210

Mandibulata (Uniramia en Crustacea)


Arthropoda (Geleedpotigen) Mandibulata

De Mandibulata zijn een onderstam van de stam der Geleedpotigen (Arthropoda)

Van de meer dan 30 miljoen soorten dieren die de planeet heden ten dage bevolken behoren naar schatting 10 miljoen tot de Mandibulata van de Geleedpotigen (Arthropoda). Daarmee is dit fylum het soortenrijkste taxon. Mandibulata komen wereldwijd voor, maar zelden in maritieme milieu's. Ze zijn vrijwel in elk denkbaar habitat denkbaar, op het land en in zoet water. Opmerkelijk is dat er maar zeer weinig soorten op of in zeel leven. Ze worden onderverdeeld in:

Uniramia of Tracheata.
In deze groep heeft elk segment het bovenste paar ledematen verloren. Alle uitsteeksels (vleugels, antennes, poten) zijn ontstaan uit het onderste paar ledematen van een segment. De ademhaling gebeurt in deze groep door tracheeën: een inwendig buizenstelsel dat in contact staat met het externe milieu.
De onderstam Uniramia wordt onderverdeeld in
  • Superklasse: Myriapoda (veelpotigen)
  • Chilopoa (Duizendpoten)
  • Diplopoda (Miljoenpoten)
  • Pauropoda
  • Symphyla
  • Superklasse: Hexapoda (zespotigen)
  • Orde: Diplura
  • Orde: Protura
  • Orde: Collembola (springstaarten)
  • Klasse: Insecta (insecten)
Crustacea (of Kreeftachtigen met o.a. kreeften, garnalen, watervlo, pissebed, vlokreeftje)

Mandibulata worden gekenmerkt door het ontbreken van vertakkingen in de poten en andere aanhangsels. Zij staan in de systematiek ook bekend als Uniramia (één tak). Het lichaam wordt gekenmerkt door drie delen: de kop (cephalum), het borststuk (thorax) en het achterlijf (abdomen). Het borststuk en het abdomen zijn echter aan de buitenkant niet altijd even makkelijk te onderscheiden. Om te groeien of van vorm te veranderen wordt er een nieuw buitenste gedeelte van de huid (exoskelet) aangelegd en de oude afgeworpen. Bij een vervelling wordt dus niet de hele huid vervangen, want daarbij zou het organisme acuut aan uitdroging sterven. 

Veel Mandibulata kennen een metamorfose. Uit de eieren ontwikkelen zich eerst nimfen of larven die door vervelling een aantal juveniele stadia doormaken en uiteindelijk volwassen worden en daarbij de definitieve vorm krijgen. Buiten de eigenlijke insecten komt het veel voor dat de dieren als adult ook nog enige keren vervellen zonder te groeien of van uiterlijk te veranderen.

De meeste Mandibulata planten zich seksueel voort. Bij de Hexapoda komen er ook vormen van ongeslachtelijke voortplanting of parthenogenesis voor. Bij de Mandibulata hebben zich kaken ontwikkeld om het voedsel mee te kraken en te vermalen. De Chelicerata (Spin- en schorpioenachtigen) missen een dergelijke kaakstructuur. De Mandibulata hebben één paar antennen

laatst bijgewerkt: 19-03-08

colofon