De Jamnacultuur (van het Russische яма "kuil") of kuilgrafcultuur of okergrafcultuur is een cultuur uit de periode van de overgang van kopertijd naar bronstijd, ongeveer 3600 v. Chr. tot 2300 v. Chr. tussen de Bug, Dnjiestr en de Oeral. Het was een overwegend nomadische cultuur, maar dichtbij rivieren werd wat landbouw beoefend en er zijn wat forten op heuvels gevonden.
Kenmerkend voor de cultuur zijn de begrafenissen in koergans (tumuli) in kuilgraven waarin het lijk achteroverliggend met gebogen knieën werd bijgezet. De lichamen werden bedekt met oker. Er zijn gezamenlijke graven in deze koergans aangetroffen, vaak als latere toevoegingen. Van belang zijn de dieroffers die bij begrafenissen werden gebracht (runderen, schapen, geiten en paarden), een kenmerk dat in verband wordt gebracht met Proto-Indo-Europeanen en met Proto-Indo-Iraniërs.
|
 |