4134

Visigoten op het Iberisch schiereiland (600 - 653)

Visigoten op het Iberisch schiereiland (568 - 600)

In de 7e eeuw raakte het Visigotische rijk door de sociale tegenstellingen tussen de bezittende bovenlaag en de massa van afhankelijken en slaven steeds. De Romeinse provincie was in haar nadagen inderdaad uitgegroeid tot een belangrijk cultureel en wetenschappelijk centrum; onder andere door de activiteiten van Isidorus en veel van zijn tijdgenoten bleven de Romeinse tradities in ere tot aan de Arabische verovering. Na de eenwording bloeide ook de economie weer op. De laatste jaren van de Visigotische heerschappij werden gekenmerkt door binnenlandse crises, harde burgeroorlogen en gevaarlijke epidemieën. Door sociale tegenstellingen tussen de bezittende bovenlaag en de massa van afhankelijken en slaven raakte het rijk van de Visigoten steeds verder verzwakt.

Liuva ll (601-603) - Witterich (Witterik, Witteric) (603-610) - Gundemar (Gundemarus) (610-612)

In 601 stierf Reccared en werd hij opgevolgd door zijn bastaardzoon Liuva II.  Daar deze een moeder van lage afkomst had, kon hij niet rekenen op de nodige steun van de edellieden, en werd in de zomer van 603 dan ook onttroond, de rechterhand afgehakt en later terechtgesteld. De dader was Witterich, die voorheen reeds de Ariaanse samenzwering onthulde. Deze Witterich werd de nieuwe koning, maar van zijn daden is weinig bekend. Hij probeerde de Byzantijnse gebieden te veroveren, zonder al te veel succes en raakte betrokken in een internationaal conflict met de Bourgondiërs over het mislukte huwelijk tussen zijn dochter Ermenberg en koning Theodorik II van Bourgondië. Hij slaagde er bovendien in om de geestelijkheid en een deel van de adel tegen zich in het harnas te jagen. 

Visigoten

Reccared(o) I 586-601
Liuva (Leova) ll 601-603
Witterich 603-610
Gundemarus 610-612
Sisebut (Sisebur) 612-621
Reccared ll 621
Swintilla (Suintila) 621-631
Sisenand(o) 631-636
Chintila 636-640
Tulga 640-642
Chindaswinth 642-653
Het mag ons dan ook niet verwonderen dat hij tijdens een banket ergens in april 610 vermoord werd. Daarmee zal hij tevens de laatste Visigotische vorst zijn die op gewelddadige wijze aan zijn einde kwam. De opvolger van de vermoorde Witterik was Gundemarus. Deze vorst had niet al te veel op zijn actief, en dat mag ons geenszins verbazen aangezien de onfortuinlijke Gundemarus reeds in 612, vermoedelijk in februari of maart, overleed.

Sisebut (612-621)

Gundemarus' opvolger, Sisebut, was een fortuinlijker lot beschoren en kon regeren tot hij een natuurlijke dood stierf in 621. Hij voerde heel wat militaire campagnes tegen de Basken en de Byzantijnen. Toch was hij niet belust op oorlog voeren en bloedvergieten, en hield hij zich liever onledig met lezen en schrijven. Isidorus van Sevilla overwoog om hem zijn ‘Etymologiae’ op te dragen, wat hij uiteindelijk niet deed, maar enkele jaren later droeg hij hem effectief het werk ‘De Natura Rerum’ op. Sisebut was een begenadigd schrijver en schreef een gedicht over zons- en maansverduisteringen, het ‘Astronomicum’, naast het werk ‘Vita Desiderii’, een hagiografie waardig hagiografie genoemd te worden maar tevens een waar stukje onvervalste propaganda. Deze koning was zeer religieus, en haast fanatiek met zijn godsdienst bezig. Dit vertaalt zich in een zeer rigoureuze en harde politiek naar de joden toe. Onder impuls van de koning moeten de joden verplicht gedoopt worden, tegen de wil van de Kerk en de joden in. Openlijke kritische geluiden tegen deze gang van zaken horen we niet tijdens het leven van de monarch, maar wanneer hij dood is wordt zijn al te strenge joodse politiek veroordeeld door het vierde concilie van Toledo van 633. 

Reeds onder Leovigild (568-572) en Reccared (586-601) ( Visigoten 500 - 600), had zich bij de Goten en de autochtone bevolking een derde bevolkingsgroep gevoegd: de Joden. Zij werden onder Sisebut gedwongen tot bekering (615) en tegen het einde van de zevende eeuw werden zij door machthebbers als Recceswinth (Rekesvint; Recdeswinth) (653-672), Wamba (672-680) en Erwic (Erwig) ll (680-687) hardhandig vervolgd. Ook werden onder deze laatste de anti-jodenwetten afgekondigd. Vele Joden ontvluchtten toen Spanje en lichtten de Arabieren in over de situatie.

 

Reccared ll (621) Swinthila (621 - 631)

Sisebut kon zich laten opvolgen door zijn zoon Reccared II, maar deze overleed na slechts een paar dagen geregeerd te hebben. Als opvolger werd de energieke Swinthila (621-631) gekozen. Tijdens zijn tienjarige regeerperiode, van 621 tot 631, zal hij er in slagen om in de eerste jaren van zijn regering op de Basken een klinkende overwinning te behalen en de Byzantijnen van het Iberische territorium te verdrijven. Daar de kroniek van Isidorus stopt in 625 is ons over de latere jaren van Swinthila weinig bekend. In 631 werd hij afgezet door Sisenand, met behoud van leven.

