4227 Cordoba
Het emiraat van Córdoba; Steden in de Middeleeuwen
Córdoba was ooit één van de belangrijkste steden ter wereld. In de tijd van de Romeinen bevonden zich in Córdoba meer belangrijke gebouwen dan in Rome en in de 10e eeuw was het de op één na grootste stad ter wereld, met een voor toen ongekend hoog inwonertal van 500.000. Córdoba was de hoofdstad van het Middeleeuwse Kalifaat van Córdoba. Uit die glorietijd zijn talrijke monumenten overgebleven, waarvan de Mezquita het beroemdste voorbeeld is.

Cordoba is naar men aanneemt gesticht door de Phoeniciërs. Het ligt op de noordelijke oever van de Guadalquivir (arabisch al-wadi al-kibir, 'de grote rivier'). Onder de Romeinse keizer Augustus werd Cordoba het centrum van de rechterlijke macht in Hispania. In die tijd is ook de Via Augusta aangelegd, de grote verbindingsweg op de noord-zuid as en de grote brug met de 16 bogen die nog steeds bestaat. 

Al is de Romaanse stijl nauwelijks meer terug te vinden, des te meer zien we de bouwkundige hand van de Arabieren en vooral de architectuur van de Omayyadendynastie. De stad was aanvankelijk ommuurd met Romeinse muren, Abd ar- Rahman I, de emir van Cordoba (786) verlengde de stadsmuren tot 13 stadspoorten en 132 torens.

Cordoba was een opvallende schone stad, en de Spaanse moslims stonden bekend als de netste moslims ter wereld, zowel op straat, als op hun kleding, hun lichaam en de binnenkant van hun huizen. De straten waren goed geplaveid en verlicht. De verlichting was bevestigd boven de voordeuren en op de hoeken van een huis of huizenblok. Córdoba was voorzien van stromend water, dankzij een aquaduct dat door Abd al-Rahman I (756-788) werd aangelegd. De stad kreeg in de loop van de Moorse periode een enorme oppervlakte. Het werd veel groter dan Toledo, dat tot de moslimverovering de grootste stad was van Hispania. Cordoba bestond eigenlijk uit vijf kleinere steden die waren samengevoegd. In ieder van deze steden waren bazars, herbergen, baden en bedrijven. Ze waren van elkaar gescheiden door muren, maar uiteindelijk kwam er een echte grote stadsmuur om de hele stad heen. Daarbuiten lagen de buitenwijken (al -rabad). De paleistuinen lagen ten zuidwesten van de stad, en aan de zuidkant daarvan de tuinen lag de aanlegplaats voor schepen.
Nadat de Moren in de achtste eeuw arriveerden in Córdoba werd de helft van de Visigotische Sint-Vincentkerk gekocht door de aanwezige moslims. Toen die helft te klein bleek voor de groeiende moslimbevolking, werd ook de andere helft van de kerk aangekocht. Het gebouw werd gesloopt en men begon met de bouw van de Mezquita (moskee). Abd-ar-rahman I liet daarvoor rond 780 de marmeren zuilen van nabijgelegen Romeinse villa’s gebruiken. Deze waren echter te klein om de juiste hoogte behalen. Door een tweede boog aan te brengen kon dit alsnog bereikt worden, waaraan de moskee zijn unieke bouw te danken heeft.  

Tegen de omheining van het paleis (Alcazar, van het arabisch al-qasr) lag de joodse wijk, direct aan de oostzijde maar aan de andere kant van de hoofdverkeersader stond de Grote Moskee - in zijn tijd de op drie na grootste ter wereld, na die van Rabat en Samarra. Daar weer vlakbij lag de gevangenis. De begraafplaatsen lagen hiervan ten noord-westen bij Madinat al-Zahra en ten zuidoosten bij Madina al-Zahira, beide paleisenclaves.

In zowel stedebouwkundig als landschappelijk opzicht leek Cordoba op Damascus in Syrie. De grond rondom de stad was zeer vruchtbaar dankzij het irrigatiesysteem, dat was gebaseerd op watermolens en waterraderen. De eerste palmboom op het europese continent kwam uit Syrie en stond even buiten Córdoba.

Om vier redenen werd Cordoba beschouwd als veruit de belangrijkste hoofdstad van de wereld in de 10e eeuw:
1. de brug
2. de grote moskee
3. Madinat az-Zahra
4. Hét centrum van kennis

De volgende beschrijving van Cordoba is gebaseerd op de werken van middeleeuwse geschiedschrijvers:

Córdoba is de beste stad in de Maghrib (letterlijk: 'het westen', namelijk van de Islamitische wereld), met de grootste bevolkingsdichtheid. Zij is het evenbeeld van een van de delen van Bagdad en wordt zeer goed beschermd door stadsmuren. In een muur zijn twee open poorten van waaruit je naar de rivier gaat en richting ar-Rusafa (een buitenwijk).Aan de zuidkant van de stad loopt een wandelweg waarlangs de winkels en woningen van de gewone bevolking liggen.

Bewoners van deze stad hebben een zekere economische welvaart en hebben gespecialiseerde beroepen. De mensen lopen weinig maar verplaatsen zich per ezel of muildier. Ze zijn een beetje slap en lui. De soldaten zijn overigens net zo. Een beetje muildier kostte 100 dinar, voor 200 dinar kocht je een prachtdier.

De stad heeft goed drinkwater, is omringd door vruchtbare moestuinen, olijfbomen, en overal is vruchtbare grond. Alles wil er groeien. Er is een zilvermijn.. De stad lijkt op een stad in het Oosten, elegant, met een mild klimaat, zoet en zingend water. De stad met haar baden, tuinen, moskeeën en markten ligt in haar geheel langs de Gualdiquivir, de enige rivier met een arabische naam. Tussen de verovering in 711 en het 1000 is Cordoba alleen maar gegroeid. Van zuid tot noord strekte de stad zich 1700 el uit en van west naar oost 1400 el.

Cordoba was een stad met zeven toegangspoorten, 13.000 moskeeën, 3700 badhuizen, 30.452 winkels, 1600 onderkomens voor reizigers. Er waren 6780 slaven en ongeveer 7814 vrouwen (keukenmeisjes, jonge slavinnen), 3750 eunuchen, etc......

De Grote Moskee staat op de plaats waar ooit de Cordobezen hun afval en dode dieren heenbrachten. Volgens de overlevering kwam Salomo de zoon van David naar Córdoba en beval dat het gat werd gedicht en dat erop een tempel zou worden gebouwd voor de kinderen van Israël. Hier zouden ze met de Tora kunnen kennismaken. Daarna zond God Jezus Christus die beval dat hier een kerk werd gebouwd.
Zo geschiedde tot de islam al-Andalus veroverde. Tariq ben Ziyad beval dat in de helft van de kerk een moskee werd gebouwd voor de mozaraben. Later kocht Abd al-Rahman I de andere helft van de kerk breidde de moskee uit. Al-Hakam heeft de moskee jaren later verder verfraaid en onder iedere nieuwe heerser werd de moskee weer meer uitgebreid.'

Madinat el-Zahra (het paleis en de grote regeringswijk er tegenaan) heette zo naar de favoriete vrouw van Abd -al Rahman III, en werd gebouwd in 936. De bijnaam van het bijna spierwitte paleisgebouw omringd door tuinen was 'de concubine in de armen van een zwarte eunuch'.

Laatst gewijzigd: 03-11-07

colofon