7122 De reis van André Longjumeau (1249 - 1251)
Longjumeau en zijn gezelschap vertrokken op 16 februari 1249 van Cyprus voor een diplomatieke missie in opdracht van koning Lodewijk lX de Heilige naar het land van de Grote Khan ( Güyük Khan)

Ze reisden via Antiochië, door Perzië, langs de zuid- en oostkant van de Kaspische Zee en via de Talas rivier (Zuid-Kazakhastan, ten noorden van Kirgizië / Kyrgyzstan) naar het hof van de Mongolen wat zich in de buurt van Karakorum bevond. In record tijd (gemiddelde snelheid 55 km per dag) bereikten ze hun bestemming, om daar te vernemen dat Güyük Khan twee jaar eerder gestorven was, zonder christen geworden te zijn en dat ook nooit overwogen had.

Omdat er nog geen nieuwe Groot Khan was verkozen werd Longjumeau ontvangen door de regentes-moeder Oghoel-Ghaimisj. Zij beschouwde de door Longjumeau meegebrachte geschenken als schatting van een vazal en stuurde hem terug naar huis met een brief waarin stond dat tenzij Lodewijk een soortgelijke jaarlijkse schatting zou sturen hij en z'n rijk zouden worden vernietigd.

In de tussentijd was Lodewijk IX, vertrouwend op een bondgenootschap dat hij met de Mongolen dacht te hebben, in juni 1249 Egypte binnengevallen. Na aanvankelijke successen werd hij echter verslagen door Saraceense hulptroepen en gevangen genomen. Pas na betaling van een reusachtige losgeld werd hij weer vrijgelaten en trok naar Acra waar hij op versterkingen wilde wachten om weer in de aanval te kunnen gaan.
Toen Longjumeau in 1251 aan Lodewijk IX, die op dat moment in Ceasarea verbleef, vertelde dat de boodschappers van Eljigidei leugens verteld hadden, begreep hij welk spel Eljigidei gespeeld had. Hij had nooit de bedoeling gehad om Lodewijk IX te helpen, maar hoopte dat Bagdad Egypte te hulp zou komen en dat hij na het wegtrekken van de troepen de stad gemakkelijk zou kunnen veroveren.

De foto's hierboven zijn van de karavanserai Tash-Rabat (16e eeuw), gelegen aan de Zijderoute in Kirgizië.

Van de door Longjumeau gemaakte reis weten we alleen doordat anderen daar in hun geschriften melding van hebben gemaakt. Zijn eigen verslagen, die hij vast en zeker gemaakt heeft, zijn zoekgeraakt. Zo zullen er nog talrijke reizigers op de zijderoute zijn geweest waar we jammer genoeg niets van weten. 

Gemaakt: 05-08-05

colofon