Territoriale eenheid werd bereikt in 626, eenmaal de Visigoten de laatste Byzantijnen hadden verdreven. In hetzelfde jaar ontstond het geschiedwerk 'Etymologiae' van Sint-Isidorus van Sevilla, die zijn broer Leander opvolgde op de bisschopszetel. De erfenis van alle heidense en christelijke kennis, gekend in die tijd, was er in opgetekend. 

Sisenand (631-636)

Wat we weten over Sisenand is uiterst beperkt, en kennen we vooral via het vierde concilie van Toledo. Vermeldenswaard is dat Sisenand de troon veroverde dankzij de hulp van de Frankische koning Dagobert (623-634). Na zijn aantreden had hij echter af te rekenen met vele revoltes in gans zijn rijk en zag zich daardoor genoodzaakt om het concilie van Toledo, dat gepland was voor het jaar 632, uit te stellen tot laat in het jaar 633. De man was geen lang vorstelijk leven beschoren, want op 12 maart 636 overleed hij. 

Chintila (636-640)

Ook over zijn opvolgers is bitter weinig geweten. Chintila, die het vier jaar uithield, tot 640, had af te rekenen met hevige rebellies en zocht de steun van de Kerk door twee nationale concilies samen te roepen. Toledo V, het eerste concilie dat hij samenriep, staat volledig in het teken van de monarchie en de politieke situatie. 

San Pedro de la Nave (Daniel in de leeuwenkuil)

Tulga (640-642)

Chintila wou rebellieën en usurpaties te slim afzijn door zijn zoon Tulga aan de troon te associëren, en onder kerkelijke banvloeken al diegenen te bedreigen die iets tegen zijn nageslacht zouden ondernemen. Het verbale geweld kon er Chindaswinth, een oude samenzweerder, echter niet van weerhouden om via een ultieme usurpatie twaalf jaar van anarchie tot een einde te brengen: in 642 zette hij Tulga af en besteeg zelf de troon.

Chindaswinth (642-653)

Bij het bestijgen van de troon had Chindaswinth de gezegende leeftijd van negenenzeventig jaar bereikt. De oude koning, die reeds in vele samenzweringen betrokken was geweest, was zich wel bewust van de blijvende dreiging van mogelijke samenzweringen. Daarom liet hij kort na zijn troonsbestijging al diegenen terechtstellen waarvan hij wist dat ze ooit eens tegen een koning hadden samengezworen. Gedurende zijn ganse regeerperiode zou hij niet minder dan 200 Gotische edellieden en 500 burgers naar de dood gevoerd hebben. Bovendien trachtte hij via allerlei maatregelen de clans die tegen hem ageerden te neutraliseren of voor zich te winnen. De koning liet heel wat goederen confisqueren om ze vervolgens onder zijn getrouwen te verdelen. Bovendien zorgde hij er voor dat de weduwen en dochters van zijn vermoorde tegenstanders huwden met zijn medestanders en clangenoten. Door het invoeren van een verbod op huwelijken tot en met de zesde graad trachtte hij een middel in te bouwen om het vormen van clans en de concentratie van goederen en landerijen te beperken en zelfs te verhinderen. 

Chindaswinth had het duidelijk niet op de edellieden begrepen, en benoemde zelfs fiscale slaven en vrijgelatenen tot ambtenaar op hoge posten aan het hof. Op die manier hing de koning niet automatisch af van enkel de edelen om te kunnen besturen. Om dezelfde reden zou hij ervoor zorgen dat de bisschoppen meer bevoegdheden kregen in de administratie. Zo zette hij niet alleen de adel voor een goed deel buiten spel, maar hoopte hij ook een meer effectieve controle op de administratie en tegelijkertijd op de bisschoppen te verkrijgen. Deze koning moest zich voor zijn beleid echter niet te veel verlaten op de Kerk. Dit menen we ten minste mogen op te maken uit het feit dat hij slechts één nationaal concilie bijeenriep, vier jaar na zijn aantreden, in 646. 

rechts: Visigotisch kerkje van San Juan de Baños (Palencia), gebouwd ca. 652

Dit concilie was trouwens een van de enige tekenen van welwillendheid tegenover de Kerk. Deze koning streefde er immers naar om de macht van de bisschoppen zoveel mogelijk aan banden te leggen, door restrictieve maatregelen, en door het binden van de bisschoppen. 

Samen met zijn zoon Recceswinth, die hij aan de troon associeerde op 20 januari 649, zorgde hij voor de vernieuwing van de wetgeving en de uitgave van een nieuwe codex. Deze wordt algemeen de Lex Visigothorum of het Liber Iudiciorum genoemd. Dit wetboek is zeer belangrijk: het werd gepubliceerd en bekrachtigd door Recceswinth en bleef gedurende de rest van de Visigotische periode enorm belangrijk. 

De Westgotische kerk San Pedro de la Nave, Zamora, zevende eeuw. De Visigoten bouwden een aantal van de vroegste kerken die nog intact zijn. Hele sterke primaire vormen. Er zijn stenen reliëfs met oudtestamentische motieven en veel plantenmotieven. 

San Pedro de la Nave kapiteel Abraham en Isaac

Visigoten (653 - 718)

laatst gewijzigd: 12-06-04

colofon