4850 Tibet (2e eeuw v. Chr. - 619)
De opkomst en ondergang van het eerste Tibetaanse koninkrijk (7e - 9e eeuw)

Tot de 7e eeuw van onze jaartelling zijn geen schriftelijke bronnen over de geschiedenis van het zeer dunbevolkte Tibet overgeleverd. In vroegere tijden leefden de Tibetanen waarschijnlijk in afzonderlijke groepen, bijeengehouden door familie- en clan-banden. De religie bestond uit natuurgodsdienstige praktijken (animisme, sjamanisme), later Bön-religie genoemd. Sinds de komst van het Boeddhisme naar Tibet in deze religie er sterk erdoor beïnvloed. 

De Bön-religie wordt echter niet beschouwd als een boeddhistische religie. Het heeft ook een monastische traditie. De Bön-monniken zijn gekleed zoals Tibetaanse monniken. De oude tradities van de Bön-religie zijn afkomstig van een diep respect voor de natuur. Ze benadrukken de genezing van het menselijk lichaam, de genezing van spirituele kwellingen en de genezing van de natuurlijke omgeving. Ondanks de steun, die het boeddhisme ondervond van de heersende bovenlaag heeft de oude sjamanistische Bön-religie nog lang stand kunnen houden. Pas tegen het einde van de 8e eeuw ontstonden de eerste boeddhistische kloosters in Tibet. Gedurende de 9e eeuw ontspon zich een strijd tussen de lokale adel, steunend op de Bön-religie, en de koning, gesteund door de boeddhistische priesters. De koning delfde het onderspit, maar desondanks wisten de boeddhistische religieuze organisaties (kloosters) hun macht sterk uit te breiden. Het boeddhisme begon een langdurige bloeiperiode. Politiek viel Tibet vanaf de 10e eeuw echter uiteen in een groot aantal feodale staatjes.
De Tibetaanse hoogvlakte is een zeer uitgestrekt dunbevolkt gebied, dat wordt omzoomd door 's werelds hoogste bergketens: in het zuiden de Himalaya's, in het noorden het Kun-Lun gebergte. Tibetanen zijn etnisch en taalkundig verwant aan Chinezen, maar reeds in een ver verleden zijn deze bevolkingsgroepen elk hun eigen weg gegaan: Tibetanen leefden in hoofdzaak een nomadisch bestaan, de Chinezen daarentegen waren vanouds landbouwers. Zoals vele andere nomadische groepen, die zich rondom het Chinese kernland ophielden, waren de Tibetanen sterk beïnvloed door de Chinese cultuur en leefgewoonten. Ook vanuit India werd Tibet (Chinees: Tufan) beïnvloed, met name op religieus en filosofisch gebied. Het Tibetaanse boeddhisme - binnengekomen zowel uit China als uit India- en doorspekt met elementen uit eigen oude inheemse natuurgodsdiensten, vormt het fundament van een uniek Tibetaanse geschiedenis en cultuur.
In de 7e eeuw ontstond in het gebied rond het huidige Lhasa een machtig koninkrijk, dat zich in de loop der tijd steeds verder uitbreidde. 

Kaartje van Azië met daarin aangegeven het Tibetaanse koninkrijk, dat gedurende de tweede helft van de 8e eeuw een ongeëvenaarde expansie doormaakte en behalve de Tibetaanse hoogvlakte ook een belangrijk gedeelte van de zijderoute (paarse lijn) wist te beheersen. De Chinese Tang-dynastie moest in die tijd een groot gedeelte van haar machtsgebied prijsgeven.

Legendarische koningen

Volgens de boeddhistisch-Tibetaanse traditie was de eerste Tibetaanse koning afkomstig uit Bihar in India. Het verhaal gaat dat hij geboren werd met lange blauwe wenkbrauwen en zijn vader zich zozeer voor hem schaamde dat hij hem verborgen hield. Als jongen ontsnapte hij echter en vluchtte naar Tibet. Daar kwam hij een groep herders tegen die hem vroegen waar hij vandaan kwam. Hij verstond hen niet en wees naar de lucht, waarop de Tibetanen, aanhangers van de Bön religie, dachten dat hij zeer heilig moest zijn. Zij riepen hem tot hun leider uit en gaven hem de naam Nyatri Tsenpo.

Voor het bestaan van deze eerste tot en met de zevende Tibetaanse koning zijn echter geen historische of archeologische bewijzen. Volgens de boeddhistisch-Tibetaanse traditie is dit niet eens mogelijk, omdat zij via het zogenaamde “hemel-touw” weer naar de hemel terugkeerden. De achtste koning, Drigum Tsenpo, knipte dit touw echter per ongeluk door, waardoor hij niet naar de hemel terug kon keren. Zijn tombe, de zogenaamde “Eerste Tombe der Koningen” zou zich bevinden in Kongpo in Ü-Tsang. Daarmee kan hij gezien worden als de eerste historische koning van Tibet. Bovendien werd Drigum Tsenpo, volgens Tibetaanse bronnen, door zijn eigen minister, Longam, vermoord, die zich vervolgens tot koning uitriep. 

De zonen van de vermoorde koning vluchtten daarop het land uit. De oudste, Chatri Tsenpo, wist later de troon alsnog te bestijgen, terwijl de jongste, Burtechino, volgens de Mongoolse geschiedschrijver Ssanang Setzen, een nieuwe dynastie vestigde in Mongolië. Chatri Tsenpo, of Podekungyal zoals hij ook genoemd wordt, was volgens sommige bronnen een tijdgenoot van de Chinese keizer Woe-Ti van de Han-dynastie, die leefde van 140-85 v.Chr.

Volgens de vroeg-Tibetaanse geschiedschrijver Nel-pa Pandita was de 28e koning, Tho-tho-ri Nyantsen, 60 jaar oud was toen het het boek Nyenpo Sangwa (Het Geheim) ontving van een Indiër. Volgens traditie vond dit plaats in het jaar 233 na Chr.

Voorlopige lijst van de koningen van Tibet

Nyatri Tsenpo (1e koning volgens boeddhistische traditie)  
Drigum Tsenpo (8ste koning volgens boeddhistische traditie; mogelijk eerste historische koning)  
Longam of Longnam (minister onder Drigum Tsenpo; nam de troon in na diens dood)  
Chatri Tsenpo, ook Podekungyal genoemd (zoon van Drigum Tsenpo) 2e eeuw v. Chr.
Tho-tho-ri Nyantsen of Nyentsen (28e koning volgens boeddhistische traditie) ca. 233
Namri Songtsen (32e koning volgens boedhistische traditie) 570 - 619
Nyatri Tsanpo liet op een rotspunt in de Yarlung-vallei een fort bouwen: de Yumbu Lhakang, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Tibet. Het fort, dat later werd omgebouwd tot klooster, heeft de naam het oudste gebouw van Tibet te zijn, maar in feite is het huidige gebouw een gerestaureerde kopie van het origineel dat in de Culturele Revolutie grotendeels door de Chinezen is verwoest.
Namri Löntsen (Songtsen) (570 - 619)

De 32e koning Namri Löntsen ( Songtsen) was de eerste historisch bekende koning van Tibet.

Tibet (604 - 703)

Gemaakt: 19-10-07

colofon