5077 | Karelromans |
![]() |
![]() |
Karelromans zijn verhalen zijn gegroepeerd rond Karel de Grote en zijn twaalf paladijnen (vazallen). Ze berusten op historische gebeurtenissen, maar er zijn al vier eeuwen verlopen tussen de regering van Karel de Grote en het moment dat de verhalen worden opgeschreven. Karel de Grote is een legendarische figuur geworden en om zijn persoon heen hebben schrijvers wonderbaarlijke verhalen en liederen verzonnen.We noemen dat verschijnsel: epische concentratie. Karel de Grote is vooral de volmaakte ridder, dapper, edelmoedig, trouw aan zijn gegeven woord en godvruchtig. Strijd en brute kracht zijn vaak het onderwerp: de strijd tegen de niet-christelijke Moren in Spanje, de strijd van Karel tegen zijn ontrouwe leenmannen, de strijd van de leenmannen onderling. Maar ook oprechte, in onze ogen soms wat naïeve, vroomheid is een kenmerk van de Karelromans. De vrouw speelt in de Karelromans geen belangrijke rol. De bekendste Frankische of Karelromans zijn het Roelantslied, Renout van Montalbaen en Karel ende Elegast. De verhalen gan over de strijd der Franken tegen de Saracenen (Roelandslied, Willem van Oringen, Aubri de Borgengoen) of over de strijd van de grote vazallen tegen Karel (Ogier, De Lorreinen, Renout, Maleghijs). Verder Floovant, Aiol, Beerte metten breden voeten. De helden zijn moedige barbaren, die voor geen wreedheid terugdeinzen. |
Karel ende Elegast
Het omstreeks 1250 geschreven ridderverhaal Karel ende Elegast is van Brabantse oorsprong. Het is geen zelfstandig verhaal, maar op enige wijze afgeleid van de "Historie van de vier Heemskinderen". In het artikel Raadsels rond Elegast van L.E.O. Faes in Kunst en Wetenschap, 18e jaargang nr 2, 2009, blz. 43 e.v. toont hij aan dat alle figuren (zowel de hoofd- als bijfiguren) uit Karel ende Elegast op enigerlei wijze zijn te herleiden tot figuren uit de Historie van de vier Heemskinderen. Karel de Grote krijgt aan de vooravond van een hofdag van een engel opdracht om uit stelen te gaan. Hij gehoorzaamt met tegenzin, en trekt uiteindelijk het duistere woud in. Daar verslaat hij een zwarte ridder, die Elegast blijkt te heten. Omdat hij Elegast indertijd verbannen heeft, en hij niet wil toegeven dat hij op pad is om te gaan stelen, stelt Karel zichzelf voor als Adelbrecht (dat betekent: van adellijke geboorte). Ze breken in bij Eggeric van Eggermonde, de zwager van Karel. Daar is Elegast ongewild getuige van een echtelijke ruzie, waarbij duidelijk wordt dat Eggeric samen met een aantal handlangers van plan is op de hofdag Karel van het leven te beroven. Weer buiten vertelt Elegast over het complot aan Adelbrecht/Karel, die de volgende dag zijn maatregelen treft. Eggeric wordt aangehouden, maar daagt Elegast uit om in een tweegevecht als godsoordeel uit te maken wie de waarheid spreekt. Elegast wint dit gevecht en mag met de zuster van de koning, Eggerics weduwe, trouwen. |
![]() |
Roelantslied Dit verhaal komt oorspronkelijk uit Frankrijk en heet daar "Chanson de Roland" en vertelt het verhaal van een nederlaag, die het Frankische leger op 15 augustus 778 leed in een nauwe bergpas bij Roncevaux in de Pyreneeën. In de loop van de jaren is het verhaal aangepast en toen het uiteindelijk op schrift werd gesteld,was Karel de Grote de uiteindelijke winnaar. Van de Oudfranse chansons de geste zijn er verscheidene tot Middelnederlandse Karelromans omgewerkt. Wanneer dat voor het eerst is gebeurd, weten we niet. Handschriften die door de dichters zelf geschreven zijn, hebben we niet. |
![]() |
![]() |
