1152

Vroege Predynastieke culturen (6000 - 4000 v. Chr.)

Afrika (10.000 - 1000 v. Chr.)
± 6000 v. Chr. drong vanuit het oosten een volk het Nijldal binnen, waarvan de beschaving in bepaalde opzichten overeenkwam met die van het oude land van de twee rivieren (Mesopotamië). Dit volk, dat bekend staat als de "Dienaren van Horus", onderwierp de autochtone bevolking in de zuidelijke Nijldelta, die de god Seth vereerden. In het noorden, waar de "Dienaren van Horus" zich hadden gevestigd, ontstonden verschillende stadsstaten. De namen van dieren, die de afzonderlijke stammen vroeger gebruikten als symbolen, werden gebruikt als namen voor de beschermgoden van deze stadsstaten. Hieruit zouden later de namen van de verschillende door de Egyptenaren vereerde goden ontstaan. 

In het 6e millennium voor Chr. slaagden de bewoners van het Nijldal er in de rivier te temmen. Langs de bedding ontstonden akkertjes, omringd door dijken. De bossen werden gerooid en de moerassen drooggelegd. Ook leerden zij hun akkers te bevloeien. Uit het Nijldelta-gebied werd de ploeg ingevoerd, evenals het gebruik van de os als trekdier, wat voor de boeren een enorme omwenteling betekende. Door graanveredeling verkreeg men een betere kwaliteit graan en hogere landbouwopbrengsten. Er ontstond handel en ook een begin van nijverheid. Ze leerden vlas verbouwen en verwerken tot linnen, bakten potten en woonden in onderkomens van leem en riet.

De eerste cultuurfase van de Predynastieke periode omvat de vroege predynastieke culturen die her en der door Egypte verspreid waren, zoals Merimde in ca. 4700 v.Chr. en Badari in ca. 4500 v.Chr. Slechts resten van de begraafplaatsen van deze culturen zijn bewaard gebleven, van de nederzettingen zelf is niets gevonden.

Tot de oudste predynastieke culturen in het Boven-Nijldal behoort de Badari-cultuur, genoemd naar de vindplaats el-Badari nabij Asyut. De Badari-periode omvat het tijdvak van ca. 5500 - 3800 v. Chr. Het is moeilijk te zeggen of deze nieuwe cultuur door de bestaande bewoners van elders is ingevoerd of dat deze gepaard ging met de komst van immigranten naar de Nijldelta.

In de Nijldelta vestigden zich mogelijk aan het eind 6e millennium mensen, die voornamelijk leefden van de landbouw en veeteelt. Hun cultuur was niet Afrikaans, maar vertoont overeenkomsten met die van de bewoners van het toenmalige Palestina en Syrië. Wellicht leefde een deel van de deltabevolking zelfs van de handel, want het is vrij zeker dat er via de Sinaï handelsverkeer met omliggende streken bestond. Omtrent hun levenswijze is helaas nog veel onbekend. Het aantal vindplaatsen is zeer gering. De oudste vindplaats (± 5000 v. Chr.) ligt bij de plaats Merimde Beni Salame

Rond 5000 v. Chr. trokken veel bewoners uit het Sahara-gebied, gedwongen door de droogte die het noorden van Afrika geleidelijk veranderde in een woestijn, naar het zuidelijke deel van het dal van de Nijl om zich te vestigen zich langs de oevers als jagers en vissers.  

Nijldal en Nijldelta-gebied (4000 - 3500 v. Chr.)

laatst bijgewerkt 11-10-09

colofon