4135

Visigoten op het Iberisch schiereiland (653 - 718)

Visigoten op het Iberisch schiereiland (600 - 653)

Recceswinth (653-672)

Wanneer Recceswinth op 30 september 653 alleenheerser wordt, hebben de nieuwe wetten die zijn vader en hij uitvaardigden, reeds voor een grondige verandering gezorgd van de administratie. Vooral de rechtspraak zelve wordt grondig tegen het licht gehouden, waarbij een oude wet speciaal herhaald wordt die het de rechters verbiedt om recht te spreken in zaken waarover het wetboek niet voorziet. Het probleem moet rechtstreeks voor de koning gebracht worden, die een uitspraak zal doen en desgewenst een nieuwe wet publiceren, in overleg met de hoge beambten en de geestelijken. Het lijkt ook deze koning te zijn die voor een totale verandering zorgde in de lokale administratie. 

Visigoten

Recceswinth 653-672
Wamba 672-680
Erwic (Euric, Erwig) ll 680-687
E(r)gica 687-702
Witiza 702-710
Roderic 710-711

De oude Romeinse instelling van de curia wordt sterk afgezwakt. De bevoegdheden van de leden van de curia worden door de koning verdeeld onder de bisschoppen en de gerechtsdienaren. Door de wetten van Chindaswinth en Recceswinth worden evenzeer de overblijfselen van de Romeinse provinciale structuren afgebroken. De nieuwe wetten zijn trouwens de enig geldige: ieder ander wetboek wordt verboden in de rechtspraak, en zeker het gebruik van de Romeinse wetten wordt scherp veroordeeld. In het midden van de zevende eeuw lijkt er dus een sterke wind van anti-Romeinse gevoelens door de Visigotische wereld te waaien. Die anti-Romeinse, anti-imperiale gevoelens zijn echter al veel ouder, en terug te voeren tot Isidorus van Sevilla, die de Romeinen zo slecht mogelijk wil voorstellen om de Gotische geschiedenis meer luister bij te zetten. 

Bano Cerrato

In de lange regeerperiode van Recceswinth, van 20 januari 649 tot 1 september 672, gebeurde er uiteraard nog meer dan enkel het uitvaardigen van een nieuw wetboek. Kort na de dood van zijn vader, kreeg de jonge koning te maken met een opstand uitgelokt door verbannen Visigoten. Meteen na het neerslaan van de opstand, riep de koning een nationaal concilie samen te Toledo op 16 december 653. Opvallend is dat de koning daarbij smeekte om opnieuw over het recht tot het verlenen van gratie te beschikken, net na een opstand. Het was zijn eigen vader geweest die in het concilie dat hij samenriep, alle bisschoppen de eed had laten zweren om voortaan geen enkele verrader meer gratie te verlenen. De lange regering van deze koning zal ongetwijfeld wel getuige geweest zijn van meerdere boeiende gebeurtenissen, maar afgezien van het feit dat we weten dat onder zijn regering nog twee provinciale concilies en één – slecht bezocht – nationaal concilie samenkwamen en dat er ook nog eens oorlog moet geweest zijn, is er bitter weinig geweten over deze ganse periode. 

rechts: Kroon van Recceswinth

Wamba (672-680)

Na de dood van Recceswinth, werd dezelfde dag nog, op 1 september 672, een nieuwe koning gekozen. De energieke Wamba weigerde eerst, maar stemde uiteindelijk toe zonder de kroon te aanvaarden op de plaats waar de koning overleden was. Pas met de terugkeer van het koninklijke gevolg in Toledo, werd Wamba op 19 september door metropoliet Quiricius gekroond. Het begin van zijn regering begint meteen onder een slecht gesternte: alle noordelijke territoria staan in vuur en vlam. De koning zag zich genoopt tegen de Basken ten strijde te trekken, en het volgende jaar rebelleerde het gehele Cantabrische gebied. Bovendien kreeg de koning tijdens zijn campagne in Cantabrië te horen dat eveneens de provincie Narbonensis ontvlamd was. 

Als de weerlicht stuurt hij zijn trouwe graaf Paulus naar de opstandige provincie ten einde het noorden in één campagne onder controle te brengen. Onderweg naar de rebellen vatte Paulus echter het plan op om de rebellie bij te staan en zichzelf tot koning uit te roepen. Zijn plan leek wonderwel te werken, maar Wamba werd snel op de hoogte gebracht, dwong door vlugge en wrede acties de Basken op de knieën en repte zich in ijlende vaart naar zijn afvallige graaf. Deze ex-graaf en kersverse koning van Narbonne en een deel van de provincie Tarraconensis, was geen maat voor Wamba, en werd dezelfde zomer nog gevangen genomen.Daarmee kwam er een eind aan de rebellies in het noorden, maar niet aan allerlei gevoelens van haat en misprijzen die de kop opstaken toen Gallia Narbonensis ter sprake kwam. Wij, aldus Julianus van Toledo, hebben met die Galliërs niet van doen; wij, de stoere Spanjaarden, die hen toch wel steeds komen verdedigen tegen die verdorven Franken, terwijl zij de joden niet aanpakken zoals het hoort, en terwijl zij misschien wel met de Franken samenwerken tegen de Visigoten. 

