3501

Brittannia (1 - 100 n. Chr.)

z. ook: Europa (1 - 100 n. Chr.)
Strikt gesproken had, wat de doorsnee Romein betreft, het eiland Brittannië, in de Oceaan gelegen tegenover de kust van de bewoonde wereld, er niet moeten zijn. Deze opvatting lijkt tot op zekere hoogte te verklaren waarom het de Romeinen zoveel tijd vergde om Brittannië bij het Rijk in te lijven.

In 55 en 54 v. Chr. deed Julius Caesar een poging het eiland te veroveren. Hij stuurde zijn legioenen eerst naar de Gallische kust. Ze deden dat met tegenzin; enkele legioenen weigerden zelfs naar dit kustgebied te trekken, omdat ze absoluut niet naar Britannië wilden. Uiteindelijk werden ze uiteraard gedwongen om hun bevelen te accepteren. Ook de Romeinse galleien ging het niet voor de wind. De Kelten hadden veel betere schepen die eigenlijk heel veel op de latere koggeschepen leken. Deze schepen waren veel sneller en wendbaarder dan de Romeinse galleien.

De kustlijn bij  Walmer Castle is vermoedelijk de plaats waar Julius Caesar en zijn troepen gedurende de twee Romeinse expedities in Britannie aan land gingen. Aanvankelijk was het plan in de buurt van Dover te landen, maar toen ze daar langs vaarden zagen ze er lijnen met Keltische krijgers die de Romeinen stonden op te wachten. Nadat ze op Deal Beach waren geland waren er enkele gevechten geleverd met de Britten die gebruik maakten van strijdwagens..

De meeste Kelten in Brittannië woorden daar al eeuwen lang; andere waren gevluchte stammen uit Noord-Gallië. De economie was zeer goed; er werd zelfs handel gedreven met de mediterrane gebieden. De jaarlijkse graanopbrengst en de bevolkingsgrootte waren ongeveer even hoog als die in de tijd van koningin Elizabeth in1570. Minstens zeven stammen hadden de winning van tin, ijzer en koper in handen.Vier dagen na de landing trokken de Romeinen, gedwongen door het feit dat ze geen cavalerie hadden en doordat de galleien beschadigd waren door de storm, terug naar Gallië.

In 54 organiseerden de Romeinen een veel groter expeditieleger met in totaal 800 schepen die 2000 ruiters en 5 legioenen vervoerden. Ze voeren in de nacht van zes juli weg uit de haven van Boulogne en landden de volgende dag op een strand tussen Deal en Sandwich.Toen de Britten zo’n groot Romeins leger zagen trokken zij zich landinwaarts terug om hoger gelegen gebied in te nemen. Caesar gaf onmiddellijk het bevel landinwaarts te marcheren naar de rivier de Stour 12 mijl van waar ze geland waren.

Bij het aanbreken van de dag op 8 juli 54 v. Chr. vielen de Romeinen het fort bij de Stour aan (later de stad Canterbury). Ze verjoegen de Britten met gemak. Zij trokken zich terug op een heuvelfort. De Romeinen kregen te horen dat door een storm die nacht de meeste van hun schepen op de kust waren gelopen. Het hoofdleger trok zich terug naar de kust waar ze 40 schepen te pletter geslagen aantroffen. Voor de veiligheid moesten vervolgens de troepen een fort bouwen waar alle 760 overgebleven schepen in konden aanleggen. 

Gedurende de tien dagen dat aan het fort werd gebouwd, werd er een groot Brits leger op de been gebracht onder het bevel van Cassivellaunus die regeerde over de Catuvellauni-stam aan de noordkant van de Thames. De Briiten raakten slaags met de Romeinen bij de kruising van de weg met de rivier de Stour. De Britten gebruikte strijdwagens met krijgers erin die speren gooiden, maar ook met krijgers met zwaarden.

Na een lang en bloedig gevecht werden de Britten door de Romeinen verslagen. Cassivellaunus trok zich terug naar de andere kant van de Thames. De bossen ten noorden van de Thames waren een ideaal terrein voor een guerrillaoorlog. De Britten vernietigden alle lokale voedselbronnen en gebruikten strijdwagens om de legionairs bij verrassing aan te aanvallen.

Van de locale bevolking kwam Caesar de locatie te weten van Cassivellaunus’s geheime burcht, vermoedelijk het heuvelfort Weathanpstead aan de westkust van de Lea bij St. Albans. Zelfs toen Caesar aan zijn poorten verscheen, besloot Cassivellaunus zijn bondgenoten in Kent het Romeinse strand te laten aanvallen. Deze aanval mislukte en Cassivellaunus gaf de strijd op.. Tijdens de onderhandelingen hoorde Caesar over problemen in Gallië en besloot terug te keren. De Romeinse legioenen verlieten Brittannië en kwamen de eerste 97 jaar niet meer terug.

Pas vrijwel een eeuw later ondernam keizer Claudius (41 - 54 n. Chr.), die triomfen in oorlogen buitenslands nodig had, in 43 n.C. opnieuw een invasie van Brittannië. 

Het zuiden werd spoedig onder de voet gelopen, waarop de stichting van de provincie Brittannië volgde, met de hoofdstad te Londinium, waarvan de overblijfselen onder de huidige City of London liggen. Zelfs de opstand van de Iceni onder hun koningin Boudicca, hield de Romeinen niet tegen in hun pogingen -die nooit volledig succes hadden- het gehele eiland in hun macht te krijgen.

 

De Romeinen deden dat vooral met het oog op de handel. Claudius zag hier echter ook zijn kans om roem te behalen als veldheer. De zege leek bovendien gemakkelijk te behalen, want de Kelten waren daar, net als overal, in een aantal staatjes versplinterd. Met het voorwendsel een Britse vorst te willen beschermen, vielen de Romeinen het land van de Britten binnen. De Britten verdedigden zich dapper, maar op den duur konden zij de Romeinse legioenen niet tegenhouden. 

Links: Deal Beach

Toen het werk met het zwaard gedaan was, verscheen de keizer in eigen persoon. Na twee weken het bevel te hebben gevoerd kon hij naar Rome terugkeren en de triomf vieren waarnaar hij zolang had verlangd. Het bleef zijn grote trots, dat hij elf Britse koningen had overwonnen en de grenzen van het Romeinse Rijk tot over de oceaan had verplaatst. Daarna werd de verovering van Brittannië voortgezet tot aan de streek ten noorden van de Theems. Onder de "bescherming" van Romeinse vestingen vestigden er zich vele Romeinen. Er braken nog wel enkele opstanden uit, maar die konden spoedig worden onderdrukt. Onder latere keizers werd de Romeinse heerschappij over Brittannië verder uitgebreid, behalve echter over Wales en Schotland. 

laatst bijgewerkt: 17-03-03

Colofon