1325

De uitvinding van het wiel in Europa (± 3500 v. Chr.)

West- en Midden-Europa in het Midden- en Laat-Neolithicum; Strijdbijlcultuur (ca. 3100 - ca. 2500 v. Chr.); De uitvinding van het wiel in Soemerië

Het wiel is een van de belangrijkste uitvindingen uit de geschiedenis. Het trekken ging nu veel lichter en er konden zwaardere lasten over grotere afstanden worden vervoerd. Het begon met het wiel, maar al snel kwam men op het idee van een soort as met aan beide zijden een wiel. Zo ontwikkelde men karren en wagens. 

Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw bestond er geen discussie over waar het wiel was uitgevonden. Zo'n technologische uitvinding kon alleen hebben plaats gevonden in een hoogwaardige beschaving waar ze het schrift kenden en aan stedenbouw deden. Bijvoorbeeld in Mesopotamië. In Uruk was op een Soemerisch kleitablets schriftteken gevonden, dat op een wagen lijkt. Datering: vierde millennium voor Chr. Kortom: de wieg van het wiel had in Soemerië gestaan. Europa, met zijn bescheiden boerennederzettingen, hobbelde daar een paar honderd jaar achteraan. De in het veen in Drenthe gevonden schijfwielen wezen er op dat het wiel hier ca. 2800 v. Chr. zijn intrede had gedaan.

Dit lange tijd onwrikbare beeld is de laatste jaren aan het wankelen gebracht door nieuwe vondsten en een betere datering van de al bekende vondsten. 

In het uitgebreide veengebied rond de stad Oldenburg werden de afgelopen jaren ongeveer tachtig veenwegen gevonden. De oudste, in 1996 gevonden, dateert uit ca. 4500 v. Chr. De vraag is: hadden er ook wagens over heen gereden? In 1989 werden bij het Noordduits Flintbek twintig meter lange wielsporen gevonden naast een graf uit het midden van het vierde millennium v. Chr. Uit dezelfde tijd dateert een vaas met een primitieve afbeelding van een vierwielige kar, die bij Bronocice in het zuiden van Polen is gevonden.

Links: een houten schijfwiel, gevonden in het veenmoeras bij Glum. Landkreis Oldenburg (1880 - 1740 v. Chr.)

De overtuigendste vondsten zijn de soms vrijwel complete houten wielen en assen. In Zuid-Duitsland en Zwitserland zijn tot nu toe 24 wagendelen gevonden. De meeste stammen uit het begin van het derde millennium, maar drie zijn er zeker ouder dan 3000 v. Chr. De oudste en ook recentste Europese vondst. in 2002 gepubliceerd, komt uit Slovenië. Bij drainagewerkzaamheden in het veen bij Ljubljana kwamen een wiel en een as tevoorschijn die tussen 3500 en 3250 v. Chr. worden gedateerd.

De vondsten dateren dus uit dezelfde tijd als de afbeelding op het kleitablet uit Uruk. Maar dat geldt ook voor vondsten op de Oost-Europese steppen. Daar werden omstreeks 3500 v. Chr. werden al wagentjes gebruikt, mogelijk voortgetrokken door paarden. In ons land werd een tweewielig karretje uit ca. 3200 v. Chr. gevonden, dat veel overeenkomsten vertoond met deze wagentjes. Het werd gezien als bewijs dat de Strijdbijlcultuur (3100-2500 v. Chr.) door afstammelingen van Indo-Europese ruiters en veeboeren uit Centraal-Azië naar West-Europa werd gebracht. Tegenwoordig wordt aangenomen dat de Strijdbijlcultuur niet door migranten is verspreid, maar zich uit de Trechterbekercultuur (3700-3100 v. Chr.) heeft ontwikkeld

In het noorden van de Kaukasus en in de Indus: in nederzettingen van de zogeheten Tripolj'e-cultuur ten noorden van de Zwarte Zee zijn terracottafiguren gevonden, waarvan de benen onderaan doorboord zijn. Waarschijnlijk zijn het de gaten voor een as en duiden ze erop, dat ook op de steppen al vroeg het draaiprincipe van het wiel bekend was. Uit de graven van de Majkop-cultuur in de Kaukasus komen wagens en uit hun nederzettingen kleine modellen van klei. En ook in Harappa in Pakistan vonden archeologen in 1996 een terracottamodel van een wagen met wielen.

