4053

De gruwelijke terugtocht (19 oktober - 12 december 1812)

De laatste overwinning Smolensk en Borodino

Vijf weken nadat Napoleon Moskou was binnengetrokken, op 19 oktober 1812, net nadat de winter was ingezet, begon Napoleon met honderdduizend man de desastreuze aftocht. Vijf weken te laat, zoals later zou blijken. Cavalerie - de "ogen en oren van het leger" - bezat hij nauwelijks meer. Kanonnen had hij daarentegen te veel (nog 570) en paarden veel te weinig. Bovendien moesten de paarden de duizenden karren met oorlogsbuit trekken. Het moet een zonderlinge tocht geweest zijn. Zo ver het oog reikte zag men karren in allerlei soorten en maten, zwaar beladen met de schatten van Moskou: bontjassen en sjaals, goud en zilver, schilderijen, zelfs complete bibliotheken, alles, maar dan ook alles werd meegesleept.   

 

Deze reusachtige "trein" bespoedigde de ondergang van het leger. Meer dan 16 kilometer per dag kon niet worden afgelegd. En dat terwijl snelheid juist geboden was. Het merendeel van de buit moest onderweg trouwens worden weggegooid, omdat de karren vastliepen in de modder of onder hun lading bezweken. 

En toen deed de beslissende factor in de ondergang van het Franse leger zijn intrede: de kou. De resten van het eens zo omvangrijke leger werden verder uitgedund door de hongersnood en de winterkoude. In Moskou had het leger zich goed voorzien van voorraden en nieuwe paarden, maar op het traject Moskou-Smolensk sloeg het noodlot toe.

De paarden konden de lasten niet dragen, waardoor complete artillerie divisies moesten achterblijven. De gewonden die niet op eigen krachten mee konden met de rest van het leger, werden zonder pardon achtergelaten. Toen de Russen weer langs Borodino trokken, lagen alle lijken van de vorige slag er nog, zestigduizend rottende lijken herinnerden het Franse leger aan deze bloedige slag.

Naploleon trachtte eerst nog de Russische opperbevelhebber Koetoezov, ten zuiden van Moskou, tot een slag te bewegen. Toen dat mislukte, besloot hij langs dezelfde weg terug te keren als hij gekomen was. Dat was een noodlottige beslissing. Geen dorp stond meer overeind, alles was op de heenweg al vernietigd en in brand gestoken. Voedsel was nergens te vinden. De rantsoenen die uit Moskou waren meegenomen, waren al na een week op. Honger bedreigde het leger. Chaos stak overal de kop op. Tienduizenden achterblijvers probeerden wanhopig het leger bij te houden.
Bij de honger voegde zich de kou. Was het in de laatste weken van oktober nog zonnig en helder weer, begin van november viel de winter in. Op 5 november viel de eerste sneeuw, half november vroor het al 14 graden en tijdens de laatste week van november zakte de temperatuur tot 20 graden onder nul, terwijl een ijzige poolwind over de vlakte joeg. Niemand reed meer paard. Ook de officieren van wie velen geen wagens of koetsen meer hadden, gingen te voet. Tienduizenden stierven door honger, uitputting en vrieskou.

Toen het leger, dat eens ruim een half miljoen soldaten telde in Smolensk aankwam, waar ze hoopten voedsel te vinden, telde het nog maar een kleine 40.000 man. Honderden soldaten bleven ‘s ochtends na een stop bevroren achter, doordat de temperatuur al dagen niet meer boven het vriespunt was gekomen. En daar boven op, krijgt het leger ook nog korte aanvallen van de kozakken te verduren, die het leger opjagen, zonder dat ze het tot een echte veldslag laten komen.

De overtocht van de Berezina (25-28 november 1812)

Dan komt het leger uiteindelijk aan op die plaats, die in geen enkele beschrijving van Napoleons veldtocht naar Rusland ontbreekt: de Berezina. Deze rivier was nog niet dichtgevroren, waardoor het leger in de problemen kwam. 

Achter zich Koetoezow, die het Franse leger als sinds het vertrek uit Moskou achtervolgde, links en rechts ook Russische legers en voor zich de ijskoude rivier de Berezina, waarin de Hollandse pontonniers zo snel mogelijk probeerden een brug te slaan. De Russische legers rukken op en het Franse leger probeert zo snel mogelijk de rivier over te steken. Wat niet over de brug kan, probeert zwemmend de overkant te bereiken. Door de ijskoude stroom sterven nog eens duizenden soldaten van het Franse leger. Meestal eindigt een beschrijving over de Russische veldtocht van Napoleon bij de overtocht over de Berezina. 
De rivier die de laatste slag toekent aan het eens zo grote leger. Maar, het leger was nog maar net ter hoogte van Minsk, een heel eind van Frankrijk verwijderd. En pas nu trad de winter echt in. Temperaturen van 28 graden onder nul worden gemeten, hele divisies vriezen weg in een nacht. Dan neemt Napoleon een belangrijke beslissing. 

