4245 | Goden en rituelen bij de Saksische "Friezen" |
![]() |
![]() |
Voor landbouw-volkeren waren het weer en de seizoenen van grote invloed op hun dagelijks leven. Veel handelingen die we ‘ritueel’ noemen, hebben te maken met het vieren van belangrijke momenten in het jaar of het bezweren van de natuur. Men hoopte op voldoende zon en regen, op veel kalveren en een goede oogst. Daarnaast nam de verering van de eigen voorouderen een grote plaats in het leven van de Noord-Hollandse kustbewoners. Uit met name recent archeologisch onderzoek blijkt dat veel bodemvondsten te maken hebben met rituele deposities, die wijzen op offeringen en andere -vermoedelijk- religieuze uitingen. We weten dat er allerlei seizoensgebonden tradities en vieringen moeten zijn geweest (zonnewende, oogstfeesten, enz.). Veel van onze hedendaagse christelijke vieringen vinden hierin hun verre oorsprong. Voorbeeld: als de winter begon, in november, moest het vee terug naar de stal. Dit was de tijd dat er dieren werden geslacht. Daarom heet november nog steeds de slachtmaand. Het Sint Maartenfeest is een christelijke variant van het oude heidense slachtfeest. |
Veelgoderij De Friezen kenden meerdere goden waarvan Donar in het Noord-Hollandse kustgebied de belangrijkste lijkt. Donar is de god van de seizoenen, de vruchtbaarheid en de slacht van dieren. Hij heeft een onstuimige kracht en energie. Als hij met zijn bokkenkar over de wolken reed schoot er bliksem uit zijn hamer, waarmee hij reuzen bevocht. Donar werd door de Christenen naderhand afgeschilderd als de duivel. Een rode baard, bokkenhoorns, bokkenpoten en vuur werden zijn attributen, waarmee hij symbool stond voor kwaad en verderf. Maar voor de Friezen in de delta van het Oer-IJ – ver voor de kerstening - bracht Donar voorspoed, voedsel en nageslacht. Wodan is de andere belangrijke god van de Friezen. Zijn naam betekent woeden, wat staat voor heersen en zich manifesteren. Wodan was de god van de oorlog en een raadselachtige figuur. Een sjamaanachtige alweter, die uitmaakte welke krijger dapper was geweest en wie niet. De Germaanse volkeren hadden de god Wodan (ook wel Odin genoemd) hoog in het vaandel hadden staan. Wodan werd op zijn tochten bijgestaan door twee helpers, de raven. Men vermoedt onze Sinterklaas een uitvloeisel is van Wodan. De overeenkomsten zijn groot: zitten met een mantel op een paard, het lopen over daken en het straffen en prijzen met behulp van zijn zwarte helpers…). Wodan is in bijna heel noordelijk Europa de naamgever van de woensdag. In Engeland zegt met Wednesday (Wodans dag) en in Skandinavïë Onsdag (Odins dag). |
![]() |
![]() |
Heilige plekken Offerkuilen Water speelt een grote rol bij offeringen. Water symboliseert een snelle ‘doorstroom’ naar godenwereld. Waterputten werden met name in de eerste eeuwen na Christus vaak gewijd door er offergaven in te gooien, zoals mooi gepolijste potten. Opmerkelijk zijn de grote aantallen complete potten die zijn gevonden. Meestal kleine tot middelgrote potten, die vaak mooi gepolijst zijn. Of men ze vóór of na het in gebruik nemen van de put in legden, weten we niet. Naar de reden kunnen we alleen raden. Misschien vroegen ze de goden om goed water te schenken? Of bedankten ze de goden voor het gebruik van de oude put, voordat ze deze achterlieten of een nieuwe groeven? |
Offeringen vonden tot de vierde eeuw vooral plaats in kuilen op droge plaatsen, dichtbij de boerderij. Daarna werden poelen en moerassen gebruikt. Water ging dus een nog grotere rol spelen. Vooral in een wat latere periode, de Vroege Middeleeuwen, begon men offergaven in poelen te werpen. Een waterpartij in de buurt van Beverwijk werd in de vroege Middeleeuwen gebruikt als offerplek. Vele bijzondere voorwerpen, die een bijzondere waarde voor de bewoners van het gebied gehad moeten hebben, werden in het water geworpen. Langs de oever werden greppels gegraven, die ervoor zorgden dat de bezoekers van de offerplek maar via één doorgang bij de oever konden komen. Deze greppels werden steeds vernieuwd, waardoor de ingang in de loop der tijd verschoof. Bij de geofferde voorwerpen hoorden grote ijzeren spijkers, munten, dierbotten, witte kiezelstenen van meer dan tien centimeter doorsnee en verder veel benen en metalen voorwerpen. Een andere offerpoel is gevonden in de Broekpolder. Hier zijn veel bijzondere voorwerpen gevonden, zoals bronzen mantelspelden, benen naalden, hagelwitte kiezelstenen en de zogenaamde Donar amuletten (zie ook hieronder) Dit zijn van been gemaakte, met snijwerk versierde, kegelvormige hangers, die ook in veel andere landen zijn gevonden waar ooit Germaanse stammen leefden. Men denkt dat ze bedoeld waren om voorspoed te wensen bij de god Donar, de vruchtbaarheidsgod en de god van de slacht. Donar amuletten Dierenoffers Zonnewende Begraven Het kruis, het zwaard en de bijl Bron: Een ontdekkingstocht naar het onbekende verleden van Noord-Holland - Goden en rituelen |
Gemaakt: 26-10-06 |