233

Pantservissen (Placoderma)

  Gewervelde dieren Vissen Agnatha (Kaakloze vissen) Placoderma (Pantservissen)

De Pantservissen of Plaatvissen zijn een klasse van de onderstam gewervelde dieren. Hun bloeitijd kenden zij in het Devoon

Ostracodermii, dit is een groep Pantservissen 'zonder kaken' en zijn vergelijkbaar met de tegenwoordige Prikken. Zij leefden in het Siluur en het Devoon in voornamelijk zoetwater, van deze groep is betrekkelijk weinig bekend, één groep in deze klasse miste het kopschild, Anaspida.

Placodermii, een groep Pantservissen 'met kaken' en leefden van het Devoon tot in het Perm en zouden nog het meest verwant zijn met de Beenvissen en de Longvissen.

Rechts: de Dunkleosteus, een grote pantservis van 6 meter lengte uit het Laat Devoon. Het dier leefde in de binnenwateren van Noord-Amerika. 

Pantservissen hadden een zware gepantserde kop en nek waar een scharnierend punt in zat, waardoor ze de bek ver konden openen. De rest van hun lichaam was naakt met een lange haaivormige staart. Pantservissen hadden hadden geen tanden. Het benige pantser fungeerde als vlijmscherpe tanden die zelfslijpend waren. Het waren opvallende vissen met een wit-zilveren buik en rode rug. De pantservissen waren heel succesvol en ze bevolkten zowel de zoete als de zoute wateren tot het eind van het Devoon, toen ze uitstierven als gevolg van een verkoeling van het klimaat en een daarmee gepaard gaande daling van de zeespiegel.

Een orde binnen de Pantservissen waren de Rattenstaartpantservissen (Ptyctodontida) Deze kleine vissen leefden gedurende het Laat-Devoon (ca. 375-360 miljoen jaar geleden). Zij hadden slechts een kort ringvormig rompschild en kopschild aan de achterzijde van de kop. Uit deze orde ontwikkelden zich de Kraakbeenvissen (Chondrichthyes).

Bron: Natuurinformatie - Rattenstaartpantservissen)

Rechts: Long- en Pantservis
Laatst bijgewerkt: 19-03-08

colofon

Boven: De Xenacanthus was ca. 70 centimeter lang. Hier achtervolgt hij een groep primitieve vissen van de familie Palaeoniscidae.