3914 Karavanserai
Karavanserai (ook gespeld caravansarai, caravansaray) waren openbare gebouwen waar reizigers onderdak konden vinden. De benaming 'karavanserai' is uit het Perzisch afkomstig (kãrwãn = reizigersgezelschap; sarãy = gebouw).

De meeste karavanserai lagen oorspronkelijk net buiten de muren van steden en dorpen die aan belangrijke handelsroutes lagen of bij waterbronnen. Ter bescherming van de bron werd het gebouw er vaak omheen gebouwd. In de loop van de tijd zijn ook om vrijwel alle andere karavanserai uiteindelijk dorpen en steden ontstaan. 

Rechts: Tash-Rabat, een karavanserai aan de Zijderoute in Kirgizië.

In die plaatsen konden de reizigers voedsel en andere benodigdheden kopen of huren, zoals b.v. lastdieren, veedrijvers en gidsen. Ook konden ze er hun godsdienstige plichten uitoefenen in moskeeën of kerken. Natuurlijk trof men bij veel karavanserai ook vrouwen en meisjes die tegen vergoeding de reizigers vertroetelden.

Kâshân, voormalig karavanserai

Maquette van een karavanserai

Naast een functie als rustplaats voor de reizigers waren de karavanserai tevens plaatsen waar men veiligheid vond.
Rijk beladen handelskaravanen waren natuurlijk aantrekkelijke objecten voor rovers.
Vrijwel iedere karavanserai was dan ook tevens een garnizoensplaats, van waaruit een deel van de handelsroutes bewaakt werd.
Doorgaans bestond de karavanserai uit een grote vierkante, naar boven toe open binnenplaats, waaromheen stallen voor de dieren en opslagruimten voor de goederen waren gelegen. Daarboven bevonden zich kleine kamers voor de mensen. De buitenmuur was hoog en dik en bevatte op een poort na alleen kleine vensters en ventilatieopeningen. 

De poort was breed en hoog genoeg om een vol beladen kameel door te laten. Direct achter de zware poort bevonden zich ruimten voor de bewakers. De bewakers waren tevens ordebewaarders. Een gemiddelde karavanserai bood ruimte aan 300 tot 400 dieren en 150 mensen. Een kort verblijf (2-3 dagen) was meestal gratis. Bij een langer verblijf moest men betalen. Voor eten moest men zelf zorgen.
Het beheer was veelal in handen van lokale overheden en de exploitatie werd bekostigd uit tolheffingen.

Karavanserai in Bisotun, Iran

Binnenplaats van een karavanserai

In de geschriften van Marco Polo wordt vermeld dat menig beheerder (seraiwan) zelf nog wat extra bijverdiende door b.v. mest als brandstof te verkopen aan de reizigers. In de gebieden waar weinig hout beschikbaar was werd daar mest voor gebruikt. Schapenmest is het meest geschikt om eten op te koken. Koeien- en ezelsmest heeft als voordeel dat het muggen weert.
Voor de karavanen waren er caravanserails (Han's) opgericht, die op dagafstand van elkaar lagen, d.w.z. op een veertigtal kilometer. Zij werden ook Han's genoemd.
In Centraal-Anatolia zijn er uit de tijd van de Seltsjuken nog enkele exemplaren mooi bewaard gebleven in Sultan Han, Agzikarahan en Zazadinhan. Deze caravanserails waren niet alleen rustpunten: er was ook entertainment voorzien met rondtrekkende artiesten en buikdanseressen. In de tijd van de Seltsjuken was de overnachting er zelfs gratis. Alle kosten werden betaald met belastinggeld dat geheven werd uit de handel tussen de steden. In de Ottomaanse periode groeide de stad Bursa uit tot het belangrijkste zijdecentrum van de route.  In hedendaags China zijn de belangrijkste zijdesteden Shanghai, Nanjing, Hangzhou, Suzhou en Wuxi. Suzhou is ook gespecialiseerd in het borduurwerk.

Gemaakt: 01-08-05

colofon