8192 | Liefde te koop - Prostitutie in Amsterdam 1500 - 1809) | ![]() |
![]() |
![]() |
Voor 1578 was hoer een weliswaar niet erg eervol, maar wel getolereerd vrouwenberoep. In de late 15de eeuw waren hoerhuizen alleen toegestaan in de Pijlsteeg en Halsteeg ( nu Damstraat ). Ze werden geëxploiteerd door de dienaren van de schout die zo toezicht hielden en deels hun eigen salaris verdienden. Vanuit andere buurten brachten Buren soms van hoererij verdachte vrouwen met tromgeroffel naar deze twee stegen. Nadat Amsterdam zich in 1578 had aangesloten bij het protestantse kamp beschouwde de Gereformeerde Kerk alle seks buiten het huwelijk als hoererij. Hoererij, het houden van sekshuizen en alle buitenechtelijke seks zoals overspel werd door Kerk en overheid verboden, hoewel het stadsbestuur vaak wel een oogje dicht deed. Wat moest men anders in een stad waar regelmatig zeelieden aankwamen, op zoek naar vertier en vrouwen? Rechtbankverslagen getuigen van de regelgeving van de overheid. Het Spinhuis, de gelijknamige vrouwengevangenis, was een attractie in die tijd om de gevangen vrouwen te bekijken. Links: Adriaen van de Venne, Wat maeckmen al om gelt, 1625. Boedapest, Szépmüvészeti Múzeum |
In de 17de eeuw waren er, ondanks het verbod op hoererij, prostituees te vinden in heel Amsterdam. Exclusiviteit en zichtbaarheid bepaalden de hiërarchie en verdiensten: courtisane of maintenee, 'camernumphie' in een stil huis, allemanshoer in een publiek huis of op straat als nachtloopster of kruishoer. Tippelen was altijd lastig in Amsterdam vanwege het klimaat en het gebrek aan afwerkplekken, zoals parken. Sommige vrouwen werden hard aangepakt die op straat hun klanten wierven. De kerk drong regelmatig bij de stedelijke overheid aan op optreden tegen prostitutie en andere overtredingen van Gods geboden. De burgemeester legde vaak de klachten van de kerk naast zich neer. In de 17e en 18e eeuw werd het verbod van prostitutie op grote schaal overtreden. Soms werd een prostitutie streng vervolgd, soms gedoogd. Maar de betaalde ontucht was niet uit te bannen in een havenstad als Amsterdam, waar zeelieden na maanden op zee vertier en vrouwen zochten. Voor veel vrouwen was prostitutie een manier om het hoofd boven water te houden. Wie eenmaal hoer was, kwam moeilijk aan eerbaar werk. Bordeelscène, schilderij van Nicolaus Knüpfer (c. 1603-1655) |
![]() |
Prostitutie was vooral te vinden in kleine hoerhuizen waar een hoerenwaardin en één of twee meisjes woonde. Soms waren dit openlijke huizen, vaak ook stille huizen. Een typisch Amsterdams fenomeen was het speelhuis of musico, waar muziek werd gespeeld en waar gedanst kon worden. Iedereen kon er, zonder al te veel schande, een kijkje nemen. Prostitutie werd in feite getolereerd. Hoerenwaarders of de mannen van de waardinnen verkeerden in een andere positie. Succesvolle hoerenwaardinnen hadden weinig moeite een man te vinden. De rol van de waard diende zich er toe te beperken tot schenker van drank en daarnaast moest hij lastige klanten verwijderen. Mannen die er van beschuldigd worden hoerenwaard te zijn, verklaren voor de rechtbank vaak dat ze er niets van weten en er niets mee te maken hebben, omdat het huishouden en dus ook het hoerenhuishouden alleen hun vrouw aangaat. Prostitutie en prostituées waren niet te vinden in de elitewijk van de Herengracht, niet bij de Portugese joden en tot de 18e eeuw weinig bij de Hoogduitse joden, en ook niet op de eilanden waar de scheepstimmerlieden woonden: kortom niet in sociaal homogene buurten. Van groot belang was de strijd om het gebruik van de openbare weg. Openlijke prostitutie was een schande voor de straat en het te pronk zitten van de meisjes wekte veel ergernis. Opvallend is overigens dat voor het midden van de 18e eeuw nooit vermeld wordt dat dergelijk openlijk seksueel vertoon schadelijk zou zijn voor de kinderen. Een hoerenwaardin haalde zich ook de woede van de buurt op de hals als ze zich niet aan de ongeschreven regel hield dat prostitutie buitenstaanders betrof. Vaak vinden we het verwijt dat ze burgerskinderen verleidde. In de praktijk waren de contacten tussen de prostitutie en de burgers een zaak van vrouwen onderling. Volksbuurten, waar veel van de mannen zeelieden waren, woonden veel meer vrouwen dan mannen. Ruzies ontstonden meestal tussen buurvrouwen en hoeren of hoerenwaardinnen. Een gevoelig punt daarbij waren de verdiensten. Er moet ook een zekere tolerantie zijn geweest ten aanzien van prostitutie, meer dan tegenover sommige andere soorten deviant gedrag. Tegen het einde van de 17e eeuw ging de stedelijke overheid ook de organisatoren van de prostitutie strenger aan pakken. Hoerenwaardinnen werden veroordeeld tot langere gevangenisstraffen of verbanning. Vanaf 1722 werden hoerenwaardinnen ook in het openbaar gegeseld. De boetes werden hoger en de kostbare kleding van de prostituees werden ingenomen. Omdat weinig mensen investeerden in de speelhuizen ging de prostitutie omstreeks 1720 ondergronds. Een aantal grote speelhuizen verdween en de kleine hoerenhuizen waar een waardin woonde met een of twee hoeren hielden zich op de achtergrond. De vrouwen stonden niet meer voor de deur te pronken, maar werden de straat opgestuurd. In de tweede helft van de achttiende eeuw leidde wanorde en klachten van buren tot hoge boetes ook misdrijven in bordeel zelf, zoals mishandeling van prostituees werden met forse boetes bestraft. |
|