Het gebied waar de oudste wielen en wagens, modellen en afbeeldingen zijn gevonden strekt zich uit van Noord-Duitsland tot de Indus en het Nabije Oosten. Volgens sommige archeologen is het vanwege deze verspreiding niet mogelijk dat het wiel in één streek is uitgevonden en vandaar razendsnel verder is verspreid. Archeologen houden er ook rekening mee dat de vondsten die tot nu toe zijn gedaan een vertekend beeld kunnen geven. Het ene gebied is archeologisch beter onderzocht dan het andere, of kent betere conserveringsomstandigheden. Verder is het van belang dat de verschillende archeologische vondsten op hun eigen waarde worden geschat. Zo mag je ervan uitgaan dat er in Uruk pas een schriftteken met een wagen is gekomen, toen de wagen in die maatschappij al enige tijd een normaal verschijnsel was. 
Een uitvinding komt nooit zo maar uit de lucht vallen. Bij het wiel en de wagen gaat het om de combinatie van drie technologische aspecten: het draaien van een wiel om een as, de bevestiging van een wagen op de as die transport van personen en goederen mogelijk maakt en het gebruik van de trekkracht van dieren. Het valt niet te verwachten dat alle drie aspecten pas bij de uitvinding van wagen en wiel zijn ontwikkeld. Zo acht men het mogelijk dat het oudere gebruik van de spinklos, de pottenbakkerschijf, de rolzegel of het rolhout aan de basis hebben gestaan van het draaiende wiel. Sleeën kunnen op hun beurt de voorlopers van wagens zijn geweest. 
Een Soemerisch pictogram uit Uruk vormt hiervoor een aanwijzing, evenals enkele kleimodellen uit nederzettingen van de Tripolj'e-cultuur en een meer dan 5000 jaar oude slee die in de Franse Jura is gevonden. Het gebruik van trekdieren impliceert dat dieren al gedomesticeerd waren, dat ze getraind waren om lasten te trekken en dat de mensen beschikten over de kennis hoe de trekkracht van de dieren op de wagen kon worden overgebracht. Onderzoek heeft duidelijk gemaakt, dat de Bandkeramiekcultuur in Europa mogelijk in het zesde, maar zeker al in het vijfde millennium v. Chr. gebruik maakte van ossen. 
Het is ook goed te beseffen dat de uitvinding voor een samenleving zin en nut moet hebben gehad. Het terrein moest bijvoorbeeld begaanbaar zijn of begaanbaar gemaakt kunnen worden. Aangezien Europa toen grotendeels woud was, is het uitgesloten dat de wagens daar voor bovenregionale contacten is gebruikt.

Verder moet de nodige technische kennis aanwezig zijn om van een boom wielen en een as te maken. De wielen die in Zwitserland zijn gevonden zijn bijvoorbeeld van esdoorn. Dat hout is elastisch, zet niet uit, krimpt niet, is buigzaam en niet te zwaar. Het enige nadeel is dat het vrij snel slijt. Om dat te ondervangen zijn de Zwitserse wielen gehard in vuur.

Tenslotte moet worden bedacht dat als een cultuur geen wagens gebruikte, dat niet wil zeggen dat de technische kennis ontbrak. Een goed voorbeeld is het Oude Egypte. Vóór de uitvinding van het spaakwiel en de invoering van de door paarden getrokken snelle, lichte en wendbare strijdwagen, speelden wagens daar nauwelijks een rol, hoewel de Egyptenaren die getuige afbeeldingen wel het wiel kenden. De maatschappelijke behoefte ontbrak. Transport ging vooral over de Nijl. Over land, door de woestijn hadden de Egyptenaren niets aan zware, logge wagens. Daar gaven ze de voorkeur aan ezels en later, vanaf de eerste eeuw na Chr., aan kamelen.

Gemaakt: 30-09-04

colofon