4313 |
Fotografie (1824) |
![]() In 1824 slaagde Joseph Nicéphore Niépce in het gehucht St. Loup de Varennes ten zuiden van Châlons sur Saône erin de allereerste gefixeerde foto ter wereld te maken. Na een belichtingstijd van maar liefst acht uur had Niépce ene niet al te scherpe foto in handen waarop de duiventil, de perenboom en het dak van de schuur in zijn tuin zichtbaar waren. Op het enige bewaarde exemplaar - dat uit 11826 dateert - is links nog een net het raam te zien van de kamer, waaruit Niépce de foto nam, want met zo'n lange belichtingstijd was het, met het oog op veranderende weersomstandigheden, niet handig om buiten te fotograferen. Jaren van experimenteren waren er aan vooraf gegaan. Al in 1816 lukte het Niépce om een papieren afdruk te maken van zijn duiventil, maar onder invloed van daglicht verdween de afbeelding snel. In de daarop volgende acht jaat zocht Niépce, die geizen het vereiste zonlicht alleen 's zomers kon werken, tevergeefs naar ene methode om een blijvend beeld te krijgen. De combinatie van bitumen (asfalt), lavendelolie, doium en zilverleverde uiteindelijk in september 1824 het gewenste resultaat op: de afbeelding bleef bestaan, ook buiten de zelfgebouwde camera obscura van Niépce. De uitvinder was al 59 toen hij de ontdekking van zijn leven deed en van het eens forse familiekapitaal, onder meer bestaande uit wijngaarden en boerderijen, was toen bijna niets meer over. Samen met zijn broer Claude had de rentenierende Niépce het geld gestoken in de uitvindingen: ze experimenteerden namelijk niet alleen met fotografie, maar ook met een verbrandingsmotor en de loopfiets. Hun passie ging zo ver dat Claude emigreerde naar Engeland waar het uitvindersklimaat veel gunstiger was en de verbrandingsmotor wellicht geld zou opleveren. |
De fotografie bestond al in 1837, Het was een uitvinding van de Fransman Daguerre. De foto's werden genomen op een glasplaat. Het maken van een foto was echter een ingewikkeld karwei. je had een donkere kamer nodig om de platen te verwisselen. Verder duurde iedere opname 3 à 4 seconden, zodat degene die gefotografeerd werd, onbeweeglijk moest blijven zitten, anders mislukte het portret. Bovendien kon je het toestel beter niet meenemen naar buiten om een mooi landschap te fotograferen, want een camera met een voorraad platen woog vele kilo's, Omstreeks 1890 verving Charles Eastman de glazen platen door een rolfilm van celluloid. Hij bouwde de eerste boxcamera. Fotograferen werd nu veel eenvoudiger. Je trok aan een snoertje om de sluiter te spannen en drukte op de knop om de opname te maken. Een soort hendel wond de film op. Op zo'n rolfilm maakte je honderd ronde foto's van 11 centimeter middellijn. Als de rol vol was, zond je het toestel naar de fabriek. |
![]() |
Daar ontwikkelde men de film, drukte men de foto's af en zette men een nieuwe film in het toestel. Kodak, de fabriek van Eastman, maakte dan ook reclame met de zin: "U drukt op de knop, wij doen de rest!" laatst bijgewerkt: 05-08-02 |