Het einde van de regeerperiode van deze koning ging gepaard met duister gemanoeuvreer van de hovelingen. Uit het twaalfde concilie van Toledo, van 9 januari 681, bleek dat er iets raars met de koning aan de hand was. Op zondag 14 oktober 680, werd de koning plots dodelijk ziek. De koning onderging het ritueel van de boetedoening, werd als monnik gekleed en werd getonsureerd. Voordat hij zou sterven, werden hem nog twee documenten voor de neus geschoven die hij persoonlijk ondertekende. Deze documenten bepaalden dat na de dood van Wamba Erwig koning moest worden, en dat Julianus deze zo snel mogelijk moest wijden. 

De manier waarop Wamba hier zijn opvolger aanduidde is volledig in strijd met de Visigotische spelregels, zoals bepaald tijdens het vierde concilie van Toledo van 633. Wat echter meer was, Wamba stierf niet. Hij genas en wilde de troon weer bestijgen, maar op het zesde concilie van Toledo werd bepaald dat een boeteling geenszins koning kon zijn. Wamba protesteerde heftig tegen de gang van zaken, en het had er alle schijn van dat de bisschoppen wel iets hadden kunnen regelen indien zij wilden, maar dat zij niet ingingen op de smeekbeden van de ex-koning. Of het door de ouderdom, de ingehouden woede, of eventueel moord kwam, we weten het niet, maar Wamba overleefde het voorval niet lang en was zeker dood voor 4 november 683. 

Erwic (Erwig) (680-687)

De nieuwe koning nu, Erwic, liet zich kronen op 21 oktober 681. Gedurende de korte, zes jaar durende regeerperiode van deze vorst, kwamen er maar liefst drie nationale concilies samen. Een van deze concilies stond enkel in het teken van kerkelijke problemen, maar de andere twee waren duidelijk politiek geïnspireerd. Dit wordt vaak geïnterpreteerd als een zoeken naar steun van Erwic bij de Kerk, of nog als een samenwerking tussen koning en Kerk om de ware toedracht van de machtswissel te verdoezelen. Deze koning leek bovendien volledig te capituleren voor adellijke druk: op 1 november van het jaar 683 schold de koning de schulden die eigenaars van slaven aan de belastingen verschuldigd waren, kwijt. De grootste slaveneigenaars waren uiteraard de edellieden. Eveneens kwam hij de adel tegemoet door rebellen van adellijken bloede algehele amnestie te verlenen. 

Iglesia palatina de San Miguel de Liño. Monte Naranco. Oviedo

Ook in de aanpassing van de codex van Recceswinth had de koning immer zijn adellijke steunpilaren in gedachten. Dit kan er allemaal op wijzen dat de koning niet echt veel vermocht tegen zijn edele onderdanen en een politiek van verzoening en zelfs onderdanigheid moest voeren. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Maar wie eet wiens brood? Het lijkt er inderdaad sterk op dat Erwig een soort ‘compromiskoning’ zonder al te veel macht was. Bij het aanduiden van een opvolger duidde hij niet een van zijn eigen zonen aan, maar een schoonzoon, lid van een rivaliserende clan. 

Egica (687-702)

Deze schoonzoon, Egica, op 14 november 687 aangeduid als opvolger, werd op 24 november van datzelfde jaar tot koning gekroond.Dat het om rivaliserende clans ging, werd duidelijk aangetoond door het vijftiende concilie van Toledo. De koning vroeg er expliciet aan de bisschoppen om ontslagen te worden van de dure eden die Erwic hem liet zweren ten einde er zeker van te zijn dat Egica zijn eigen schoonfamilie in raad en daad bij zou staan en zou beschermen. Die eden hielden ook in dat het volk de familie van Erwic trouw moest blijven. 

De bisschoppen vonden in hun beschikking een compromis tussen de waardigheid van de koning, het algemeen belang en het belang van de familie van Erwig. De koning wordt dus niet ontslaan van zijn eden, maar deze worden wel substantieel aangepast zodat het algemeen belang niet zou kunnen lijden onder het belang van één welbepaalde familie. Egica zal dus volens nolens met zijn schoonfamilie moeten samenleven.

Wat het aantal nationale concilies per koning betreft, spande deze monarch ongetwijfeld de kroon: liefst vier concilies werden gevierd die van ver of dicht een politiek thema aansneden. Die concilies volgen elkaar uiterst snel op: in 688 te Toledo, in 691 te Zaragoza en tenslotte in 693 en 694 opnieuw te Toledo. De eerste twee concilies wijzen op een crisis die met de troonsbestijging gepaard ging, de laatste twee wijzen op latere crisissen. 

