk kunnen bepalen waar de zeespinnen precies moeten worden ingedeeld in de stamboom van het leven. Vroeger werden de zeespinnen ingedeeld in een afzonderlijke onderstam van de Arthropoda. Tegenwoordig vormen de zeespinnen een klasse binnen de Chelicerata.

(bron: NRC Handelsblad, p. 45; 24-10-04)

laatst bijgewerkt: 19-06-06

colofon