7133

De terugreis

Marco Polo in China; Oost-Azië (1260 - 1368: Yuan-dynastie)
Na een verblijf  van zeventien jaar in China was Marco Polo een rijk man geworden en hij begon te denken aan zijn terugkeer naar Venetië. Koeblai Khan werd oud en Marco was bang dat zijn leven na de dood van de keizer gevaar liep. Nicolo en Maffeo werden ook oud. Zij hadden ook succes gehad in China en wilden nu de rest van hun leven in hun eigen land doorbrengen. Koeblai Khan wilde de familie Polo echter zo lang mogelijk bij zich houden. Marco Polo was zijn meest betrouwbare dienaar en daarom kon hij hem helemaal niet missen.  

Het toeval wilde dat een Chinese prinses zich gereed maakte om per schip naar Hormoes te reizen om daar met de Mongoolse vorst van Perzië te trouwen. Vanuit Cambaluc reisden ze langs de kust van China in een vloot van veertien schepen naar het zuiden.

De Polo's bezochten vele grote steden, waarvan Kinsai (het huidige Hangzhou) de meeste indruk maakte. Deze stad was groot en had ruim een anderhalf miljoen inwoners. Marco vond het de mooiste stad ter wereld. De stad was gelegen tussen een zoetwatermeer en een rivier en had honderden kanalen, waar de inwoners evenveel gebruik van maakten als van de straten. Over die kanalen lagen zo'n 12000 bruggen. De meeste van deze bruggen waren van steen. De huizen waren van hout en daarom was er voortdurend brandgevaar. Er werden vuurbestendige stenen torens gebouwd waar mensen hun waardevolle bezittingen konden laten opslaan als er brand was.

Vertrek vanuit Kinsai
Twee maanden na hun vertrek vanuit Kinsai kwam de familie Polo aan in Sjampa (het huidige Vietnam). Ze volgden de route langs de kust van Sumatra. Daar had de vloot maanden oponthoud vanwege slecht weer. Noodgedwongen werd er een kamp opgeslagen langs de kust van Sumatra. De inboorlingen van dat gebied waren in die tijd kannibalen. De Mongoolse soldaten, die met de vloot mee reisden, moesten een stevig hekwerk bouwen om de inboorlingen buiten het kamp te houden. Toen het weer eindelijk beter werd stak de vloot de Golf van Bengalen over en voer tussen India en Sri Lanka door.

Over Sri Lanka schrijft Marco Polo dat het een van de rijkste plaatsen ter wereld is. Het eiland leverde in grote hoeveelheden de mooiste edelstenen: robijn, saffier, amethist, topaas en parels. Marco had grote belangstelling voor de parelduikers. 

Hij zag hoe ze bij de stad Madras meer dan twintig meter naar beneden doken. Bij het verzamelen van de oesters die op de zeebodem lagen hielden ze hun adem in. Madras was een bloeiende christengemeenschap waarvan de leden beweerden dat hun kerk was opgericht door de heilige Thomas, een van de twaalf apostelen. India, door Marco Polo Groot-India genoemd, werd geregeerd door Hindoe-koningen. Het noorden van India hoorde bij het islamitische rijk en werd geregeerd door een sultan. Ook viel het Marco op dat in India de koeien heilig waren en overal vrij rondliepen. 
India

Marco Polo was de eerste Europeaan die over India vertelde. Toch wordt Vasco da Gama, die India pas twee eeuwen later bezocht, als de ontdekker van India betiteld. Marco vertelde prachtige verhalen over India. Een van die verhalen gaat over het vrouweneiland, dat alleen in de lente door mannen bezocht mocht worden. Ook hoorde Marco Polo in India een verhaal over enorme griffioenen die zo groot waren dat ze olifanten konden grijpen.

De laatste loodjes

Gemaakt: 13-10-04

colofon