In 693 ontstaat er een samenzwering tegen de koning. De protagonist van deze samenzwering was de metropoliet van Toledo, een Visigoot, Sisebert genaamd. De man die de samenzweerders op de troon willdn krijgen, een zekere Suniefredus, leek zelfs gedurende bepaalde tijd Toledo in handen gehad te hebben. Enkele munten wijzen in die richting. De koning bepaalde dan ook dat al wie samenzwoer om hem te vermoorden en het volk schade toe te brengen, uit zijn ambt ontzet zou worden, zijn goederen zou verliezen en slaaf van de fiscus zou worden, evenals zijn nakomelingen. Metropoliet Sisebert werd door het zestiende concilie van Toledo berecht. De geestelijke werd geëxcommuniceerd, en verloor al zijn bezittingen. 

Door de samenzwering van 693 zocht de koning toevlucht tot de bisschoppen. Het zeventiende concilie van Toledo, van 694, laat ons echter zien dat er nog iets “rotten in the state of” de Visigoten was. De uiterst strenge wetten die Erwic uitvaardigde tegen de Joden, zorgden ervoor dat deze mensen onder de regering van Egica alsmaar wanhopiger werden. De Joden begonnen een samenzwering, ook met Joden overzee, en misschien speelde ook het nieuws van de naderende Arabieren een rol. Immers, reeds enkele jaren later, in 698 werd Carthago definitief door de Mohammedanen veroverd. 

De samenzwering van de Joden werd echter tijdig ontmaskerd, waardoor de koning als redder des vaderlands, en vooral als redder van het katholieke Spanje erkend werd. Maar het was misschien wel mede dankzij deze koning dat Spanje voor lange tijd onder Islamitische heerschappij zou vallen. Als repressie liet hij de Joden immers deporteren en hen door het concilie van 694 uit al hun rechten zetten. Het is niet ondenkbaar dat de Joden de invallers van 710 als bevrijders zagen voor de tirannie die voortduurde onder Egicas opvolgers. 

Met het zeventiende Toledaanse concilie als het laatste overgeleverde uit de Visigotische periode en de vele concilies uit de twee voorgaande decennia, verdwijnen meteen de voornaamste bronnen voor de kennis van het einde van de Visigotische geschiedenis.Het einde van het rijk van de Visigoten is aldus in nevelen gehuld. We weten echter dat Egica bleef regeren tot ergens in 702. Reeds op 15 november 700 had hij zijn zoon Wittiza aan de troon geassocieerd. 

rechts: Santa Maria de la Naranjo (8e eeuw) 

702 Witiza (702-710)

Deze, volgens een chroniqueur uit het jaar 754, milde koning regeerde tot 710. Hij schijnt een politiek van verzoening gevoerd te hebben, echter niet voor de Joden

Roderik (710-711)

Na de dood van Wittiza usurpeerde een zekere Roderik de troon, gesteund door de adel en hovelingen. Zijn rijk zou echter niet lang duren, want in 711 reeds werd zijn leger aan de rivier de Guadalete in de pan gehakt door de Arabier Tarik ibn Ziyad. Wat de redenen zijn voor de landing van de Arabieren op Spaans grondgebied is onzeker, maar het is een feit dat de nieuwe meesters van Spanje eerst en vooral een burgeroorlog onder Visigoten moesten bedwingen. Misschien was deze interne oorlog de aanleiding voor de landing van de Arabieren (op het moment dat Roderic zijn handen vol had met een groeiend verzet onder de Basken)? Misschien was een of andere factie niet akkoord met de usurpatie door Roderik, en begon dus een oorlog tegen deze? En leidde dat er misschien toe dat een van de strijdende partijen (Witiza's zonen?) buitenlandse hulp inriep zoals bijna een eeuw daarvoor Sisenand de hulp van Dagobert inriep?  Een zekere Achila kon Roderik opvolgen, maar meer is daar ook niet over geweten.

In 711 nog namen ze Toledo in. In zeven jaar was de verovering van het schiereiland voltooid. 'Al-Andalus' (van Andalusië) werd een van de middelpunten van de Arabische beschaving, en het kalifaat van de Omayaden te Cordoba bereikte een glorieus hoogtepunt in de tiende eeuw.   

Maar een christelijk koninkrijkje in het noorden wist zich te handhaven: Asturië. En het is Asturië dat in 721 in de slag bij Covadonga onder leiding van Pelagius, de Arabieren een eerste nederlaag zou toebrengen. Zo begon de Reconquista, die nog zeven eeuwen zou voortduren en in 1492 door de verovering van Granada werd voltooid.  

Het emiraat van Córdoba (755 - 796)

laatst gewijzigd: 28-10-07

colofon