624 Otters (Lutrinae)

Placentale zoogdiereren) Insectivoren Laurasiatheria Cimolestes Carnivoren (Roofdieren) Caniformia Miacidae Marterachtigen (Mustilidae) Otters

Onderfamilie Otters (Lutrinae)
  • Geslacht Amblonyx
    • Kleinklauwotter (Amblonyx cinereus)
  • Geslacht Aonyx
    • Kaapse otter (Aonyx capensis)
  • Geslacht Enhydra
    • Zeeotter (Enhydra lutris)
  • Geslacht Lontra
    • Rivierotter (Lontra canadensis)
    • Chungungo-otter (Lontra felina)
    • Langstaartotter (Lontra longicaudis)
  • Geslacht Lutra
    • (Europese) otter of visotter (Lutra lutra)
    • Gespikkelde nekotter (Lutra maculicollis)
  • Geslacht Pteronura
    • Reuzenotter (Pteronura brasiliensis)

Zeeotters leven bijna hun hele leven in zee en leven van schaaldieren. 

De otter (Lutra lutra) wordt in zoetwatergebieden en ook op rotsige zeekusten aangetroffen. Hij leeft vooral daar waar bomen en struikgewas langs de waterkant hem genoeg bescherming bieden. Watervervuiling en de intensieve jacht met speurhonden, maar ook het oprukkende verkeer hebben ertoe bijgedragen dat de otter bij ons een zeldzaamheid geworden is.

Uit een otterachtige voorouder ontwikkelden zich in het Mioceen (ruim 20 miljoen jaar geleden) de Zeehondachtigen (Phocidae)

De otter is een schuw, terughoudend en solitair levend dier dat vooral 's nachts actief is. Meestal jaagt hij in langzaam stromend water of in overstromingsgebieden, en hij is soms in een nacht kilometers ver weg op zoek naar voedsel. Zijn sporen zijn in de modderige oevers van beekjes en rivieren te vinden. Daar is hij ook het meest kwetsbaar, en raakt hij soms in een val die voor een ander dier werd opgezet. Zijn solitaire levenswijze maakt dat de otter een groot territorium nodig heeft. De otter controleert het gebied regelmatig en markeert het territorium op verschillende plaatsen met zijn ontlasting. Vrouwtjes met jongen bezitten een kleiner territorium binnen dat van het mannetje.

Voortplanting
Otters zijn het hele jaar paringsbereid. Binnen het territorium van een mannetje leven in de regel twee of meer vrouwtjes. Zodra zij paringsbereid zijn, zoekt het mannetje hen afwisselend gedurende enkele dagen op in hun hol. De worp, die normaal gesproken uit twee tot drie jongen bestaat, wordt in het leger geboren. Dat is een hol onder de grond dat bijvoorbeeld onder de wortels van een grote boom dichtbij het water gegraven is.
Otters betrekken ook wel eens oude konijnenholen.
De jongen zijn de eerste zes weken van hun leven volkomen hulpeloos en overleven en groeien slechts dankzij de moedermelk. Het mannetje speelt geen rol bij het grootbrengen van de jongen.
Na acht of negen maanden verwijderen de jongen zich voor het eerste gedurende korte tijd van hun moeder. Met twaalf maanden zijn de jonge otters volledig zelfstandig.

Voedsel en jachtgewoontes
De otter eet voornamelijk vis (vandaar dat hij ook wel visotter genoemd wordt). Hij is bij de jacht niet erg kieskeurig, maar kiest het liefst voor een buit die hij tamelijk makkelijk kan vangen. De otter schijnt het liefst paling te eten. Daarnaast eet de otter ook wel kreeftjes en waterinsecten als die voorhanden zijn, alsook watervogels, kikkers en zelfs jonge konijntjes. Otters die dichtbij de kust leven, voeden zich verder ook met krabben, grondels en allerlei andere daar levende zeedieren. De otter is onder water uitgesproken behendig. Hij vangt vissen na een achtervolging, waarbij hij zijn prooi vaak op sterk begroeide plekjes in het nauw drijft, ze van onder aanvalt en met zijn scherpe tanden en krachtige kaken grijpt. De jongen leren met een week of twaalf zwemmen zodra ze hun eerste waterdichte vacht hebben.

Gemaakt: 30-12-04

colofon