4134 |
Visigoten op het Iberisch schiereiland (600 - 653) |
![]() In de 7e eeuw raakte het Visigotische rijk door de sociale tegenstellingen tussen de bezittende bovenlaag en de massa van afhankelijken en slaven steeds. De Romeinse provincie was in haar nadagen inderdaad uitgegroeid tot een belangrijk cultureel en wetenschappelijk centrum; onder andere door de activiteiten van Isidorus en veel van zijn tijdgenoten bleven de Romeinse tradities in ere tot aan de Arabische verovering. Na de eenwording bloeide ook de economie weer op. De laatste jaren van de Visigotische heerschappij werden gekenmerkt door binnenlandse crises, harde burgeroorlogen en gevaarlijke epidemieën. Door sociale tegenstellingen tussen de bezittende bovenlaag en de massa van afhankelijken en slaven raakte het rijk van de Visigoten steeds verder verzwakt. |
In 601 stierf |
|
Het mag ons dan ook niet verwonderen dat hij tijdens een banket ergens in april 610 vermoord werd. Daarmee zal hij tevens de laatste Visigotische vorst zijn die op gewelddadige wijze aan zijn einde kwam. De opvolger van de vermoorde Witterik was ![]()
|
![]() |
Reeds onder |
Sisebut kon zich laten opvolgen door zijn zoon Territoriale eenheid werd bereikt in 626, eenmaal de Visigoten de laatste Byzantijnen hadden verdreven. In hetzelfde jaar ontstond het geschiedwerk 'Etymologiae' van |
![]() |
![]() ![]() |
![]() |
Ook over zijn opvolgers is bitter weinig geweten. Chintila, die het vier jaar uithield, tot 640, had af te rekenen met hevige rebellies en zocht de steun van de Kerk door twee nationale concilies samen te roepen. Toledo V, het eerste concilie dat hij samenriep, staat volledig in het teken van de monarchie en de politieke situatie. San Pedro de la Nave (Daniel in de leeuwenkuil) |
Chintila wou rebellieën en usurpaties te slim afzijn door zijn zoon Tulga aan de troon te associëren, en onder kerkelijke banvloeken al diegenen te bedreigen die iets tegen zijn nageslacht zouden ondernemen. Het verbale geweld kon er Chindaswinth, een oude samenzweerder, echter niet van weerhouden om via een ultieme usurpatie twaalf jaar van anarchie tot een einde te brengen: in 642 zette hij Tulga af en besteeg zelf de troon. |
Bij het bestijgen van de troon had Chindaswinth de gezegende leeftijd van negenenzeventig jaar bereikt. De oude koning, die reeds in vele samenzweringen betrokken was geweest, was zich wel bewust van de blijvende dreiging van mogelijke samenzweringen. Daarom liet hij kort na zijn troonsbestijging al diegenen terechtstellen waarvan hij wist dat ze ooit eens tegen een koning hadden samengezworen. Gedurende zijn ganse regeerperiode zou hij niet minder dan 200 Gotische edellieden en 500 burgers naar de dood gevoerd hebben. Bovendien trachtte hij via allerlei maatregelen de clans die tegen hem ageerden te neutraliseren of voor zich te winnen. De koning liet heel wat goederen confisqueren om ze vervolgens onder zijn getrouwen te verdelen. Bovendien zorgde hij er voor dat de weduwen en dochters van zijn vermoorde tegenstanders huwden met zijn medestanders en clangenoten. Door het invoeren van een verbod op huwelijken tot en met de zesde graad trachtte hij een middel in te bouwen om het vormen van clans en de concentratie van goederen en landerijen te beperken en zelfs te verhinderen. |
Chindaswinth had het duidelijk niet op de edellieden begrepen, en benoemde zelfs fiscale slaven en vrijgelatenen tot ambtenaar op hoge posten aan het hof. Op die manier hing de koning niet automatisch af van enkel de edelen om te kunnen besturen. Om dezelfde reden zou hij ervoor zorgen dat de bisschoppen meer bevoegdheden kregen in de administratie. Zo zette hij niet alleen de adel voor een goed deel buiten spel, maar hoopte hij ook een meer effectieve controle op de administratie en tegelijkertijd op de bisschoppen te verkrijgen. Deze koning moest zich voor zijn beleid echter niet te veel verlaten op de Kerk. Dit menen we ten minste mogen op te maken uit het feit dat hij slechts één nationaal concilie bijeenriep, vier jaar na zijn aantreden, in 646. rechts: Visigotisch kerkje van San Juan de Baños (Palencia), gebouwd ca. 652 |
![]() |
![]() |
Dit concilie was trouwens een van de enige tekenen van welwillendheid tegenover de Kerk. Deze koning streefde er immers naar om de macht van de bisschoppen zoveel mogelijk aan banden te leggen, door restrictieve maatregelen, en door het binden van de bisschoppen.
Samen met zijn zoon Recceswinth, die hij aan de troon associeerde op 20 januari 649, zorgde hij voor de vernieuwing van de wetgeving en de uitgave van een nieuwe codex. Deze wordt algemeen de Lex Visigothorum of het Liber Iudiciorum genoemd. Dit wetboek is zeer belangrijk: het werd gepubliceerd en bekrachtigd door Recceswinth en bleef gedurende de rest van de Visigotische periode enorm belangrijk. De Westgotische kerk San Pedro de la Nave, Zamora, zevende eeuw. De Visigoten bouwden een aantal van de vroegste kerken die nog intact zijn. Hele sterke primaire vormen. Er zijn stenen reliëfs met oudtestamentische motieven en veel plantenmotieven. |
![]() |
San Pedro de la Nave kapiteel Abraham en Isaac |
laatst gewijzigd: 12-06-04 |