5517 |
Brugge (ca. 100 - 1000) |
De geschiedenis van Brugge begint zowat 2000 jaar geleden. Op het grondgebied van de stad bevond zich toen een Gallo-Romeinse nederzetting. De bewoners deden niet alleen aan landbouw, ze voerden ook handel met Engeland en de rest van Gallië. Reeds in de 2de - 3de eeuw bevond zich een Gallo-Romeinse nederzetting op het grondgebied van Brugge. De bewoners van deze nederzetting waren niet enkel landbouwers, maar ook handelaars die contacten onderhielden met Engeland en de rest van Gallië. Rond 270 vielen de Germanen voor het eerst de Vlaamse kustvlakte aan. Waarschijnlijk hielden de Romeinen hier op het einde van de derde eeuw en gedurende de vierde eeuw nog een militaire versterking in stand. Daardoor is het goed mogelijk dat Brugge bewoond bleef in de overgangsperiode naar de vroege middeleeuwen. Toen de heilige Eligius rond 650 in deze streek het Christendom kwam uitdragen was Brugge wellicht de versterkte hoofdplaats voor de Vlaamse kuststreek. Oudste tastbare bron zijn enkele munten van voor 875 waarop voor het eerst de naam van de stad wordt gebruikt. Ze vermelden Bruggia of Bruccia. Alhoewel dit lijkt te duiden op een oorsprong uit het woord "brug", is dit taalhistorisch niet juist aangezien er dan eerder sprake zou zijn van Brigge (Engels bridge, Oudengels brycg, Fries brigge of bregge, Gallisch briva). De naam Brugge is mogelijk afgeleid van het Oudnoorse "Bryggja", wat aanlegsteiger of landingsbrug betekent. De naam vertoont gelijkenissen met Bryggen, de historische haven van Bergen. Maar er is nog een andere verklaring: Mogelijk is de naam Brugge een verbastering van de Keltische naam voor de ondertussen gekanaliseerde rivier de Reie, die door Brugge stroomde en in de Noordzee uitmondde. De naam Reie komt van het Keltische woord Rogia, wat "Heilig Water" betekent. Het is bekend dat de Kelten rivieren en bronnen als goddelijke wezens beschouwden. Het is de Keltische naam die aan de Brugse waterloop is blijven kleven en die bij uitbreiding die is geworden van bijna alle natuurlijke of kunstmatige waterlopen die de stad doorkruisen. Door evolutie zou de naam van het water - Rogia of Ryggia - ook de naam van de stad geworden zijn - Bryggia -, Boven de Burg in het centrum van Brugge met het Stadhuis, tussen 1376 en 1421 in laatgotische stijl gebouwd. Toen bestond er in Brugge al een sterke burcht, die stond op de huidige Burg). Deze burcht, gebouwd in opdracht van graaf Boudewijn l, lag waarschijnlijk op de plaats van een vroegere Romeinse versterking want in tegenstelling tot andere burchten was het grondplan rechthoekig in plaats van de toen meer gangbare ronde vorm. Mogelijk dankzij deze burcht is Brugge niet door de Noormannen geplunderd. In 864 wist Boudewijn l nog een grote aanval van de Denen af te slaan. Vanaf 900 vormden de Noormannen geen bedreiging meer en kwam de handel met Scandinavië en de lakenhandel met Engeland opnieuw tot bloei. Door de gemakkelijke toegang vanuit Brugge met het vasteland groeide de burcht uit tot een grote nederzetting ondanks het feit dat Brugge slechts via een wad- en schorregebied verbonden was met de Noordzee: de haven was slechts bij hoog tij bereikbaar. De stad werd dan ook niet geplunderd door de Noormannen. Waarschijnlijk is de overzeese handel tussen Brugge en Scandinavië, het gebied van de Noormannen, blijven bestaan. Rijk kon men die streek niet noemen, ze lag zeer kwetsbaar voor de Noormannen, die bijvoorbeeld (in 820 ?) de monniken van de kloosters Sint-Pieters en Sint-Baafs uit Gent verdreven hadden. Bovendien had de zee grote stukken van het kustgebied overstroomd, waar zich schorren en slikken gevormd hadden. Brugge lag toen direct aan zee. |
laatst bijgewerkt: 29-01-08 |