221

Spinachtigen (Arachnidae)

Arthopoda (Geleedpotigen) Chelicerata (Spin en Schorpioenachtigen) Arachnidae (Spinachtigen)
In de wereld zijn circa 70000 species van de klasse Arachnidae beschreven. Daarin zijn 1960 primitieve spinnen en 40.000 moderne spinnen bekend. Van de elf ordes maken de Acarina (mijten en teken) en de Araneae (Spinnen) 90% van de beschreven species uit.  

Omstreeks 430 miljoen jaar geleden - tijdens het Siluur - verschenen de Spinachtigen (Arachnidae). Spinnen zijn jagende dieren. Om aan voedsel te komen zijn ze aangewezen op andere dieren. Beide groepen behoren tot de stam der Geleedpotigen (Anthropoda).

 

Volgens deze systematiek behoort de Klasse Arachnidae tot de onderstam Chelicerata (Spin- en Schorpioenachtigen) van de stam (fylum) Arthropoda 

Tot de Klasse Arachnidae behoren de volgende Orden:

  • Spinnen (Araneae)
  • Schorpioenen (Scorpiones), Zeeschorpioenen
  • Pseudo-schorpioenen (Pseudoscorpiones)
  • Solifugids (Solfiguae), 
  • Tartarida (Schizomida), 
  • Zweepschorpioenen (Amblypygi en Uropygi)
  • Mini zweepschorpioenen (Palpigradi)
  • Rinucleids (Ricinulei), 
  • Mijten en Teken (Acari)
  • Hooiwagens (Opiliones)
Aan de Middellandse zee komen we de schorpioenen tegen. 
Het lichaam van een schorpioen bestaat een groot kopborststuk, het prosoma, en een geleed achterlijf, het opisthosoma, waaraan zich een staart bevindt die is uitgerust met een gifangel. Aan het kopborststuk zitten vier paar stevige poten, één paar tasters en één paar scharen. 
Bij nauwkeurige bestudering kan één paar zwarte puntoogjes op de kop ontdekt worden. Sommige schorpioenen kunnen voor aan de kop nog meer kleinere ogen hebben. 

links: Schorpioen, Euscorpius italicus  

De gifangel wordt maar zelden gebruikt om de prooi te doden maar wordt voornamelijk voor de verdediging gebruikt en soms toegepast bij de vangst van grotere prooidieren. De steek van een schorpioen kan voor de mens zeer onplezierig zijn en soms de dood veroorzaken.

Een vrij onbekende schorpioensoort is de Bastaard- of Pseudo-schorpioen (orde Pseudoscorpiones). Een zeer klein beestje van enkele millimeters lang dat tussen afgevallen loof, mos, boomschors en in mollen- en vogelnesten leeft. Ze hebben in verhouding opvallend grote scharen die bij mannetjes net zo lang kunnen zijn als de rest van het lichaam, maar geen staart en geen gifangel.  

Nog kleiner dan de bastaardschorpioenen zijn de Teken en Mijten (orde Acari). In een ongelooflijke vormendiversiteit vindt men mijten terug in een velerlei biotopen zoals woestijnen, in het water, tussen loof, in meel, in de vloerbedekking en zelfs met honderdduizenden in het matras waar ze zich tegoed doen aan menselijke huidschilfers. Zelfs in haarzakjes en zweetklieren van mensen zijn mijten aangetroffen. 
Teek, Ixodes ricinus   Fluweelmijt, Trombidium holosericeum  
Een paar eiwitten uit de ontlasting van de huisstofmijt veroorzaken allergie en astma. Een zeer opvallenden mijt is de knalrode fluweelmijt. Deze kan regelmatig in de tuin worden aangetroffen. Teken zijn de laatste tijd erg in de aandacht, omdat ze na een beet de ziekte van Lyme kunnen overbrengen.  
Hooiwagens (orde Opiliones) worden vaak voor spinnen aangezien. Bij hooiwagens zijn de twee delen van het lichaam versmolten. Ze hebben acht poten, tasters en als scharen werkende monddelen. Hooiwagens gebruiken geen gif om hun prooi te doden en maken ook geen spindraad. Boven op het lichaam bevindt zich één paar ogen die zijwaarts gericht zijn. Ze voeden zich met andere geleedpotigen, ongewervelden, dode organismen en zelfs met uitwerpselen. Veel hooiwagens zijn kortbenig, hoewel sommige species enorm lange poten kunnen hebben.  

Laatst bijgewerkt: 19-11-03

colofon





Hooiwagen, Mitopus morio  
Hooiwagen, Phalangium opilio