5734

Stadsbranden - Brandweer

De middeleeuwse huizen van hout, riet en stro waren erg brandgevaarlijk. Iedere middeleeuwse stad heeft dan ook één of meer grote branden gehad. De gevolgen van een brand waren soms rampzalig. Zo brandde in 1324 vrijwel de hele stad Zwolle af. Slachtoffers vielen er niet, maar er bleven maar negen gebouwen behouden! Arnhem werd in 1364, 1419 en 1422 door een stadsbrand getroffen. In 1253 woedde een grote brand in Utrecht en brandde de St.Maartenskerk helemaal af. In 1481 woedde een grote stadsbrand in Hoorn.

Vanaf ongeveer 1400 probeerden stadsbesturen ellende te voorkomen met brandkeuren en brandvoorschriften. Gaandeweg de 15de eeuw besloten steeds meer steden het bouwen van houten huizen binnen de stadsmuur helemaal te verbieden. Ook namen de stadsbesturen maatregelen om brand te voorkomen en sneller te bestrijden:

  • ieder huis moest een emmer water en een ladder hebben
  • er werden brandladders besteld en gemaakt
  • het gebruik van baksteen en van dakpannen of leien werd gestimuleerd
In Arnhem kregen de burgers gratis pannen door het gemeentebestuur aangeboden als zij hun huis in steen zouden opbouwen. En dat heeft het gemeentebestuur heel wat gekost. In 1419/20 bestond 25% van alle stadsuitgaven uit de aanschaf en verspreiding van die gratis dakpannen; een jaar later was dit 20%. Aan het einde van de dertiende eeuw nam het stadsbestuur een steenbakker in dienst. Deze’ stadstichelaar’ bakte in opdracht, en volgens contract, de stenen en pannen, waarbij kwaliteit en vorm van tevoren werden afgesproken. In de ‘raetcamer’ van het stadhuis werd een steenvorm bewaard, die als model diende voor de te bakken stenen. Na de stadsbranden werden ook steeds meer stenen voor huizen gebakken. 

In 1421 en 1453 werd Amsterdam twee keer door een grote stadsbrand geteisterd. Talrijke huizen gingen daarbij verloren. De woonhuizen werden daarom steeds meer in steen opgetrokken, eerst de tussenmuren, later ook de gevels. Bij de eerste brand liepen de Nieuwe Kerk en de toren van de Kapel ter Heilige Stede ernstige brandschade op, maar de schade kon gelukkig nog worden hersteld. Bij de tweede brand in 1453 ging het Stadhuis in vlammen op. Vele huizen in Amsterdam waren in de 15e eeuw nog steeds van hout, de straten waren smal en de middelen om een brand te blussen waren heel erg primitief. De stedelijke brandweer was uitgerust met ladders en een grote hoeveelheid leren emmers. Als er ergens brand ontdekt was, liet de nachtwaker zijn ratel gaan en de poortwachter blies op zijn trompet.  Op dit teken kwamen de burgers toegesneld. De emmers water werden doorgegeven. Meestal brandde de boel dan al als een fakkel en door de hitte kon men er niet dichtbij komen. Dat veranderde door de uitvinding van de brandspuit door Jan van der Heyden. Met lange buigzame pijpen en slangen, konden de allerkromste wegen en wenteltrappen, de diepste en de hoogste plaatsen bereikt worden. 

In zijn Beschryving der nieuwlijks uitgevonden en geoctrojeerde slangbrand-spuiten en haare wijze van brand-blussen uit 1690 geeft Jan van der Heyden een gedetailleerde beschrijving van de nieuwe brandslang. Daarnaast schrijft hij over de grote branden die Amsterdam getroffen hebben tijdens zijn werkzaamheden bij de brandweer. Bij veel van die branden maakte hij illustraties.

Jan van der Heyden was een echte duizendpoot. Hij werkte eerst als spiegel- en lijstenmaker in een winkel op de Dam. Daarna werd hij kunstschilder. Ten slotte richtte hij zich op de techniek. Zo vond Van der Heyden een nieuw model straatlantaarn uit. Hij werd vooral bekend door de uitvinding van de nieuwe brandslang.

Brand in het oude stadhuis van Amsterdam, prent door Jan van der Heyden, 1690. 

Tot halverwege de 17de eeuw zetelde het Amsterdamse stadsbestuur in een laatgotisch complex van gebouwen aan de Dam. In 1640 besloot het stadsbestuur dat het oude stadhuis te klein en te bouwvallig was geworden. Er werd begonnen met de bouw van een groot nieuw stadhuis. Nog voordat dat voltooid was, ging in de nacht van 7 juli 1652 het oude Amsterdamse stadhuis in vlammen op. Jan van der Heyden toont hier de ouderwetse wijze waarop de brand werd bestreden naast zijn nieuwe manier van blussen. Links lopen mensen met emmers; de pompen werken slecht. Rechts is de situatie zoals die met Van der Heydens brandspuit was geweest: een goede organisatie en een krachtige ononderbroken straal water.

laatst bijgewerkt: 18-07-01

colofon