Hij besluit om het leger te verlaten en alleen terug te keren naar Frankrijk. Het leger trok verder, een spoor van lijken achterlatend, tot de ca. 50.000 overlevenden op 8 december in Wilna (Vilnius) aankwamen. Een dag later (9 december) verschenen ook de kozakken en er begonnen hevige gevechten in de straten van Wilna, tussen de Fransen en de Russen, die verschrikkelijk wraak namen op de Fransen. Ongeveer 10.000 man verliet Wilna niet meer, althans niet levend. Met tientallen tegelijk werden de lijken de stad uitgesleept, om in massagraven begraven te worden. De komst van de legers zorgde er ook voor, dat er tyfus uitbrak in de stad, waardoor ook vele onschuldige burgers stierven. Toen de graven vol lagen, werden de lijken midden in de stad verbrand. Napoleon was een paar dagen daarvoor, op 5 december de stad ontvlucht en was op weg naar Parijs.

Het troepje mannen dat de stad verliet kon nauwelijks nog een leger genoemd worden, het was een bende wat verder trok richting Frankrijk. Toen het leger de rivier de Njeman, de grens tussen Rusland en Polen, overstak, dachten ze dat ze het ergste hadden gehad. Maar toen trok een nieuwe vijand de Fransen: de vlektyfus. Honderden soldaten, die alle gevaren en ontberingen hadden overleefd, moesten het hier ontgelden. Slechts een paar honderd man kwam uiteindelijk in hun thuisland aan. De verliezen van Franse kant waren enorm, maar die aan de Russische kant waren nog groter. Ruim een miljoen mensen waren er gesneuveld aan Russische zijde. De enigen die levend en wel in Frankrijk terugkeerden, waren Napoleon en een paar van zijn trouwste medewerkers. Op 18 december 1812 eindigde de rampentocht naar Rusland.

Onophoudelijk werden de militairen aangevallen door kozakken, de cavalerie die los van het Russische leger opereerde. Naar schatting 60.000 van deze woeste ruiters zwermden om de troepen heen. Nooit gingen zij een rechtstreekse confrontatie aan. Ze beperkten zich tot korte aanvallen en maakten daarna onmiddellijk dat ze wegkwamen. Het ging hen vooral om buit. Kleine afdelingen werden plotseling overvallen, groepen achterblijvers werden gevangengenomen, van alles beroofd en naakt achtergelaten of verkocht aan boeren, die de gevangenen uit wraak doodmartelden. Het ging er steeds barbaarser aan toe. Daaraan heeft ook Napoleon bijgedragen door - voor hem zeer ongebruikelijk - te bevelen dat Russische krijgsgevangen zonder pardon moesten worden doodgeschoten en dat alle dorpen, steden, kerken en landhuizen moesten worden verbrand en vernield.

Uiteindelijk bereikten minder dan 50.000 man de Poolse hoofdstad Warchau. (Napoleon zou, toen hij was teruggekeerd in Frankrijk verkondigen dat zijn leger door de weerselementen werd verslagen, om zijn militaire nederlaag te verhullen) 

Op 12 december kwamen de schamele restanten van de Grande Armée, volledig uitgeput, verhongerd, doodziek, half bevroren en in lompen gehuld Vilnius binnen, zo'n 100 kilometer van de Poolse grens. In een paar dagen veranderde de stad in één groot kerkhof. Naar schatting hebben 40.000 militairen uiteindelijk de Niemen en het veilige Polen weten te bereiken, ruim 1100 kilometer van Moskou. De paarden waren, op enkele duizenden na, alle bezweken. De keizer zelf had het avontuur ongeschonden doorstaan, al had zijn prestige een geduchte knauw gekregen. Hij had op 5 december het leger verlaten om in de recordtijd van acht dagen Parijs te bereiken, waar hij na een goede nachtrust de staatszaken weer op zich nam. Bijna even belangrijk was, dat ook 2000 officieren de tocht naar Rusland hadden overleefd. Zij vormden het kader van het nieuwe leger dat Napoleon half januari 1813 al weer op de been had gebracht.

Frankrijk (1812 - 1815)

laatst bijgewerkt: 05-08-02