Het enige wat ons rest, zijn (afschriften van) afschriften uit latere tijden, die bovendien in gehavende toestand bewaard gebleven zijn: we moeten het doen met fragmenten die in omvang variëren van enige tientallen tot enige duizenden verzen. De enige uitzondering is Karel ende Elegast, een werk dat we evenwel alleen volledig kennen uit drukken van omstreeks 1500. De Karelromans uit de Lage Landen verschillen qua vorm diepgaand van de Oudfranse chansons de geste. Terwijl de Oudfranse teksten zijn opgebouwd uit strofen van (soms zeer) ongelijke lengte (laisses), zijn de Middelnederlandse verhalen geschreven in paarsgewijs rijmende verzen van enigszins variabele lengte zonder strofenindeling. Het is niet uitgesloten dat dit verschil in vorm, laisses tegenover gepaard rijmende verzen, is ontstaan onder invloed van de Oudfranse literatuur, waar Chrétien de Troyes met zijn invloedrijke Arturromans prestige verleende.aan de romanvorm met het gepaard rijmende vers. Het ligt echter meer voor de hand dat het verschil zijn oorzaak vindt in de Germaanse traditie waarin de Middelnederlandse epiek haar plaats heeft. De Oudfranse Karelstof lijkt bij de omzetting in het Middelnederlands in een autochtoon Germaans gewaad gestoken. |
Bij het vertalen en bewerken van Oudfranse chansons de geste maakten de Middelnederlandse dichters gebruik van een Oudfranse tekst op schrift, zoals het Roelantslied dat teruggaat op het Franse Chanson de Roland en de twee Middelnederlandse vertalingen van het Chanson d'Aiol. De dichters van deze werken beschikten over een Oudfrans origineel in de vorm van een handschrift. Er zijn echter ook Karelromans, zoals Ogier van Denemarken en Madelgijs, die gebaseerd lijken op mondelinge versies van chansons de geste omdat de verschillen tussen de Middelnederlandse teksten en de bewaard gebleven Oudfranse versies zo groot zijn dat.alles erop wijst dat de dichters van deze werken steunden op hun herinneringen aan voorgedragen versies van chansons de geste.Ook de dichter van Renout van Montalbaen blijkt gebaseerd te zijn op een mondelinge voordracht van de Oudfranse Renaut de Montauban.
|
![]() |
De Karelromans zijn alle ontstaan voor 1300, maar na 1300 zijn eveneens Karelromans geschreven, zoals Loyhier ende Malaert, Hughe van Bourdeus en wellicht ook Madelgijs. Vooral de laatste twee werken ademen duidelijk een andere sfeer dan de overige Karelromans. Hughe van Bourdeus is eerder een als Karelroman vermomd sprookje; zo treden de elfenkoning Obroen (Oberon) en zijn dienaar Maleproen, een watergeest, erin op. In Madelgijs is de hoofdpersoon, de listige oom van de vier Heemskinderen, een tovenaar die meer komisch dan heldhaftig is. Ook in enkele andere veertiende-eeuwse romans die traditioneel niet tot de Karelepiek gerekend worden, onder meer omdat zij niet op een chanson de geste teruggaan, treedt een Karolingische vorst op. Dat is het geval met Die borchgrave van Couchi, een verhaal dat zich heet af te spelen in de tijd van Karels zoon Lodewijk en diens zoon Karel de Kale. Naar de inhoud is het echter een hoofs verhaal over de liefde tussen de titelheld en Beatrijs, de vrouw van de heer van Faiuweel, die hem tot heldhaftige daden inspireert. Een ander verhaal uit dezelfde eeuw is Valentijn en Nameloos, waarin van twee broers de een, Valentijn, als ridder wordt opgevoed, terwijl de ander door een wolvin gezoogd wordt en opgroeit tot een ruige bosman. De gebeurtenissen zouden zich in de tijd van Pepijn afgespeeld hebben. Vermoedelijk dienden de tijdsbepalingen ter vergroting van de geloofwaardigheid van deze romans, die karakteristiek zijn voor de zogenoemde late epiek. Deze wordt onder meer gekenmerkt door een vermenging van motieven uit Karelromans, hoofse romans en avonturenromans. In de teksten verschijnen ook elementen die eerder aan 1100 en 1200 dan aan 800 (de tijd waarin de verhalen afspeelden) doen denken, zoals het verzet van de grote vazallen tegen de centralisatiepolitiek die de machtige Franse koning tegen het einde van de twaalfde eeuw voerde (Cycle des barons révoltés), de verbeelding van het ideale koningschap zoals de zwakke Franse koningen van omstreeks 1100 dat zagen (Chanson de Roland) en de kruistochtgedachte: in vele chansons de geste neemt de strijd van Karel tegen de heidenen een prominente plaats in. Gemaakt: 14-12-05 |